Zelfherinnering
Wij kunnen nooit één magische stap zetten.
-
Wij zullen eerst onze innerlijke verdeeldheid moeten
oplossen. Hoe kunnen wij immers de Eenheid ervaren, wanneer wij innerlijk nog
verdeeld zijn? Zolang wij ons kleine zelf erkennen, en de rest van het
menselijke potentieel buitensluiten, vertegenwoordigen wij maar een heel klein
stukje van de mens. Wij zullen onze verstopte afwijzingen en uitsluitingen in
onszelf moeten accepteren. Wij zullen alles wat je hebt voortgebracht en wat de
mensheid heeft voortgebracht, bewust in de ogen moeten durven kijken.
-
Daarna zullen wij de ervaren scheiding tussen onze geest
en ons fysieke lichaam moeten oplossen. Vandaar dat het leren voelen zo
belangrijk is.
-
Zuiver voelen is zuiver registreren van wat aanwezig is.
We nemen zo direct het 'Zijn' waar. We starten daarmee vanuit het voelen van ons
lichaam. Daarna leren we de ruimte om ons heen te voelen. Wanneer we in staat
zijn de oneindige ruimte te voelen, is het voelen -zo zul je zelf ervaren- die
ruimte zelf! We zijn dan nog niet één met dat 'Totaal Andere', want wij
ervaren het vanuit onszelf, maar wij hebben al een beetje een idee van wat ons
te wachten staat.
Het leren voelen ofwel van jezelf bewust te zijn is dus
een eerste stap naar transformatie. Volgens Ouspensky is dit zelfs de essentiële
stap. Overige zintuiglijke functies als zien en horen brengen je in eerste
instantie in contact met je omgeving, de stoffelijke aarde, met zijn miljoenen
uitingsvormen. Het voelen echter brengt je in direct contact met jezelf en
vormt de primaire sleutel tot het vinden van je diepere wezen. Het is de basis
van de 'gevoelsleer' Maar op dit moment zijn de meeste mensen zich niet van dit
belangrijke feit bewust. Ze leven wel, maar beseffen niet dat zij het niet
zijn, die leven, maar dat zij zich laten leiden door allerlei (meest onbewuste)
impulsen. Wanneer je niet in het directe gewaarworden of in het gevoel zit, en
dat als gemis gewaar wordt, kan dat via dat bewustwordingsmoment gecorrigeerd
worden. Dat moment blijkt een vrijwel magische betekenis te hebben. Het is de
sleutel tot bewustwording. Ouspensky noemt dat moment van wakker worden uit je
slaap "zelfherinnering." Het is niet alleen het moment van het
ontdekken dat je niet in het lichaamsgevoel zit, maar ook van het ontdekken dat
er een objectieve waarnemer in je huist. Dat proces, of liever dat moment, vormt
de sleutel van het hele proces van bewustwording en transformatie.
Schellenbaum onderscheidt daarbij het volgende proces:

De getuige
We zijn in een vorig deel (in dit geval: op de rest van mijn website)
de Getuige al tegengekomen. De
zwijgende, immer toekijkende kern van je Wezen, wier aanwezigheid je je wel
kan realiseren, maar die je onmogelijk blijkt te kunnen benaderen. Ik
vermoedde toen (1992) reeds dat ik met de ontdekking van de Getuige een belangrijke
sleutel m.b.t. het vraagstuk van transformatie in handen had gekregen.
Een sleutel die -bij nadere bestudering van een paar meter
bibliotheekstellingen- vele anderen natuurlijk ook al ontdekt hadden, zoals
Saswitha (in zijn boek de Swabhawat), Krishnamurti, de Jnana-Yoga en Zen.
Wij kwamen tot de conclusie dat de Getuige, het altijd
aanwezige waarnemen, of wel Aanwezigheid, alleen registreert, toeziet, hoort, ruikt en proeft.
De Getuige ofwel datgene wat voor ons maximaal
waarneembaar of ervaarbaar is, is puur geest ofwel bewustzijn. Wij zijn dat
Zelf, zonder al onze persoonlijke eigenschappen, zonder de zoeker. De getuige
-zal uiteindelijk blijken- is het bovenpersoonlijke Zelf, dat wij zoeken. Het is
het Zelf dat niet van onszelf is, maar dat wij bewuste wezens met elkaar delen.
Er is maar één Zelf, dat in ieder in ons aanwezig is. Jung lokaliseert dat
Zelf in het Collectief Onbewuste.
Wij zijn -een bekende parabel- als golven in de zee. De
golfpunt, is ons bewustzijn, ons ervaarbare zelf. Elk mens heeft een persoonlijk
onbewuste, waarin alle niet-geziene en afgewezen menselijke eigenschappen liggen
opgeslagen. Daarin ligt ook de Schaduw. Onder het grensgebied liggen de
archetypen die diep in het Collectief Onbewuste verankerd liggen. Het Collectief
Onbewuste is een grotendeels onbekend gebied, dat wij ook liever het Collectief
Psychisch Onbekende zouden willen noemen.

Sri Ramana Maharshi stelt dat het Zelf het alles is. Alles
wat wij zien is het aangezicht van God, Hier en Nu op deze plaats, op dit
moment. Realiseer je door en door wat hier gezegd wordt! Besef de grootsheid
van deze uitspraak. Wij zitten nu midden in het wonder. De Getuige is van ons
allen! Wij zijn die Ene Getuige! Er zijn geen 7 miljard getuigen op aarde, er
is er maar één. De taal weet dat al lang. Zo spreken wij wel over oren en ogen
in het meervoud, maar hebben wij het over bewustzijn in enkelvoud. Wij hebben
het over 'ieders bewustzijn.' Wij hebben het niet over jullie 'bewustzijnen.'
Wat Sri Ramana Maharshi ons leert is dat jouw diepe besef
van 'mijzelf' of het bekende 'Ik Ben' hetzelfde is als mijn besef van mijzelf.
Jouw 'Ik Ben' is precies dezelfde als mijn 'Ik Ben.' Stel je de implicaties
hiervan voor!
De Getuige is dat wij met zijn allen delen, het Ene, het Eenheidsbewustzijn
ofwel het Zelf zelf in actie! Wijzelf, elke golf, alle
golven, dus alle bewuste wezens zijn de verscheidenheid binnen dat Ene.
Wij zijn in principe niet gescheiden van de rest van de
mensheid. Iedereen is onszelf, zelfs het hele Universum is onszelf!
Wij zijn niet afgescheiden als golf van de andere golven,
maar wij zijn met zijn allen de Zee, dus water. Wanneer de golf inzakt (ofwel
sterft) is de golf weg, maar wij blijven de zee, ofwel water. Ons 'ik' sterft,
de getuige, het 'Ik Ben-principe' sterft nooit. Het bewustzijn blijft. Ik ben er
nu en ik ben er straks. Ik kan inslapen, maar straks ben ik er weer. Wij zijn
één ding. Dat-wat-in-ons-ziet of -hoort is die getuige. M.a.w. het Al, het
Ene, Brahman, God of Allah kijkt niet alleen door onze ogen en luistert door
onze oren, enz., maar wij zijn het allemaal zelf! Zo dicht bij is dus datgene wat je zoekt! Je bent het
allemaal Zelf. Wanneer je je derhalve bewust bent vanuit (als) de getuige ben je
verlicht. Het is alleen ons denken, ons foutieve gevoel van afgescheidenheid, dat
ons scheidt van het Ene. Met deze kennis (of dit geloof) is de doorbraak nog niet
gerealiseerd. Maar wij hebben dit inzicht nodig, om ons denken rijp te maken
voor de gedachte, dat het het denken is, dat de enige hinderpaal is naar
verlichting. Keer op keer, steeds in andere bewoordingen zullen wij daarom
hetzelfde principe uiteenzetten, tot het denken zelf zijn verzet tegen deze
opvattingen opgeeft en ruimte maakt voor het ware inzicht. Het enige wat we
echter voorlopig kunnen doen is e.e.a. te overwegen, en voorts in ons zelf
kijken en om ons heen kijken en zien wat dat met ons innerlijk doet. Ons eigen
gebied van gewaarwording en realisatie van onze aanwezigheid is immers het enige
wat we direct kunnen waarnemen.
Het denkeiland
Maar je gaat hier zo snel de mist weer in. Wanneer je je
bewust bent van het feit dat je aandachtig bent, ben je het niet meer, want het
'ik' heeft zich voor de aandacht geplaatst. Er is alweer een onderwerp en
gezegde: ik ben aandachtig. Aandacht is voldoende, is het enige
toegestane. Want wanneer je daarna aandachtig probeert te blijven, is het 'je'
ofwel het 'ik' alweer actief, dan concentreer je je en heb je jezelf al weer
een doel gesteld met behulp van het denken. Je hebt een keuze gemaakt van hoe je
wilt kijken en waarnaar. Dan sta je al weer buiten de werkelijkheid van het
Hier en Nu. Je denken heeft heel subtiel, maar zonder pardon het roer weer
overgenomen.

Een doel stellen betekent dat je iets buiten jezelf hebt
geplaatst, wat je dan moet zien te bereiken. Zo is tijd en ruimte geschapen,
tussen het 'ik' en de ander. Waar scheiding is, is een grens, een binnen en een
buiten en daartussen bestaat per definitie conflict. Je zult het gezochte nooit
zo bereiken. Want het zit al in je. Je bent het al. Alleen iets in je moet dat
herkennen en aanvaarden.
Dat in-zicht valt je op een gegeven moment toe, geheel
vanzelf, moeiteloos, dat is dan de transformatie, die als vanzelf tot stand
komt. Dat kan nooit via de denker, die JIJ bent. Via de denker, het 'ik', kunnen
wij nooit de werkelijkheid kennen. Wij moeten alle uitingen van het denken -wat het 'ik' in
zich herbergt, wat het 'ik' is- ontkennen om tot het ware bewustzijn te komen.
Maar ook dat mag weer geen inspanning zijn.
Krishnamurti legt eindeloos en in vele varianten uit hoe
subtiel dat proces van het in een staat van zuiver gewaarworden of waarnemen
of in aandacht komen is. Niet alleen zwerf je al gauw weg in gedachten of in de
dagelijkse routines, maar: in het doen zelf beginnen al principiële problemen.
Doen is niet de Weg:
-
Zodra je het doet, ben je al weer uit het gewaarzijn.
-
Zodra je iets herkènt
als staat van zijn, ben je er alweer uit.
-
Zodra je poogt om er weer in te geraken, kom je er niet
meer in.
-
Zodra je een vraag wilt stellen, plaats je je er buiten.
Er dient geen enkele beweging te zijn binnen en vanuit het
denken. Zodra er een beeld, een voorstelling, een begrip, een gewenste
richting is, is er alweer een activiteit van het denken. Doe je echter helemaal
niets door je leven te leven, gebeurt er ook niets, want je vervalt onmiddellijk
weer in allerlei automatismen. Ook niets doen is wat doen, want je laat n.l.
bewust iets na, waarvan je veronderstelt dat dit je anders fataal wordt.
Maar -en dit is het cruciale probleem- er is dan altijd
nog een waarnemer, die zich heeft afgescheiden van de waarneming. Er is immers
in beide situaties een 'ik' actief, die iets nastreeft. Dan ontstaat er
onmiddellijk ruimte (er is een ideaal doel gesteld, dat kennelijk nog in de
verte te vinden is) en tijd (die benodigd is om dat doel te bereiken). Hoe kan
je echter iets doen zonder te doen, ergens naar te streven, zonder er naar te
streven, maar wat je wel moet kunnen, omdat je er anders nooit komt ? Het is om
hopeloos van te worden!
Er is maar één oplossing: Je moet je ineens aan de
andere kant van de rivier bevinden, zonder dat je je dat hebt voorgenomen. Hoe
kan je toch meewerken om zoiets te laten gebeuren? Wij gaan weer naar het schema
van Schellenbaum:
1)
Allereerst moet je Inzicht hebben in de zaken, die hier
besproken worden. Je moet beseffen , dat zodra er een 'ik' actief is, om iets
te bereiken het 'ik' zich buiten het Hier en Nu plaatst. Hij keert zich af van
het Heden en schept zich zo Tijd. Eénwording vindt alleen in het Hier en Nu
plaats. Eénwording vraagt om een totaal accepteren van het heden, het afzien
van elke grens van aanvaarding of verwerping. De Eenheid omvat alles, zonder
uitzondering, het vraagt om een volkomen opgaan in 'Dat-wat-is.'
2)
Inzicht betekent dat je deze zaken niet intellectueel, met
je denken, met je brein, maar feitelijk begrijpt, en wel in een zodanige mate
dat je je leven er naar zal inrichten. Inzicht gaat altijd gepaard met een diep
voelen. Je weet dat je weet, of liever: er is alleen weten! Er zijn dan geen
marges meer om mee te marchanderen. Inzicht is het resultaat van zien, van
kijken, nooit van een bewuste inspanning. In het kijken geef je je over aan jouw
diepere natuur, die vanuit de diepte zal reageren op dat wat gezien is.
3)
Je doet dit alles op grond van wat je een
levensovertuiging kunt noemen. Een diep weten en accepteren, van wat hier gezegd
wordt. Je weet dat je nergens meer naar kan (en behoeft te) streven, want anders
kom je weer in de ban-kring van jouw denken en ben je weer actief binnen een
situatie van ruimte en tijd. Het denken zelf moet ervan overtuigd zijn hoe de
zaken in elkaar steken en dat het uiteindelijk -vanuit zichzelf- moet zwijgen.
4)
Het onbekende is er, wanneer het denken zich nog niet over
het feit van de waarneming heeft ontfermd. Het Werkelijke Leven is er een
milliseconde voordat er een besef is ervan. Elk besef, elk ervaren is al een
stap teveel, omdat er dan alweer een subject (jij dus) is dat het object (het
feit) heeft herkend. Krishnamurti adviseerde uiteindelijk alleen alert te zijn
op díe situaties, waarin je opmerkt dat je niet in die staat van zuiver
waarnemen
of aandacht bent. Je hoeft dan verder niets te doen, want alleen al het
opgemerkt hebben dat je niet aandachtig was is aandacht en heeft je weer in
die staat van aandacht gebracht. Die aandacht vanuit alle zintuigen tegelijk,
brengt je in eenheid met Dat-wat-is. Je voegt n.l. niets toe. Je bent louter
waarneming, één met het waargenomene. Je bent louter getuige van het leven in
je en buiten je.
|