|
Ik heb de zoektocht ondernomen met behulp van
aanwijzingen van een groot aantal "Zelfgerealiseerde" meesters of leraren.
Een aantal figuren hebben een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van mijn
denken en zijn. De belangrijkste voor mij zijn Sri Ramana Maharshi, Nisargadatta,
Bob Adamson en
Krishnamurti geweest en een rij van Zenmeesters als Huang Po en Philip Kapleau. Centraal staat bij hen het
zelfonderzoek. De vraag "Wie of wat ben ik" is daarbij de laatste
vraag. Een vraag die niet door het denken beantwoord kan worden.
Sri Ramana is heel zijn leven er op blijven hameren dat je bij alles wat zich voordoet,
moet blijven afvragen Wie het is, die dat meemaakt.... blijf niet in de ervaring
hangen, maar blijf je steeds richten op het ervaren. Ook stilte is 'slechts'
een ervaring, ook ruimte is 'slechts' een ervaring, ook 'liefde' wanneer zij
tijdelijk is, is 'slechts' een ervaring.
Maar wees gewaarschuwd. Al lezend kom je er
achter, dat er heel wat te weten valt. Alle kennis ligt tegenwoordig op straat,
maar de praktijk leert dat opgeslagen kennis slechts een hindernis is. Er
is geen 'doener' die zich via kennis kan overgeven. Er is geen doener die het
Grote Inzicht kan forceren. Wat je zoekt, blijkt er al die tijd al geweest
te zijn.
De zoekenergie valt na dit inzicht spontaan weg. Want wie heeft gekozen om te
zoeken??? Ik niet! Ik wel! Twee ikken, waarvan één de echte is. De 'ik' die
bekeken kan worden (die gekoppeld is aan het lichaam en uit denken,
herinneringen, emoties, verwachtingen etc bestaat) wordt - dag in dag uit - bekeken door ons echte 'Ik'. Ofwel Bewuste Aanwezigheid, Kennendheid,
het Zelf, het Zijn, Atman en welke woorden er nog meer aan worden toegeschreven. Maar
hou het maar liever dicht bij jezelf: dat wat je bent. Nu, op dit moment, jouw
aanwezigheid op deze plaats.
Er is geen persoon die vrij
kan zijn van angsten en verlangens, want de persoon bestaat uit de bedachte combinatie
lichaam, voelen, denken. De persoon maakt deel uit van de duale wereld,
dus bestaat uit louter tegenstellingen. De persoon, de zoeker, kan zijn ware
aard niet zien. Het is juist omgekeerd: de persoon wordt gekend door Bewustzijn. De hele
spirituele zoektocht komt er op neer dat er een realisatie komt dat de persoon
geen eigenstandigheid heeft, zelf niet het subject is, en dat het enige echt
bestaande 'Ik' het onkenbare -maar o zo dichtbije- Zien zelf is.
Meer valt er eigenlijk niet te weten. Het
onechte 'ik' draait rond op zijn eigen -tijdelijke- speelplaatsje. Het echte
'Ik' is altijd aanwezig, maar is niet door het onechte 'ik' te vinden en
vervolgens te manipuleren. Dus je hoeft (en kan) na dat moment van herkenning in
wezen helemaal niets meer (te) doen.
Sommigen denken (te snel) dat ze verlicht zijn.
De gedachte alleen al wijst op het tegendeel. Er is niet iemand die verlicht kan
raken. Denk niet te snel dat je er bent. Bliss is ook slechts een ervaring die
komt en gaat. Zolang er ervaringen zijn die komen en verdwijnen is er een waarnemer van.
Alleen de waarnemer is immer aanwezig, dus richt je je steeds op die waarnemer,
totdat die zelf oplost. En wanneer dat gebeurt is er niemand meer die
zijn verlichting dan nog opeist.
Dan wordt je vanzelf ontdekt op grond van je
gedrag of je uitstraling, zoals dat met Sri Ramana gebeurde. Maar dan ga je niet
zelf op weg om de wereld te verkondigen van jouw verlichting. Maar de leraren
stellen zelf dat het de aard van het beestje is om het ervarene actief te delen
met anderen, iets wat ik zelf -vrees ik- ook in mij heb.
Maar bedenk bij dit alles: de Meester zit in jezelf. De wereldse meester vormt een herinnering aan jouw
eigen wezen. Jouw ware zelf. De zichtbare Meester vereren is de Oorzaak buiten jezelf projecteren. De
Zenmeester zegt daarom ook: "Wanneer je de Boeddha tegen komt doodt hem, wanneer
je je meester tegenkomt doodt hem". (Jouw beeld van wat een Meester, een Boeddha
is kan nooit meer zijn dan een product van jouw denken. Aangezien het denken de
enige hinderpaal is om je bewust te worden van jouw wezenlijke natuur, dien je
alle verwachtingen, alle vereringen radicaal af te wijzen.
Het totaal onbekende blijft als object
onkenbaar. Er is dus ook geen waarneembaar subject. De relatie tussen subject en object is
dualiteit. Dat heft zich op wanneer je op zoek bent naar het subject dat je nooit
kan vinden. Er is alleen ZIEN. Kennen. Dat bèn je. Dat kan je nooit van
buitenaf benaderen, dus ook niet door bidden of door het aanbidden van beelden van heiligen
o.i.d.).
Via de onderstaande links kan je dieper in
deze materie doordringen.
Voor verdere
informatie kan je mij altijd mailen:
|