V+D: Deel 3  

 

Startpagina
Naar boven
Inhoudsopgave
Nieuw!
Chakratherapie
Spirituele Therapie
Counseling
Zelfonderzoek
In English...
Links
Toelichting
Personalia    
Routebeschrijving
   
      

Page copy protected against web site content infringement by Copyscape  

© R. Ek 2009

Ga naar Chakratherapie

Chakratherapie

Eckhart Tolle

  Bob Adamson

Sri Nisargadatta

Sri Ramana

Hier staat een klok die bij U niet kan worden weergegeven



     

Bezoek mijn Blogspot  Inzichten Advaita:    Klik op mijn foto. 


E-mail mij
   


Klik de plaatjes aan!
  


Laatste wijzigingen:
26-03-2009

 

 

 



©Richard de Vries, Rotterdam

 

Zelfherinnering 

Wij kunnen nooit één magische stap zetten.

-         Wij zullen eerst onze innerlijke verdeeldheid moeten oplossen. Hoe kunnen wij immers de Eenheid ervaren, wanneer wij innerlijk nog verdeeld zijn? Zolang wij ons kleine zelf erkennen, en de rest van het menselijke potentieel buitensluiten, vertegenwoordigen wij maar een heel klein stukje van de mens. Wij zullen onze verstopte afwijzingen en uitsluitingen in onszelf moeten accepteren. Wij zullen alles wat je hebt voortgebracht en wat de mensheid heeft voortgebracht, bewust in de ogen moeten durven kijken.

-         Daarna zullen wij de ervaren scheiding tussen onze geest en ons fysieke lichaam moeten oplossen. Vandaar dat het leren voelen zo belangrijk is.

-         Zuiver voelen is zuiver registreren van wat aanwezig is. We nemen zo direct het 'Zijn' waar. We starten daarmee vanuit het voelen van ons lichaam. Daarna leren we de ruimte om ons heen te voelen. Wanneer we in staat zijn de oneindige ruimte te voelen, is het voelen -zo zul je zelf ervaren- die ruimte zelf! We zijn dan nog niet één met dat 'Totaal Andere', want wij ervaren het vanuit onszelf, maar wij hebben al een beetje een idee van wat ons te wachten staat.

Het leren voelen ofwel van jezelf bewust te zijn is dus een eerste stap naar transformatie. Volgens Ouspensky is dit zelfs de essentiële stap. Overige zintuiglijke functies als zien en horen brengen je in eerste instantie in contact met je omgeving, de stoffelijke aarde, met zijn miljoenen uitingsvor­men. Het voelen echter brengt je in direct contact met jezelf en vormt de primaire sleutel tot het vinden van je diepere wezen. Het is de basis van de 'gevoelsleer' Maar op dit moment zijn de meeste mensen zich niet van dit belangrijke feit bewust. Ze leven wel, maar beseffen niet dat zij het niet zijn, die leven, maar dat zij zich laten leiden door allerlei (meest onbewuste) impulsen. Wanneer je niet in het directe gewaarworden of in het gevoel zit, en dat als gemis gewaar wordt, kan dat via dat bewustwordingsmoment gecorrigeerd worden. Dat moment blijkt een vrijwel magische betekenis te hebben. Het is de sleutel tot bewustwording. Ouspensky noemt dat moment van wakker worden uit je slaap "zelfherinnering." Het is niet alleen het moment van het ontdekken dat je niet in het lichaamsgevoel zit, maar ook van het ontdekken dat er een objectieve waarnemer in je huist. Dat proces, of liever dat moment, vormt de sleutel van het hele proces van bewustwording en transformatie. 

Schellenbaum onderscheidt daarbij het volgende proces:

De getuige

We zijn in een vorig deel (in dit geval: op de rest van mijn website) de Getuige al tegengekomen. De zwijgende, immer toekijkende kern van je Wezen, wier aanwezigheid je je wel kan realiseren, maar die je onmogelijk blijkt te kunnen benaderen. Ik vermoedde toen (1992) reeds dat ik met de ontdekking van de Getuige een belangrijke sleutel m.b.t. het vraagstuk van transformatie in handen had gekregen.

Een sleutel die -bij nadere bestudering van een paar meter bibliotheekstellingen- vele anderen natuurlijk ook al ontdekt hadden, zoals Saswitha (in zijn boek de Swabhawat), Krishnamurti, de Jnana-Yoga en Zen.  

Wij kwamen tot de conclusie dat de Getuige, het altijd aanwezige waarnemen, of wel Aanwezigheid, alleen registreert, toeziet, hoort, ruikt en proeft.  

De Getuige ofwel datgene wat voor ons maximaal waarneembaar of ervaarbaar is, is puur geest ofwel bewustzijn. Wij zijn dat Zelf, zonder al onze persoonlijke eigenschappen, zonder de zoeker. De getuige -zal uiteindelijk blijken- is het bovenpersoonlijke Zelf, dat wij zoeken. Het is het Zelf dat niet van onszelf is, maar dat wij bewuste wezens met elkaar delen. Er is maar één Zelf, dat in ieder in ons aanwezig is. Jung lokaliseert dat Zelf in het Collectief Onbewuste.

Wij zijn -een bekende parabel- als golven in de zee. De golfpunt, is ons bewustzijn, ons ervaarbare zelf. Elk mens heeft een persoonlijk onbewuste, waarin alle niet-geziene en afgewezen menselijke eigenschappen liggen opgeslagen. Daarin ligt ook de Schaduw. Onder het grensgebied liggen de archetypen die diep in het Collectief Onbewuste verankerd liggen. Het Collectief Onbewuste is een grotendeels onbekend gebied, dat wij ook liever het Collectief Psychisch Onbekende zouden willen noemen.

Sri Ramana Maharshi stelt dat het Zelf het alles is. Alles wat wij zien is het aangezicht van God, Hier en Nu op deze plaats, op dit moment. Realiseer je door en door wat hier gezegd wordt! Besef de grootsheid van deze uitspraak. Wij zitten nu midden in het wonder. De Getuige is van ons allen! Wij zijn die Ene Getuige! Er zijn geen 7 miljard getuigen op aarde, er is er maar één. De taal weet dat al lang. Zo spreken wij wel over oren en ogen in het meervoud, maar hebben wij het over bewustzijn in enkelvoud. Wij hebben het over 'ieders bewustzijn.' Wij hebben het niet over jullie 'bewustzijnen.'  

Wat Sri Ramana Maharshi ons leert is dat jouw diepe besef van 'mijzelf' of het bekende 'Ik Ben' hetzelfde is als mijn besef van mijzelf. Jouw 'Ik Ben' is precies dezelfde als mijn 'Ik Ben.' Stel je de implicaties hiervan voor!

De Getuige is dat wij met zijn allen delen, het Ene, het Eenheidsbewustzijn ofwel het Zelf zelf in actie! Wijzelf, elke golf, alle golven, dus alle bewuste wezens zijn de verscheidenheid binnen dat Ene.

Wij zijn in principe niet gescheiden van de rest van de mensheid. Iedereen is onszelf, zelfs het hele Universum is onszelf! 

Wij zijn niet afgescheiden als golf van de andere golven, maar wij zijn met zijn allen de Zee, dus water. Wanneer de golf inzakt (ofwel sterft) is de golf weg, maar wij blijven de zee, ofwel water. Ons 'ik' sterft, de getuige, het 'Ik Ben-principe' sterft nooit. Het bewustzijn blijft. Ik ben er nu en ik ben er straks. Ik kan inslapen, maar straks ben ik er weer. Wij zijn één ding. Dat-wat-in-ons-ziet of -hoort is die getuige. M.a.w. het Al, het Ene, Brahman, God of Allah kijkt niet alleen door onze ogen en luistert door onze oren, enz., maar wij zijn het allemaal zelf!  Zo dicht bij is dus datgene wat je zoekt! Je bent het allemaal Zelf. Wanneer je je derhalve bewust bent vanuit (als) de getuige ben je verlicht. Het is alleen ons denken, ons foutieve gevoel van afgescheidenheid, dat ons scheidt van het Ene. Met deze kennis (of dit geloof) is de doorbraak nog niet gerealiseerd. Maar wij hebben dit inzicht nodig, om ons denken rijp te maken voor de gedachte, dat het het denken is, dat de enige hinderpaal is naar verlichting. Keer op keer, steeds in andere bewoordingen zullen wij daarom hetzelfde principe uiteenzetten, tot het denken zelf zijn verzet tegen deze opvattingen opgeeft en ruimte maakt voor het ware inzicht. Het enige wat we echter voorlopig kunnen doen is e.e.a. te overwegen, en voorts in ons zelf kijken en om ons heen kijken en zien wat dat met ons innerlijk doet. Ons eigen gebied van gewaarwording en realisatie van onze aanwezigheid is immers het enige wat we direct kunnen waarnemen.  

Het denkeiland 

Maar je gaat hier zo snel de mist weer in. Wanneer je je bewust bent van het feit dat je aandachtig bent, ben je het niet meer, want het 'ik' heeft zich voor de aandacht geplaatst. Er is alweer een onderwerp en gezegde: ik ben aandachtig. Aandacht is voldoende, is het enige toegestane. Want wanneer je daarna aandachtig probeert te blijven, is het 'je' ofwel het 'ik' alweer actief, dan concentreer je je en heb je jezelf al weer een doel gesteld met behulp van het denken. Je hebt een keuze gemaakt van hoe je wilt kijken en waarnaar. Dan sta je al weer buiten de werkelijkheid van het Hier en Nu. Je denken heeft heel subtiel, maar zonder pardon het roer weer overgenomen.

Een doel stellen betekent dat je iets buiten jezelf hebt ge­plaatst, wat je dan moet zien te bereiken. Zo is tijd en ruimte geschapen, tussen het 'ik' en de ander. Waar scheiding is, is een grens, een binnen en een buiten en daartussen bestaat per definitie conflict. Je zult het gezochte nooit zo bereiken. Want het zit al in je. Je bent het al. Alleen iets in je moet dat herken­nen en aanvaarden.

Dat in-zicht valt je op een gegeven moment toe, geheel vanzelf, moeiteloos, dat is dan de transformatie, die als vanzelf tot stand komt. Dat kan nooit via de denker, die JIJ bent. Via de denker, het 'ik', kunnen wij nooit de werkelijkheid kennen. Wij moeten alle uitingen van het denken -wat het 'ik' in zich herbergt, wat het 'ik' is- ontkennen om tot het ware bewustzijn te komen. Maar ook dat mag weer geen inspanning zijn. 

Krishnamurti legt eindeloos en in vele varianten uit hoe subtiel dat proces van het in een staat van zuiver gewaarworden of waarne­men of in aandacht komen is. Niet alleen zwerf je al gauw weg in gedachten of in de dagelijkse routines, maar: in het doen zelf beginnen al principiële problemen.

Doen is niet de Weg:

  • Zodra je het doet, ben je al weer uit het gewaarzijn. 

  • Zodra je iets herkènt als staat van zijn, ben je er alweer uit. 

  • Zodra je poogt om er weer in te geraken, kom je er niet meer in.

  •  Zodra je een vraag wilt stellen, plaats je je er buiten.

Er dient geen enkele beweging te zijn binnen en vanuit het denken. Zodra er een beeld, een voor­stelling, een begrip, een gewenste richting is, is er alweer een activiteit van het denken. Doe je echter helemaal niets door je leven te leven, gebeurt er ook niets, want je vervalt onmiddellijk weer in allerlei automatismen. Ook niets doen is wat doen, want je laat n.l. bewust iets na, waarvan je veronderstelt dat dit je anders fataal wordt.  

Maar -en dit is het cruciale probleem- er is dan altijd nog een waarnemer, die zich heeft afgeschei­den van de waarneming. Er is immers in beide situaties een 'ik' actief, die iets nastreeft. Dan ontstaat er onmiddellijk ruimte (er is een ideaal doel gesteld, dat kennelijk nog in de verte te vinden is) en tijd (die benodigd is om dat doel te bereiken). Hoe kan je echter iets doen zonder te doen, ergens naar te streven, zonder er naar te streven, maar wat je wel moet kunnen, omdat je er anders nooit komt ? Het is om hopeloos van te worden!  

Er is maar één oplossing: Je moet je ineens aan de andere kant van de rivier bevinden, zonder dat je je dat hebt voorgenomen. Hoe kan je toch meewerken om zoiets te laten gebeuren? Wij gaan weer naar het schema van Schellenbaum: 

1)                  Allereerst moet je Inzicht hebben in de zaken, die hier besproken worden. Je moet beseffen , dat zodra er een 'ik' actief is, om iets te bereiken het 'ik' zich buiten het Hier en Nu plaatst. Hij keert zich af van het Heden en schept zich zo Tijd. Eénwording vindt alleen in het Hier en Nu plaats. Eénwording vraagt om een totaal accepteren van het heden, het afzien van elke grens van aanvaarding of verwerping. De Eenheid omvat alles, zonder uitzondering, het vraagt om een volkomen opgaan in 'Dat-wat-is.'

2)                  Inzicht betekent dat je deze zaken niet intellectueel, met je denken, met je brein, maar feite­lijk begrijpt, en wel in een zodanige mate dat je je leven er naar zal inrichten. Inzicht gaat altijd gepaard met een diep voelen. Je weet dat je weet, of liever: er is alleen weten! Er zijn dan geen marges meer om mee te marchanderen. Inzicht is het resultaat van zien, van kijken, nooit van een bewuste inspanning. In het kijken geef je je over aan jouw diepere natuur, die vanuit de diepte zal reageren op dat wat gezien is.

3)                  Je doet dit alles op grond van wat je een levensovertuiging kunt noemen. Een diep weten en accepteren, van wat hier gezegd wordt. Je weet dat je nergens meer naar kan (en behoeft te) streven, want anders kom je weer in de ban-kring van jouw denken en ben je weer actief binnen een situatie van ruimte en tijd. Het denken zelf moet ervan overtuigd zijn hoe de zaken in elkaar steken en dat het uiteindelijk -vanuit zichzelf- moet zwijgen.

4)                  Het onbekende is er, wanneer het denken zich nog niet over het feit van de waarneming heeft ontfermd. Het Werkelijke Leven is er een milliseconde voordat er een besef is ervan. Elk besef, elk ervaren is al een stap teveel, omdat er dan alweer een subject (jij dus) is dat het object (het feit) heeft herkend. Krishnamurti adviseerde uiteindelijk alleen alert te zijn op díe situaties, waarin je opmerkt dat je niet in die staat van zuiver waarnemen of aan­dacht bent. Je hoeft dan verder niets te doen, want alleen al het opgemerkt hebben dat je niet aandachtig was is aandacht en heeft je weer in die staat van aandacht gebracht. Die aandacht vanuit alle zintuigen tegelijk, brengt je in eenheid met Dat-wat-is. Je voegt n.l. niets toe. Je bent louter waarneming, één met het waargenomene. Je bent louter getuige van het leven in je en buiten je.  


Naar boven V+D: Deel 2 V+D: Deel 3 V+D: Deel 4 V+D: Deel 5 V+D: Deel 6

 
 

                     Klik op de balk!