Waarnemen, kijken, observeren, zien
Spiritueel zoeken wordt meestal aangevangen omdat men het
leven niet wil aanvaarden zoals het in al zijn facetten is. Wat nu echter van
ons gevraagd blijkt te worden is datzelfde leven volkomen, zonder uitsluiting
van wat dan ook, met de volle 100% te aanvaarden. Je moet alles kunnen en willen
zien als een onderdeel van de totaliteit, welke niets uitsluit. Wanneer jij iets
uitsluit, trek je een grens, en ben je afgescheiden van het Totaal.
De sleutel bij het zoeken naar verlichting is alles willen
zien, zonder dat je erdoor laat raken. Wanneer je een magneet door een bak
ijzeren spullen haalt, zal er van alles aan blijven vastkleven. De kunst is om
niet die magneet te zijn, die van alles aantrekt en afstoot.
De kunst is niets te willen veranderen of af te wijzen,
maar om objectief te leren zien. Zelfs het willen verlicht te raken, staat die
staat al in de weg. Er is niets te willen. Je kan alleen toekijken. Je kan -zo
kijkend- diep doordringen in datgene wat je aangetroffen hebt, de boosheid, de
frustratie, de angst, de vreugde, alles. Je houdt niet tegen, je loopt niet weg,
maar je laat het volledig toe, in al zijn facetten. Voorwaarde is de
geobserveerde feiten niet te benoemen als stoel, boom, Jan, Piet, mooi, lelijk,
boos, of jaloers of wat dan ook. Wanneer je dat doet verbindt je je met het
conceptuele niveau, dus met het denken en daarmee verbindt je het huidig moment
met de herinnering aan vroegere momenten van dezelfde naam of categorie.
Wanneer je het benoemen nalaat en dus het denken
buitenspel laat, is er alleen het feit van de energie, van het feit van het
waarnemen. Deze energie kan je a.h.w. opvangen, zodra je deze waarneemt. Ze is
gewoon neutrale energie, die door jouw Ego gekoppeld is aan het feit van het
boos zijn. Wanneer je aandachtig deze energie van binnen uit waarneemt, er één
mee bent, is zijn oorzaak al vergeten.
De enige oplossing is het feit van die totale boosheid of
frustratie of wat dan ook te zien en te aanvaarden. Het is er, er is gewoon
niets aan te doen. Je dient nog rechtstreekser te beseffen dat wat kijkt,
dezelfde persoon is als die welke gezien wordt. Er is geen verschil tussen jou
en de frustratie. Je bent op dat moment frustratie. Dit is de bekende these van
Krishnamurti waarin de waarnemer = het waargenomene, waarover wij het al vaak in
dit stuk over hebben gehad. Dat-wat-kijkt-ben-jezelf. Wanneer je dat door en
door beseft, valt er überhaupt niets aan te doen. Er valt alleen maar waar te
nemen hoe het is. Dat waarnemen, het objectieve zien, is dan de enige handeling
die verricht wordt. De zoeker lost op in zichzelf.
De zoeker
Wanneer wij het over de zoeker en het gezochte hebben,
hebben wij het in wezen over verschillende kwaliteiten van bewustzijn:
Het feit is het objectieve gebeuren. Maar wij nemen dat
maar zelden waar, omdat ons denken zich altijd met ons waarnemen bemoeit.
Bij het denken vindt altijd een afstemming plaats op
datgene wat in het geheugen ligt opgeslagen aan oordelen over zichzelf en zijn
omgeving. Mensen zien niet objectief, maar beschouwen datgene wat gezien wordt
vanuit min of meer vastgelegde normen en waarden en op basis van projecties.
Daarom zal ook het kijken al beperkt zijn. Men maakt -onbewust of bewust- keuzes
in wat men wil zien. In elke keuze ligt al een beperking. Men ziet niet 'Dat-wat-is.'
De mens torst dus vrijwel altijd een op zichzelf gericht
middelpunt met zich mee. Kijk maar eens hoe mensen foto's kijken. Men let
vrijwel altijd op zichzelf. Ook bij foto's van anderen of voorwerpen, is er
altijd het persoonlijk oordeel, het op zichzelf gerichte middelpunt, waarbij men
zich nooit afvraagt of het wel nuttig is constant dit soort oordelen in zich mee
te dragen.
De tweede laag is het zien van de totaliteit van wat er
hier (1 en 3) gebeurt. Er is dus een achterliggend bewustzijn aanwezig, een
bewustzijnslaag waarvan de mensen zich normaal niet bewust zijn. Deze tweede
laag is de getuige, de geest die alles waarneemt, maar een naam er aan geven
is in feite al te veel. Er is een 'iets' in ons die zuiver waarneemt wat zich in
(1 en 3) afspeelt. Dat is in wezen de werkelijke aard van ons bewustzijn, die is
zoals zij in zichzelf is. De clou is, dat dit tweede bewustzijn niet met
woorden, gedachten en dus met menselijke oordelen en conclusies werkt. Het is
puur bewustzijn, dat al het andere, dus ook 1 en 3 omvat. Het is zelfbewustzijn,
omdat dat iets is dat weet heeft van zijn aanwezigheid. Bewustzijn is Eén.
Wanneer men zich van zichzelf - als zoeker, als mens, als
persoonlijkheid met eigenschappen -bewust is, zijn er twee instanties aanwezig.
Het Ene en de constateerder van het Ene. De zoeker en het gezochte. Dan bestaat
voor jou het Ene al niet meer, want je bent je bewust van twee toestanden.
Daarom is elk denken, en elk doen teneinde de eenheid te bereiken uit den boze,
want bij elk denken en elk doen is minimaal die extra instantie, het zich bewust
zijn van de denker of de doener, aanwezig. Deze
instantie is onze enige constante. Je kan dit bewustzijn nooit vinden, want je
bent het zelf. Dat-wat-ziet, dat-wat-hoort, dat-wat-voelt, dat-wat-ruikt,
dat-wat-proeft, dat ben je allemaal Zelf.

Niet jouw 'ik', want dat bestaat uit het denken. Zodra je
dat-wat.. zoekt, kan je het nooit vinden, want de zoeker heeft zich losgemaakt
van 'dat-wat...' Je kan je niet naar je Zelf omkeren, want je bent dat al. Degene, die zich losmaakt van die kern, de onderzoeker staat er direct helemaal
buiten en kan nooit zien wat zich van binnen afspeelt. Wanneer je steeds meer
één wordt met dit bewustzijnsniveau, dan resteert er feitelijk alleen dat
objectieve kijken. Dat zien, dat kijken behoeft geen kijken met de ogen te zijn.
Wij bedoelen daarmee het waarnemen van het feit, ongeacht hoe dat bij ons
binnenkomt. Alle zintuigen zijn in een dergelijke staat maximaal actief, zonder
dat er een 'ik' erop let hoe de informatie binnenkomt. Het is een staat van
aandacht, die natuurlijk is.
Aandacht mag dan ook geen inspanning zijn. Het zien
is een waarnemen van het feit 'an sich.' Het is geen ervaren, het is bewust
zijn, zonder zelf bewust te zijn van dat bewustzijn. Daarbij komt geen denken
aan te pas. In dat kijken, in dat zien dus is er geen oordeel (want er is geen
taal), dus valt het feit van b.v. het gefrustreerd zijn weg. Je kan immers geen
twee dingen tegelijk doen. In aandacht valt ook de scheiding weg met het Al,
want in aandacht kan het feit van de scheiding worden waargenomen. Daardoor valt
die scheiding als eigenschap van jou weg. Aandacht is een kwaliteit die buiten
de dualiteit van tijd en ruimte staat. Aandacht is ook niet manipuleerbaar. In
aandacht smelt alles samen. Het waarnemen, de waarnemer en het waargenomene
blijken hetzelfde ding te zijn. Je hebt niets meer om naar te kijken. Er is
alleen het zien. En dat zien kàn gewoon de eigenschap van het afgescheiden zijn
niet bevatten. Jij bent er ook niet meer, want dat jij bestond uit de scheiding,
de begrippen, de herinneringen, de oordelen. Er is alleen zien. Zien is alleen
zien. Dat kan in zich geen andere kwaliteit hebben. De factor boosheid of
frustratie is er gewoon niet meer. Die is opgelost in de samentrekkende
beweging. Er is geen waarneembare kwaliteit, want dan onderscheid je weer een
waarnemer (die beoordeelt) en het (te beoordelen) waargenomene.
Aandacht -zo wordt door de Meesters gesteld- is ook
liefde. Liefde is zonder keuze, zonder voorwaarden. Aandacht is dus ook
gevoel, maar een Gevoel dat wij in onze normale -dualistische- staat niet
kennen. Het leren voelen is een weg om in het Hier en Nu, in 'Dat-wat-is' te
komen. Je doet niet meer, maar je bent. Ga je echter in je 'gevoel' als poging
zitten, dan schep je alleen illusies. Elk gevoel dat je waarneemt, is niet jouw
essentie. Volledig in het Hier en Nu leven houdt in, dat je meegaat in de stroom
van het leven. Er is geen zelfbewustzijn, er is geen controle van wat er
gebeurt. Het valt niet te beschrijven. Je valt volledig samen met het leven en
je ontvangt de energie en de creatieve impulsen vanuit het leven zelf. Je bent
niet meer in verzet. Je remt niet meer en je overhaast niet. Alles gaat zoals
het gaat. Dan is er -vanzelf- aandacht.
Ontkennend denken
Het bestrijden van het denken heeft geen enkele zin. Je
bestrijdt in wezen een deel van jezelf en dat geeft per definitie conflict. Het
denken zal zich eindeloos tegen dit soort pogingen verzetten. Je zal in de
eerste plaats het denken zelf tot inzicht moeten brengen, dat slechts via een
lege geest de Waarheid zich zal openbaren. De Waarheid maakt immers geen deel
uit van het gebied van het denken.
Het denken zal zelf bereid moeten zijn een stap terug te
treden en uiteindelijk zichzelf moeten oplossen (behalve natuurlijk het zgn.
functionele denken, weten wat je moet eten, wat gevaarlijk is, etc.). Je zal
volgens veel mystiek scholen daarvoor moeten leren ontkennend te denken. Dat wil
zeggen, dat je alles wat het denken ooit heeft voortgebracht en nog steeds voortbrengt
radicaal afwijst, naast je neerlegt. Alles wat gekend wordt, dien je te laten
vallen.
In de hele menselijke geschiedenis is het nooit op basis
van bewuste inspanningen fundamenteel gelukt om de mensheid massaal te
transformeren. Er heerst op aarde nog steeds dezelfde ellende als tevoren.
Slechts individuen zijn er in geslaagd tot Verlichting te
geraken, maar de menselijke cultuur is daar nooit blijvend door veranderd.
Miljoenen hebben gemediteerd, gebeden, gezwegen, zich ingespannen, gezongen.
Tienduizenden hebben zich van seks onthouden, hebben hun leven lang gezwegen,
hebben gevast. Maar wat is het resultaat? Het lijden duurt nog immer voort. Al
diegenen volgden allemaal methoden om 'Dat' te bereiken, wat een zinloze weg is.
De oplossing is nooit binnen het menselijke denken te vinden. Je moet radicaal
buiten het veld van het denken zien te komen. Alles wat ooit geprobeerd is door
de mens moet radicaal afgewezen worden. Niets, geen enkele methode heeft volgens
Krishnamurti geleid tot een fundamentele omwenteling in de Geest. Wanneer we dat
alles radicaal afwijzen heeft het denken, het brein geen enkele richting meer om
in te slaan. Er is alleen maar zwijgen op dat punt, en op dat moment, waarop het
brein zich bevindt. Er rest dan alleen een staat van gewaarzijn.
Anderen stellen dat ontkenning weer een grens legt, immers
ook het denken is een deel van het Geheel.
Onze stelling is dat alles wat door de getuige, ons zelf,
kan worden waargenomen weliswaar feiten binnen het Al zijn, maar niet het
Essentiële is. Ontkennen is geen handeling, maar het ontbreken daarvan. Kijk er
alleen maar, maar identificeer je nergens mee. Laat de conclusies voor wat zij
zijn. Alleen de werkelijke ervaring, dat het feit (1) is, is van belang. Zie wat
je ziet, hoor wat je hoort, voel wat je voelt.
Maar: Doe er niets mee! Zodra het
denken gaat oordelen, becommentariëren, verwerpen, aanvaarden, zit je buiten
het Hier en NU. Wees louter getuige van het leven, zoals het zich aandient.
Laat het deel (wat jij bent) niet het Geheel proberen te vatten en zijn wil
opleggen. Het merkwaardige voor ons doelgericht denkende wezens is, dat in het
getuige zijn wij de deur pas kunnen openen voor wijsheid, liefde en
creativiteit. Het Leven kan nu bij je komen, omdat het leven, het bewustzijn, de
Geest nu net die aandacht IS.
Het grote falen
Krishnamurti heeft zijn hele leven besteed om de mens te
helpen de logica van zijn lering te laten inzien. Hoeveel hij vele volgelingen
had, waren er maar weinig of zelfs geen, die de lering dusdanig hadden
begrepen en in hun leven toegepast dat zij tot die Andere Staat waren gekomen.
Krishnamurti heeft daarvoor niet de ogen gesloten. Aan het eind van zijn leven
heeft hij in uitgebreide en zeer diepgaande gesprekken met o.a. zijn biografes
Pupul Yayakar en Mary Lutyens uitgesproken het te betreuren dat slechts weinig
mensen hem praktisch begrepen hadden en hem daadwerkelijk konden navolgen. Het
was voor hem onbegrijpelijk (en wellicht moeilijk te aanvaarden) dat sommige
aanhangers hem soms 30 jaar lang trouw aangehoord hadden, zonder in de door hem
aangegeven staat van zuiver bewustzijn, stilte en liefde te komen. Zo simpel is
het dus kennelijk niet. Waarom kon vrijwel niemand hem volgen? Zo maar in het
onbekende te kunnen stappen was kennelijk voor een enkeling een kwestie van
genade, doch voor de overgrote meerderheid een kwestie van met heel veel energie
en hartstocht oefenen. Dat wil niet zeggen dat je je vreselijk moet inspannen,
tenzij je je tevreden stelt met een staat van zijn, waarin het denken
enigszins is teruggedrongen en je alerter bent dan voorheen op het voelen als
waarneming en bewustwording.
Zen noemt dat soort streven het verwerven van Jokiri:
het ontwikkelen van louter concentratievermogen, teneinde daar gezonder van
te worden. Of maken we met ons allen een vreselijk grote fout? Wij hebben het
allemaal zo straks allemaal uitgelegd. Wij weten nu waar wij niets kunnen doen.
Maar, doen we nog steeds niet teveel ons best vanuit dat deel van de Geest, dat
verantwoordelijk is voor alle angst en ellende? Krishnamurti zag inderdaad als
belangrijkste oorzaak van dit falen, dat teveel zoekers proberen vanuit
zichzelf, het bekende, het 'ik' (het denken, de taal, de concepten, de beelden,
de verwachtingen) het onbekende te betreden. Alleen het willen ontsnappen
aan dat wat wij afwijzen is al een stap teveel.
JE KAN IMMERS VANUIT HET BEKENDE NOOIT HET ONBEKENDE
BINNEN
TREDEN. JE KENT N.L. GEEN WEGEN.
|
|
Zodra je een Weg hebt, is hij al afgesloten. Zodra je je
n.l. tot doel stelt het onbekende te willen bereiken, kan je er al nooit meer
komen, want het doel wordt vanuit het bekende geformuleerd. Je put n.l. je
verwachting, van hoe het onbekende er uit moet zien, uit datgene wat jij je
kan voorstellen (allemaal bekende - meestal geïdealiseerde- beelden). En dat
doe je met behulp van begrippen, die ook tot het bekende horen.
DUS JE BLIJFT BINNEN HET DENKEN, BINNEN HET BEKENDE !!
Jung bevestigde ook dat het denken nooit tot een sluitend
begrip van de werkelijkheid kan komen. Het denken is maar één van de vier
psychologische kernfuncties. Je hebt ze allemaal nodig om het leven te
kunnen vatten. Met een deel kan je nooit het geheel bevatten. Dus, onze opgaaf
is in feite dat we iets moeten doen (want als je gewoon maar door leeft gebeurt
er niets) zonder dat we iets mogen doen! Kom daar maar eens uit. Wij zaten
daarstraks ook al met dit dilemma.
Krishnamurti heeft nog een volgende Weg uit dit dilemma
aangegeven: Hij begon met deze erkenning dat jouw geest(als mind, verstand) het
geheel is. Je beseft immers al snel, dat je noch de natuur om je heen, noch
jezelf hebt bedacht en geschapen. Met dit jezelf te realiseren stel je je
vervolgens met alle energie, die je hebt, de vraag: "Hoe zou dat deeltje
het Geheel (dat onbekend is) kunnen vatten ?" Het denken loopt zich stuk op
deze vraag. Het enige antwoord kan alleen maar zijn: "Hoe kan 'ik' dat ooit
te weten komen met mijn beperkte verstand?"
De mens kan nooit over een oceaan springen. Hij kan wel naar de maan
wijzen, maar hem niet pakken. Je hèbt domweg geen antwoord, omdat jouw
middelen ontoereikend zijn. Het onderdeel (je kleine verstand) kàn nooit het
geheel, dat verantwoordelijk is voor jouw bestaan, bevatten, zoals de hand nooit
zichzelf kan grijpen of het oog zichzelf kan zien. De geest kan zichzelf niet
bevatten, laat staan datgene wat voor zijn bestaan verantwoordelijk is. Elke
wilsinspanning van jou is per definitie tevergeefs. Elke beweging houdt het
denken, het 'ik' in stand. Elk doen, maar ook elk niet-doen is een activiteit
van een handelend 'ik.' Je kunt geen kant op. Het verleden biedt geen oplossing,
het heden is onvindbaar en daar waar je wilt komen is aan alle kanten
afgesloten. Alle routes zijn afgesneden. Je kan helemaal niets doen. Zodra je
iets doet, ben je weg. Zodra je iets wilt, ben je verloren. De kleinste beweging
is fataal, want het is al een beweging van het denken.
Op het moment dat je je (of jouw denken zich) dat
realiseert, ben je eruit! Je hebt geen antwoord, jouw denken heeft geen enkel
antwoord, er zit niets in zijn geheugen wat hem uit het dilemma kan halen, dus
jouw denken valt stil, er valt niets meer te bereiken, jouw 'ik' houdt op te
bestaan en pas dan kan het onbekende zich bij jou aandienen!
Dus, met andere woorden:
Er valt echt helemaal niets te doen. Er valt helemaal
niets te ondernemen. Zelfs het willen, doet je er al van af bewegen. Zodra je
ook maar iets doet, al is het maar een zucht, een korte gedachte, een vrome
wens, een besef van het waarnemen, van het willen, dan is jouw 'ik', jouw
denken, jouw wil al weer actief. Wanneer je iets ambieert dan zet je een stap
uit jezelf, wanneer je iets weigert, ontken je iets wat bestaat. Wanneer je
actief bent om iets te bereiken ontken je het Hier en Nu. Daarom stelt de 'leer' steeds weer: "Doe niet je best, doe niets, laat het
los." "Maar", zo zal de lezer nu opmerken, "nu wij samen dit
lezen en begrijpen, valt ons dat andere nog niet toe, hoe zit dat dan?"
"Ja", zeg ik dan, "zo gemakkelijk gaat het
natuurlijk ook weer niet." Verlichting is geen prestatie, welke wij op een
presenteerblaadje kunnen aanbieden. Verlichting komt voort uit de volledige
erkenning van het Hier en Nu, wanneer elke beweging van het denken is
opgehouden.
Het vanuit zichzelf zwijgen van het denken zal pas dan
geschieden, wanneer je in een totale toestand van hopeloosheid verkeert, waarin
alle voorgaande pogingen tot inzicht en transformatie zijn vastgelopen. Dat
kan vele levens in beslag hebben genomen. Zolang je denken ook maar één
werkzame weg denkt te zien, gaat het het weer proberen. Het besef moet er door
en door zijn dat er niets meer te proberen valt, niets maar dan ook helemaal
niets. Al die pogingen hebben het onontkoombare besef doen groeien dat er
helemaal absoluut en totaal geen enkele werkbare opening naar het onbegrensde
is. Alles stokt dan uiteindelijk, in totale opgave. Er is maar één
doordringend besef en dat is dat er geen enkele werkzame weg meer open is.
Niets, geen enkele inspanning, heeft je daar gebracht waar je wilde zijn. Je
bent letterlijk ten einde raad. Je weet echt niet meer waar je het zoeken moet.
Het is ook niet door een activiteit te vinden. Er is absoluut geen Weg. Je hebt
echt alles geprobeerd. Je bent in een zware stress geraakt. Zo dicht bij en toch
zo ver weg. Je geeft het op. Heb je daarvoor je leven opgeofferd? Laat maar
zitten, al die pijn, al die inspanning, al dat lijden, alle dure cursussen, al
die guru's, alles is tevergeefs geweest. Je denken geeft het op, het weet geen
oplossing meer. Alle wegen zijn afgesneden. Alles wat je doet -hoe subtiel ook-
is verkeerd. Zelfs jezelf voelen, hoe subtiel ook is teveel gebleken. Einde,
uit, finito, ik stop ermee. Je besluit alles op te geven en je leven te gaan
leven.
En dan -wellicht- het wonder. Het denken valt ineens
-vanuit zichzelf- stil. Er valt dan werkelijk een hele diepe stilte. En dan
pas -heel stil of als een overdonderende ouverture- kan dat andere, dat er
altijd al was, het Al-bewustzijn aan je toevallen. Niet als een beloning voor
jouw prestaties, niet op basis van een slimme truc om stil te zijn -want dat is
ook weer doen- maar vanuit zichzelf, niet af te dwingen, door geen enkele actie
over te halen.
En wanneer Datgene waar je vroeger naar op zoek was -tot
je het opgaf- er is, BEN JIJ ER NIET MEER. Er is niemand meer om trots te zijn
op het Grote Succes 6.
Je Ego is vernietigd, want dat bestond uit je denken, met
al zijn beelden, herinneringen, conditioneringen, projecties en strevingen.
Het was jouw 'ik' -jijzelf dus- die als eerste veroorzaker van de scheiding
tussen jou en de Eenheid in de weg stond. Jijzelf was de grote afscheider,
jijzelf was de enige hindernis. Zodra een kind een besef van zichzelf krijgt, is
het afgescheiden van de Eenheid en rest alleen een vage herinnering. Het besef
van jezelf, is dus het gevoel van die grens zelf, want er was immers een jij dat
waargenomen wordt door iets anders. Je bent zelf de afscheider. Zolang er een
'ik' is, is er een ander. En tussen die twee is een grens en is conflict
onvermijdelijk. Wanneer er een ervaren van de Eenheid is, terwijl er een
toekijkend en ervarend 'ik' aanwezig is, is er geen Eenheidservaring. Eénheid
ìs en kan zichzelf nooit ervaren. Eénheid is. Het Leven is. Er mag ook geen herkenning
zijn, want dat vooronderstelt het tegenkomen van iets dat toch gekend is, anders zou je het niet als zodanig kunnen herkennen. Het
Zelfbewustzijn moet totaal en radicaal weggevallen zijn, er mag geen milligram
ik aanwezig zijn, dat iets ervaart, want anders zit er weer een factor tussen de
ervaring en jouw essentie. Een toestand van zelfbewustzijn, sluit altijd -per
definitie- dat 'Andere' uit.
Wat rest is een toestand van ZIJN, waar de natuur verder
jouw bestaan regelt. Er is dan een 'in het Zelf glijden', in dat wat je van
nature bent. Dat gaat vanzelf, pas nadat je werkelijk hebt ingezien, dat je
helemaal niets kan doen om 'Dat' te bereiken.
Dialoog
De leer van Krishnamurti wijst dus elke methode af om tot
inzicht te geraken. De basis vormt het door-en-door, maar niet
intellectueel, doorgronden van zijn denkbeelden, opdat het brein, het
denken zelf, doorziet dat het door zijn eigen functioneren komt, dat de mensheid
in een toestand van dualiteit en dus lijden blijft verkeren. Wanneer dit Inzicht
uiteindelijk doorbreekt zal het brein zelf tot zwijgen komen.
De hersencellen komen tot rust en maken ruimte voor een
vrij kunnen functioneren van de Geest. Deze Geest heeft geen verklaringsgrond,
hij is onkenbaar. Het is datgene, waarin alles verschijnt, het meest zuivere dat
wij kunnen bereiken. De Geest is aandacht. Aandacht kan je niet beoefenen, want
dan is er weer een 'doen.' Er is alleen het beseffen van het feit dat je niet in
een toestand van aandacht bent, wat je weer in een toestand van aandacht brengt.
Er is dan het waarnemen van de gedachten, waardoor je je niet identificeert met
deze gedachten, tenzij je weer gedachten over dit waarnemen toelaat. Dan zit je
weer in je denken.
Het leren voelen van je eigen aanwezigheid is naar onze
mening een eerste vereiste op dit pad. Je lichamelijkheid is n.l. een volledige
uitdrukking van de Geest. Wanneer je niet permanent in een gevoelsrelatie met je
lichaam bent, ben je letterlijk niet aanwezig. Je bent dan geen Heer en Meester
over je lichaam. Hoe zou je dat dan over je Geest kunnen zijn?
Wanneer je in een permanent lichaamsbewustzijn bent, kan je leren
vanuit die basis in een staat van gewaarworden te komen. Misschien is er naast
het besef niet in aandacht te zijn, toch één methode te geven, n.l. die der
dialoog7.
De dialoog werd door Krishnamurti en zijn vrienden gebruikt om diep in een
vraag, in een probleem door te dringen. De dialoog houdt in dat een groep zich
op een vraag werpt met als intentie dat de vraag zelf zijn antwoorden genereert.
Het denken moet stil zijn, en zich niet naar een antwoord toebewegen. Er is geen
vraag, wie het juiste antwoord bedenkt. De vraag moet zo rondgaan, dat de
(collectieve) geest zelf gaat antwoorden, en niet de aan de individuen verbonden
verzameling van denkbeelden en overtuigingen.
Elke Ego-manifestatie als trots op het antwoord of woede
om het niet begrepen worden, brengt je direct uit de dialoog. De persoon als
zodanig doet er niets toe. Van belang is de onderzoekende Zijnstoestand,
waarin de onderzoeker op een gegeven moment oplost en de 'waarheid' zich kan
openbaren.
Wees daarom
voorzichtig met diegenen, die prat gaan op hun staat van Verlichting. Zij
zijn niet de Meesters, die je zoekt. Zie Jayakar:
Krishnamurti p. 128
|