|

|
|
Bezoek mijn Blogspot
Inzichten
Advaita:
Klik op mijn foto. |
|

E-mail mij
|
|
Klik de plaatjes aan!
|
|
Laatste wijzigingen:
26-03-2009 |
 |
| |
|
|
|
|
|
?
 |
|
De zoektocht houdt vaak de
implicatie in dat er een vrije wil is: "Ik kies zelf om het spirituele
pad op te gaan, en ik ga er van uit dat mijn inspanningen ook zin hebben
in het licht van het bereiken van zelfrealisatie. Wij starten de
zoektocht als persoon".
Terwijl Advaita ons juist leert dat er helemaal geen vrij wil is! Dat er geen
persoon bestaat! Wie zoekt wat en waarom, terwijl Advaita stelt alles
gebeurt zoals het gebeurt.
Volgens Advaita zijn wij Kennendheid, Bewuste Aanwezigheid. Wij zijn het
‘Zien’ van alles Hier en NU, wat er in of aan ons voorbij
trekt. Nu is Advaita Vedanta geen geloofssysteem. Het is net als Zen
gebaseerd op praktisch (zelf)onderzoek. Wij hoeven niets aan te nemen,
van wat in de boeken en door de leraren gezegd wordt. Alles is een
uitnodiging om alles zorgvuldig bij jezelf na te gaan.
Onderstaande redenering is dan ook
geen denkconstructie maar een serie conclusies op basis van
zelfonderzoek:
Wij zien, ervaren het leven in ‘ruimte en tijd’ omdat wij zelf
buiten ruimte en tijd staan. Wij nemen een standpunt in buiten de
gebeurtenissen, want hoe zouden wij anders kunnen waarnemen. Wij kunnen
alleen dat waarnemen wat wij niet zijn…
Dat onkenbare standpunt vanuit waar wij waarnemen, het Nu, Aanwezigheid
kent geen verleden noch toekomst.
Alles vindt Nu plaats, op het moment van waarnemen.
Het is de illusoire persoon die zich vervolgens in een ogenschijnlijke
Ruimte en Tijd ontfermt over dat wat waargenomen is. Ogenschijnlijk om
dat alles pas (zogenaamd) bestaat wanneer het gezien wordt.
Deze illusoire persoon meent nu dingen te moeten gaan veranderen en
denkt dat hij het zelf doet.
Maar de persoon kan niet ingrijpen in het NU. Het NU kent geen verleden
en toekomst. Je kan als persoon geen tijdplekje creëren vóór het Nu
om daar een nieuw element in te brengen dat het Nu in een ander Straks
verandert.
Je kan alleen waarnemen dat er handelen is op dit moment. Iets handelt
er, maar Jij handelt niet. Want er is een zien van handelen. Het is nog
steeds NU. Je ziet, je beleeft, of liever er is Zien, er is Beleven. Er
is geen Je dat Ziet…. Je ziet ook alles van de persoon, van lichaam,
denken, voelen tot handelen.
Dat geziene handelen komt op uit het Ongekende. Het is er, ineens,
constant in het Heden. Zoals gedachten er Ineens zijn. Er ging niets
causaal aan
vooraf. Er volgt niets op. Nu wordt het waargenomen. Nooit gisteren,
nooit morgen.
Het Nu is onbegrepen omdat wij het NU niet als object kunnen kennen. Wij
weten alleen dat wij NU zijn. We zijn, we bestaan, we zien. Maar wij
kunnen het zien niet zien. Het Kennen niet kennen. Omdat wij dat zijn.
Wij -als levend bewustzijn- handelen dus niet, wij zien handelen. Er is
zien van handelen. Er is geen mogelijkheid tot bewust ingrijpen omdat er
geen vóór en na is. Alles gebeurt dus zoals het gebeurt, het ligt dus
vast in de zin dat het domweg plaatsvindt en blijft plaatsvinden. En of
alles van tevoren vastgelegd is weten wij niet omdat wij het NU nooit
kunnen kennen als (handelende) substantie.
Gezien de aard van het NU (geen verleden geen toekomst) ligt er niets
van tevoren vast. Alles stroomt, met Aanwezigheid als ongeziene Bron,
als de drager van de film die aan Kennendheid voorbijtrekt.
Ook alle intenties, impulsen, handelingen, reacties en emoties vormen
deze film, waar Kennendheid Nu van bewust is.
Met andere woorden: ook het moment van
zelfrealisatie is niet iets wat wij vanuit de persoon (het geziene)
intentioneel kunnen bewerkstelligen of versnellen. Maar dat wil niet zeggen dat alles wat
wij hier thuis en daar buiten aan doen zinloos is, want maakt deel uit
van dat wat toch gewoon gebeurt, uiteindelijk leidende naar dat moment
wat ooit komt en wij zijn daar het waarnemen van.
Vanuit het Zien maakt het niet uit, omdat wij het zien toch al zijn.
En waarom is dit inzicht zo belangrijk?
Het heeft nu geen zin meer met een
rood hoofd persend te streven naar iets wat in de toekomst wordt
geprojecteerd, maar wat er al die tijd al is. Daar kan je heel
onaangenaam van worden. Het geheim van The Secret is dat het niet waar
is. Je kan met dit inzicht ontspannen en
het Nu, daarmee direct & moeiteloos samenvallend met wie je bent.
Alles is wat het is. Het leven leven is het leven Nu be-leven, daarmee
verlies je niets. Integendeel, omdat er besef is dat ik -als waarnemer-
nooit verloren kan gaan. Hoe de film ogenschijnlijk ook afloopt.
Niets verloren, maar alles gewonnen. Schitterend toch? Maar het moet wel
echt waar zijn! Anders merk je dat bij moeilijke momenten alle oude
weerstand weer onmiddellijk aanwezig is!
Ter referentie twee artikelen, vanuit
een heel andere bron, die ik van internet gekaapt heb:
|
|
Baron d'Holbach
uit "Le Bon Sens",
Paragraaf 80:
"Wat de vrije wil genoemd
wordt is een dwaasheid"
De theologen vertellen ons elke
keer weer dat de mens vrij is, terwijl al hun grondbeginselen
samenspannen om zijn vrijheid te vernietigen. In hun pogen de
Godheid te rechtvaardigen, beschuldigen ze hem van de meest grimmige
onrechtvaardigheid. Zij veronderstellen dat de mens zonder genade,
gedwongen wordt het kwade te doen. Zij bevestigen dat God hem zal
straffen omdat God hem niet de genade geschonken heeft om het goede
te doen.
Slechts een kleine overweging zal
volstaan ons ervan te overtuigen, dat de mens gedwongen wordt in al
zijn handelen en dat de vrije wil, zelfs in het systeem van de
theologen, een hersenspinsel is. Hangt het van de mens af, dat hij
bij deze of gene ouders geboren wordt? Hangt het van de mens af om
de meningen van zijn ouders of leraren wel of niet in zich op te
nemen? Als ik uit afgoden dienende of Mohammedaanse ouders geboren
zou zijn, zou het dan van mij hebben afgehangen een Christen te
worden? Toch verzekeren de godgeleerden ons ernstig dat een
rechtvaardige God zonder medelijden al diegenen die hij niet de
genade geschonken heeft de Christelijke godsdienst te kennen, zal
verdoemen.
De geboorte van de mens is
volstrekt onafhankelijk van zijn keuze. Hem is niet gevraagd of hij
nou wel of niet in deze wereld wilde komen. De Natuur heeft hem niet
geraadpleegd over het land en de ouders die zij hem heeft
toebedeeld. Zijn verworven denkbeelden, zijn overtuigingen, zijn
ware of onware ideeën, zijn onvermijdelijk de vruchten van de
opvoeding die hij heeft genoten en waarvan hij niet de bestuurder is
geweest. Zijn hartstochten en begeerten zijn onvermijdelijke
gevolgen van het hem door de natuur geschonken temperament.
Gedurende zijn hele leven worden zijn wil en daden bepaald
door zijn relaties, gewoonten, beroepen, genietingen en
conversaties. Door de gedachten, die onvrijwillig zijn geest
aangeboden worden. In één woord: door een veelheid aan
toevalligheden en gebeurtenissen, waarvan hij niet in staat is deze
te voorzien of te voorkomen. Niet in staat in de toekomst te kijken,
weet hij niet wat hij wil. Van het tijdstip van zijn geboorte tot
dat van zijn dood is hij geen moment vrij. U zult zeggen dat hij
wil, overweegt, kiest en beslist en u zult daaruit opmaken dat zijn
handelen vrij is. Het is waar dat de mens wil, maar hij is niet de
meester van zijn wil of begeerten. Hij kan slechts begeren en willen
wat hij als voordelig voor zichzelf beschouwt. Hij kan noch pijn
liefhebben, noch genot verafschuwen. Men zegt dan dat hij soms pijn
verkiest boven genot, maar dan verkiest hij een kortstondige pijn
met het oog op het verkrijgen van een groter en duurzaam genot. In
dit geval laat hem noodzakelijkerwijs het vooruitzicht op een groter
goed, een minder aanzienlijk goed daaraan voorafgaan.
De minnaar geeft zijn geliefde
niet de gelaatstrekken die hem bekoren. Hij is dus geen meester over
het al dan niet liefhebben van het voorwerp van zijn tederheid. Hij
is geen meester over zijn verbeelding of temperament, waaruit
duidelijk volgt dat de mens geen meester over zijn wil en begeerten
is. "Maar de mens," zult u zeggen, "kan zijn
begeerten weerstaan, daarin is hij vrij." De mens weerstaat
zijn begeerten wanneer die drijfveren die hem van een doel afhouden,
sterker zijn dan diegene die hem er naartoe drijven, maar dan is
zijn verzet nodig. Een mens, wiens angst voor schande en straf
groter is dan zijn liefde voor geld, moet onvermijdelijk de begeerte
naar stelen weerstaan. "Zijn wij niet vrij als wij ons
beraden?" Maar zijn wij meester over het weten of niet weten,
over twijfel en zekerheid? Zich beraden is een noodzakelijk gevolg
van onze onzekerheid met betrekking tot de gevolgen van ons
handelen. Als we zeker zijn of denken zeker te zijn over de
gevolgen, moeten we wel een beslissing nemen en dan handelen we
noodzakelijkerwijs naar ons juiste of onjuiste oordeel. Onze
oordelen, juist of onjuist, zijn niet vrij. Zij zijn
noodzakelijkerwijs bepaald door de gedachten die wij gekregen hebben
of die onze geesten hebben gevormd.
De mens is niet vrij in zijn
keuze. Hij wordt duidelijk genoodzaakt te kiezen wat hij het meest
bruikbaar en aangenaam vindt. Noch is hij vrij wanneer hij zijn
keuze uitstelt. Hij wordt gedwongen het uit te stellen tot hij de
hoedanigheden van de doelen, die zich aan hem voordoen, kent of
denkt te kennen. "De mens," zult u zeggen, "beslist
vaak ten gunste van daden, waarvan hij weet dat ze nadelig voor
hemzelf zijn. De mens doodt zichzelf soms. Daartoe is hij
vrij." Ik ontken dat. Is de mens meester over zijn goed of
slecht beredeneren? Hangen zijn verstand en wijsheid niet af van de
meningen die hij gevormd heeft of van de aard van zijn apparaat? Als
noch het een, noch het ander van zijn wil afhangt, zijn zij geen
bewijs voor zijn vrijheid. "Ben ik dan niet vrij als ik een
weddenschap afsluit, dat ik iets al dan niet zal doen? Hangt het dan
niet van mij af of ik het al dan niet doe?" Nee, antwoord ik.
Het verlangen om de weddenschap te winnen zal onvermijdelijk bepalen
of je de zaak in kwestie al dan niet doet. "Maar stel je voor
dat toesta de weddenschap te weddenschap te verliezen?" Dan zal
het verlangen mij te bewijzen dat je vrij bent een sterkere
drijfveer geworden zijn dan het verlangen de weddenschap te winnen
en die drijfveer zal noodzakelijkerwijs bepaald hebben jou de zaak
in kwestie al dan niet te doen.
"Maar", zult u zeggen,
"ik voel me vrij." Dat is een illusie, die je kunt
vergelijken met die van de vlieg in de fabel, die, neergestreken op
de disselboom van een zwaarbeladen rijtuig, zichzelf op de borst
klopt voor het feit dat hij de koers bepaalt. De mens die denkt dat
hijzelf vrij is, is een vlieg, die zich inbeeldt dat hij in staat is
het universum te bewegen, terwijl hij niet beseft dat hij daar door
meegedragen wordt.
De innerlijke overtuiging dat wij
vrij zijn iets al dan niet te doen, is slechts een illusie. Als wij
de ware bron van ons handelen nagaan, zullen wij merken, dat het
altijd het noodzakelijke gevolg van ons willen en onze begeerten is.
Je denkt zelf dat je vrij bent, omdat je doet wat je wil, maar ben
je vrij te willen of niet te willen? Te begeren of niet te begeren?
Worden je wilsuitingenen begeerten niet onontkoombaar opgewekt door
bedoelingen of eigenschappen die volstrekt onafhankelijk van jou
zijn?
Bron http://thomasevangelie.fol.nl/holbach_vrijewil.html |
|
|
|
Benjamin Libet bedacht een ingenieus experiment om
de wil experimenteel aan te tonen, maar hij kwam tot onverwachte
resultaten. In zijn experiment wordt een deelnemer gevraagd om op
willekeurige momenten zijn pols te buigen. Tegelijkertijd moet hij
aangeven op welke moment hij bewust wordt dat hij de pols wil
buigen. Door de hersenactiviteit te registreren, bleek dat het
brein zijn activiteit gemiddeld 550 milliseconden eerder begint
dan het moment waarop de deelnemer zijn pols buigt. Deze
elektrische activiteit werd “readiness potential” of RP
genoemd. De verassende ontdekking is dat het moment van bewust
worden van de beslissing, zich juist rond 400 milliseconden na de
RP bevindt. Met andere woorden, de gebeurtenissen vinden in de
volgende volgorde plaats:
1. de hersenen beginnen een onbewuste activiteit.
2. na bijna een halve seconde wordt men bewust dat men iets wil
doen.
3. na twee andere honderdste van een seconde wordt de actie
uitgevoerd.
“Het volitieve (wilsmatige r.e.) proces is zodoende onbewust in werking gesteld,”
concludeert Libet
In de gangbare formulering van de vrije wil wordt er verondersteld
dat de vrije wil bewust een handeling in werking stelt. Libet meent
dat we deze optiek moeten opgeven.
Desondanks probeert Libet de vrije wil alsnog te
redden. Hij gelooft in een vetomacht. Zelf kan men een handeling
niet bewust initiëren, men zou een handeling wel kunnen stoppen
voordat die uitgevoerd wordt. De twee argumenten die hij gebruikt
zijn echter drogredenen:
Ten eerste: “There is no logical imperative in any mind-brain
theory, …, that requires specific neural activity to precede and
determine the nature of conscious control function.” [Libet, 2001
p558]. Dit is de drogreden van het ontkennen van het antecedent. Op
dezelfde manier zouden we kunnen zeggen dat er geen logische
noodzakelijkheid is dat zeemeerminnen niet bestaan en concluderen
dat zeemeerminnen bestaan.
En ten tweede: “And there is no experimental evidence against the
possibility that the control process may appear without development
by prior unconscious process.” [Libet, 2001 p558] Dit is een ad
ignorantiam. Op dezelfde manier kunnen we zeggen dat er geen
experimenteel bewijs bestaat tegen het bestaan van zeemeerminnen en
concluderen dat zeemeerminnen bestaan.
Naar mijn mening dient elke vrije wils-theorie een verklaring geven
voor deze onbewuste activiteit in de hersenen een
half seconde voor een bewuste beslissing plaats vindt.
Mihai Benjamin
Bron: Mihai Benjamin Libet
punt.nl
|
|
|
|
|
 |
|
|
| |
|