Wat kunnen we doen om het Onbekende te realiseren? Volgens
Krishnamurti helemaal niets. Elke vorm van inspanning is een
activiteit van het denken, van het Ego. Aangezien de geest het
waarnemen ěs, kan je niet anders doen dan het zuivere waarnemen zelf.
Keuzeloos (want ook kiezen is een daad van het denken) waarnemen.
Gewoon Zijn......Dat
is alles wat je doen kan. Want JE BENT dit Waarnemen.....
Hecht niet aan datgene wat je ziet. Benoem
het niet. Zie je een benoemen neem dat dan waar. Op den duur val je
samen met de geest (zie: 'Voelen en Denken'). Maar dat kan heel lang
duren. Zowel Baghwan Shree Rajneesh als ook
Sri Ramana Maharshi hadden hun bedenkingen over deze aanpak.
Sri Ramana Maharshi stelt dat dit
voor de gemiddelde zoeker niet mogelijk is. Inderdaad, er zijn mensen
als dynamiet. Eén vonkje en zij exploderen. Maar dat zijn er maar zo
weinig! Anderen -maar ook daar zijn er niet zo veel van- zijn als
steenkolen. Je moet ze eerst opwarmen voordat zij gaan branden. Dat
kan wel even duren, maar succes is uiteindelijk verzekerd. De laatste
-grootste- categorie bestaat uit natte steenkool. Ga er maar vanuit
dat je zelf die natte, of op zijn best net opdrogende steenkool bent.
Niets doen is dan onmogelijk. De kracht van het denken is nog te
groot. Dat is in tienduizenden jaren opgebouwd. Het denken is slim,
gericht op zelfbehoud. Het denken weet heel goed dat de spirituele weg
uiteindelijk zal leiden tot zijn eigen "dood". Het Ego pakt
daarom elke zoekpoging van je over en zal je trots maken op elk stukje
voortgang. Jij bent dat Ego. Met elke stap, elke methode, elke school,
elke Goeroe vult het Ego zich op, wordt groter en groter, totdat je je
zelf opblaast. In de psychologie heet dit inflatie, grenzeloze
zelfoverschatting.
Dit is dus niet de weg. Daar zijn alle grote meesters het
over eens. Je moet -of je het wilt of niet- jouw Wil, jouw denken
inzetten om zichzelf te ontmantelen. Hoewel denken...kijken is de
kwestie. Door intensief kijken wordt je één met het bekekene. Maar
bedenk wel waar je moet kijken. Kijk niet naar buiten. Zoek geen
nieuwe objecten buiten je, mediteer niet op een beeld, een kaars, een
berg. Kijk niet teveel naar je lichaam, al je gedachten. Zij zijn buiten
je en eindeloos. Sri Ramana Maharshi stelde dat de eerste gedachte van
de mens tevens zijn laatste zal zijn. Eerst leefde de mens, het kind
in de eenheid. Toen kwam het besef van een afscheiding. Zijn eerste
woord was 'ik'. Daarmee ontstond ogenblikkelijk de "Ander".
Ruimte en tijd ontstonden op hetzelfde ogenblik. Er was een binnen en
buiten gecreëerd. Een
stroom van gedachten volgde na het eerste 'ik'-besef.
Wie is dat 'ik' ? Vestig de aandacht op deze gedachte. Je
bestaat, nietwaar? Ervaar het innerlijk gevoel van 'ik'. Zoek de
bewuste 'ik' gedachte. Daar achter ligt de bron. Dit is de meest
directe toegang. Eerst is er het Zelf, dan komt de gedachte, dan is er
het woord. Vele woorden vormen het Ego. Ga deze weg terug. Neem geen
omweg. Gooi alle ballast over boord en richt de geest op dat 'ik'.
Zoek geen plek in jouw lichaam, waar dat 'ik' zich zou bevinden. Ook
het lichaam is niet jouw essentie. Het lichaam kan je waarnemen. Dat
ben je dus niet. Van het enige belang is: Wie neemt waar?
Zodra je een object gewaar wordt, richt je aandacht op het
subject dat waarneemt. Blijf gewoon waarnemen. Elke inspanning is weer
een daad van de wil, van denken.
Verbindt je niet met de onderwerpen van waarneming. Het
'ik' ontleent zijn werkelijkheidswaarde aan die verbintenis. Door het
"ik zie de kat" bestaan beiden. Pas in het onthechten, in de
rechtstreekse aandacht voor waar het 'ik' is, kan het kleine 'ik' zijn
bodem, zijn bestaansgrond kwijtraken.
Wij lijden n.l. door de identificatie met de waargenomen
objecten, terwijl het subject voor ons de grote onbekende is. De grote
onbekende is echter voortdurend -eeuwig- aanwezig. Wij zijn het
onbekende, wij zijn de waarnemer, wij zijn het Zelf.
Wij zijn echter in al onze levens geďdentificeerd geraakt
met ons ego, wat niet meer dan een 'verzameling' of een opeenvolging van
gedachten is. In het zien
wordt het denken als een object ontmaskerd. Waar wij naar kunnen kijken
zijn wij immers niet.
Wanneer je achter het zien iets tracht waar te nemen, ben
je in feite op een dwaze tocht bezig. Je bent immers in wezen datgene
wat je zoekt, het deel n.l. dat niet zoekt, maar ěs. Zoeken is n.l. ook
een beweging van de wil, van het denken. Toch moet je gaan zoeken, het
kan niet anders, wil je uiteindelijk beseffen dat in het zien van welk
soort object dan ook, dat het Het Subject is dat ziet. Zolang je echter
een onderscheid maakt tussen een subject dat ziet, en een object dat
gezien wordt, is het ego actief.
Denk niet dat je de waarnemer zult vinden. Het Onbekende
is niet via de zintuigen waar te nemen, anders zou het weer een object zijn,
welke in de dualiteit verkeerde. Wat wij zoeken bevind zich in het
Al-Ene, buiten ruimte en tijd. M.a.w. wij kunnen niet verwachten ooit
iets te zien of te voelen wat wij zoeken. Wij zijn dat-wat-kijkt. Meer
is er niet over te zeggen.
Toch moeten wij soms zoeken. Zien wij onszelf als zoeker
dan moet de zoeker zichzelf stuklopen
op de hopeloosheid van zijn zoektocht. Alles wat vastkleeft aan de
waarnemer in de vorm van beelden, gedachten en gevoelens moet onthuld en
daardoor vernietigd worden, als zijnde objecten, waar het
subject buiten staat.
Niets, maar dan ook helemaal niets, zal ooit gevonden
worden. Alles zal -in het zoeken- zich buiten de waarnemer blijken te
bevinden. Het lichaam, het denken, de wereld, ALLES wat wij waarnemen is
niet datgene wat wij zoeken. Alleen dat-wat-ziet (bij het zoeken, maar
ook op momenten van rust) is de enige constante.
Geleidelijk aan zal de identificatie met de objecten weg
gaan vallen en zal het middelpunt vanuit zichzelf gaan stralen. Wanneer
je denkt de getuige waargenomen te hebben, heeft het denken weer een
obstructie gepleegd. Pas wanneer het Ego -waar alle ellende mee begonnen
is- in de bodemloze ongrond van alle verschijnselen wegvalt, zijn er
geen drie dingen meer, de ziener-het zien en het geziene. Er is alleen
maar zien, maar dan is er geen apart iemand die zich dat realiseert.
Pas
helemaal aan het eind van je-zelf is het zien zijn geworden.
Bron: De leringen van Sri Ramana Maharshi
|