V+D: Deel 2  

 

Startpagina
Naar boven
Inhoudsopgave
Nieuw!
Chakratherapie
Spirituele Therapie
Counseling
Zelfonderzoek
In English...
Links
Toelichting
Personalia    
Routebeschrijving
   
      

Page copy protected against web site content infringement by Copyscape  

© R. Ek 2009

Ga naar Chakratherapie

Chakratherapie

Eckhart Tolle

  Bob Adamson

Sri Nisargadatta

Sri Ramana

Hier staat een klok die bij U niet kan worden weergegeven



     

Bezoek mijn Blogspot  Inzichten Advaita:    Klik op mijn foto. 


E-mail mij
   


Klik de plaatjes aan!
  


Laatste wijzigingen:
26-03-2009

 

 

 


De (niet bestaande) Weg

Er zijn duizenden wegen, en toch zijn er geen. Velen zijn op hun eigen wijze tot een doorbraak gekomen en leren vervolgens hun medemens hoe zij tot dit zelfde punt kunnen geraken. Er zijn er maar weinigen, die deze paden van anderen kunnen volgen. Verlichting is n.l. niet overdraagbaar. Waarschijnlijk heeft elke zoeker zijn eigen weg te gaan, n.l. gewoon zijn leven te leven zoals het zich aandient, maar dan niet in de onbewuste staat, die de gemiddelde mens kenmerkt.

Krishnamurti stelt ook dat er geen Weg is. Er zijn volgens hem geen methoden. Zij brengen je allen weer:

  • in je eigen fragment (want jij doet iets via een deel van het geheel, een methode, een truc)

  • in een situatie van gezag (van de methode, van je leraar)

  • in een streven (je brengt een verschil aan tussen Dat-wat-is en waar je straks wilt zijn).

Alle methoden houden je zo in het denken, dat een product is van onze stoffelijke hersenen en dat alles kan je NOOIT in het onbekende -want niet-stoffelijke- gebied brengen. Dit (wat jij bent) kan nooit naar Dat (het Onbekende). Dat kan wel naar Dit. Zodra je op (een door anderen aangegeven) Weg bent, kom je nooit meer bij jouw Doel, want het doel is waar je al bent, n.l. in het Hier en Nu, in Dat-wat-is, in jouwzelf en daar wil je nu met een enorme inspan­ning naar toe! Heb je ooit een koe gezien, die zijn best deed een olifant te worden? In wezen ben je dat aan het doen! Via heel wat traditionele methoden, verwijder je bewust en doelmatig van je uiteindelijke doel.

Er is maar één oplossing, n.l. één worden met de geest, die jezelf bent. Dat doe je door het zonder doel of opdracht kijken, waarnemen, gadeslaan van alles dat is, incl. jouwzelf vanuit de plaats en tijd, waar je nu bent. Wanneer elke beweging is opgehouden, wanneer het denken elke poging tot pogen heeft opgege­ven, dan kan het Andere zich bij jou aandienen, want je bent dan één met Dat-wat-is. Er is maar één weg, volledig één te zijn met het geheel. En dit bestaat uit het keuzeloos via al je zintuigen waar­ne­men van al dat is, in jou en om jou heen, in het stille besef dat er geen onder­scheiding is. Wat dan waarneemt is jouw Geest, welke de bron is van al jouw ervaringen en van alles wat je om je heen ervaart en ziet. Wat is dan die Geest?  

Geest

De geest is iets onkenbaars, die ken je niet. We kunnen de mooiste definities uit ons hoofd leren, maar die hebben niets met het ver­schijnsel zelf te maken. Gezegd wordt dat de Geest of het Be­wustzijn oneindig zijn, dat het Universum de Al-geest is, en dat onze geest daar een onverbreke­lijk deel van is. Het bewustzijn is dan niet van ons, maar is een alomvattende staat van zuiver ervaren, wat wij als mensen met elkaar en alle ervarende wezens in de natuur delen. Gezegd wordt dat de Geest al de scheppende creativiteit van het Universum bevat. Dat verklaart ook de Verlich­tingser­varing, waar beweerd wordt dat men het "Al" ervaart. Men ervaart zichzelf als één met de natuur. Men voelt niet alleen zich­zelf, maar elke ding om zich heen en men weet ook waarom alles bestaat en waar het naar toe gaat. De geest heeft jou voortgebracht en die kan jou wel kennen, maar jij kan de Geest niet kennen. Dus er is niemand die jou kan vertellen wat de Waarheid is, en hoe je die kan bereiken, want je zult het allemaal zelf moeten ontdekken. Maar wij kunnen je wel naar de rand brengen, van wat je kunt doen, tot je de sprong vanzelf kunt maken.

Stop met lezen en ga bij jezelf na wat bewustzijn is.

Hoe ervaar je dat-wat-is in je binnenste? Wie ben je? Wat is jouw bewustzijn; je bewustzijn van je aanwezigheid in een zichtbare en voelbare wereld. Je ervaart een continuïteit -ondanks je vele slapen- van iets, wat je elke dag weer jezelf noemt, wat voorzien is van een lichaam met enigszins stabiele trekken (maar wat in wezen in een voortdurende staat van verandering is), waaraan jouw omgeving steeds weer de zelfde naam geeft. Je concludeert dus al snel, dat ben ik, 'ik' besta! (hoewel menigeen een gevoel van vervreemding niet kan onder­drukken wanneer hij zichzelf in een spiegel op of een video ziet: "Ben 'ik' dat?").

Be­wustzijn is op zijn minst dus een weten van het waarnemen; je bent je zelf gewaar, je part­ner, je omgeving, je innerlijke bewegingen, je dromen etc, etc. Bewustzijn kan dus niet gedefinieerd worden. Het is meer dan weten dat er iets is, dat jij 'ik' noemt en de ander, die je 'jij' of de wereld der verschijnselen noemt. Maar dat laatste als onderscheid zien is ook weer gevaarlijk. Je bereikt dan nooit de eenheid.

Daarom is het volgens Krishnamurti in feite niet nodig (en in feite fataal) te weten wie iets ervaart: doe je dat dan verdeel je het bewustzijn in een 'ik' en de ander. Je ontneemt jezelf dan de kans tot zuiver ervaren. Kortom: je hebt geen bewustzijn, maar je bent bewustzijn. Bewustzijn heeft daarom met 'weten' te maken, niet met denken of geloven. Zie je rode rozen, dan is er een weten van de vorm, en de rode kleur, totdat het denken dat als roos, rood en kleur be­noemt. Het eerste beeld, de eerste flits van de zintuiglijke indruk, die later als rood benoemd wordt, is het weten. De rode bloemen worden als rode rozen benoemd door de gedach­te. Er is dan immers een begrip van kleur, van soorten kleuren en van bloemen.

Dat is dus de verworvenheid van de mens.

Die flits van het rood daarnet, de eerste zonsopgang, een kunstwerk, een mooie man of vrouw kan door het denken heen breken en een staat van 'op­eensheid', van pure heldere aanwezigheid oproepen. Het denken is dan even afwezig. Het valt dan weg en geeft ruimte voor de directe ervaring, het directe be-wust-zijn 2.

Bewustzijn hoort zo bij het Hier en Nu. Wanneer wij -niet als persoon- puur en zuiver bewust zijn, nemen wij de werkelijkheid waar. Bewustzijn is er altijd. Wij brengen het niet voort. Het was er voor dat wij er waren op aarde. We kunnen op dit moment van onze speurtocht tot een schok­kende conclusie komen. De getuige ofwel ons bewustzijn is dan geen persoonlijk bezit, maar behoort ons allen toe, of liever, wij allen zijn een aspect, een uitdrukkingsvorm van dat alomvattende bewustzijn. Mijn ervaren 'mijzelf' is hetzelfde als het mijzelf, toen ik nog een klein kind was. Het is nog hetzelfde mijzelf, wanneer ik een grijsaard ben. Mijn mijzelf is ook dezelfde mijzelf van jou, die dit leest. Dat is wat alle mystici ons vertellen. Bedenk eens wat dit betekent voor jouw relaties met je omgeving! Zelfs al was je ergens anders geboren, dan was jij nog steeds hetzelfde mijzelf. Het besef dat jij leeft, dat ik leef, dat wij leven, is het besef van één bewustzijn. Wanneer je sterft, blijft dat mijzelf intact, want het is ons aller 'mijzelf', eeuwig en van iedereen.

We zijn dus niet wat we dachten te zijn, individuen met van anderen afgescheiden, redelijk stabiele en objectieve eigenschappen. Toch ervaren we ons meestal als een zelfstandige -en van anderen afgescheiden- eenheid. Hoe komt dit? Waarom zijn wij die verbondenheid of die eenheid kwijtgeraakt? Waarom is het ondeelbare, het individu, in zichzelf en t.o.v. de wereld verdeeld geraakt?

Zelfbewustzijn

Wij leven en zien om ons heen. De waarnemingen worden in beelden en in taal opgeslagen in je geheugen. Het eigen bewustzijn vult zich met herinnerin­gen, ervaringen, beelden, gedach­ten, overtuigingen, oorde­len en vooroorde­len. Op den duur wordt het bewustzijn een soort gebouw, met regels, met geheugenvelden. Wat binnenkomt is teveel om allemaal te verwerken. Je laat niet meer alles toe tot je bewustzijn. Er gaat dan een selector en een samenvatter aan het werk, die voor jou uitkiest wat tot je bewustzijn mag doordringen. Lui als je bent berust je daarin en je wereld wordt tot een voorspelbaar gebeuren. Je hebt je al een gekleurde bril geschapen. De echte werkelijkheid kan al niet meer tot je doordringen. De mens is daarom zelden of nooit in het Hier en Nu.

Elke nieuwe impuls wordt door de hersenen opgenomen, vergeleken met een vorige ervaring, ingedeeld in een categorie en opgeslagen. Je denkt niet meer over dingen na, het is een automaat geworden. Elke gebeurtenis krijgt een label, elk ding een naam of een groeps­naam.

Krishnamurti gebruikte vaak het voorbeeld van de boom. Een boom is een boom, maar hoeveel soorten zijn er niet? Heb je wel eens aan de bast gevoeld, de blaadjes bekeken? Heb je ooit wel eens een boom gezien, zoals zij daar staat, zonder beeld, zonder botanische kennis, zonder voorkeur voor kleur of vorm?

Het woord is nooit het ding, het verschijnsel, het feit zelf. toch zijn we in woorden gaan geloven. Wij denken in woorden, alsof zij het feit zelf zijn. Wij manipuleren de werkelijkheid met behulp van symbolen. Je zegt "ik ben boos op Jan!" Wat is dat boos zijn. Heb je daar ooit naar gekeken? Waar begint het, hoe verloopt het, en waar eindigt het. Waar bestaat boosheid uit. Woorden, energie? Wie is Jan? Een naam, een beeld wat je van Jan hebt? Ken je Jan wel zoals hij is? En wie is het die boos is? Weet je wel wie jij bent? Waarom ben je boos? Wat in jou deed die energie loskomen, die je boosheid noemt? Wie in jou zag die energie en benoemde die energie als boos­heid? Je leeft, wanneer je het denken vrij laat, con­stant op conceptueel niveau, wat altijd bestaat uit het denken en wat dus nooit de werkelijkheid is. De vraag is zelfs of de gemiddelde mens wel ooit in de werkelijkheid leeft, want waar houdt men zich i.h.a. mee bezig?

Men leeft in zijn herinneringen. Alle taal en alle kennis is in feite oud. Dat is allemaal wat je hebt ervaren en opgedaan. Je richt je in je wensen op een imaginaire toekomst. Als ik dat examen maar heb gehaald, dan zal ik gelukkig zijn. Je "leeft" zo voortdurend in een niet meer bestaand verleden en een nog niet bestaande toekomst. Wat je niet door hebt, is dat jouw herinnering, een activiteit in het Nu is, die niets met het moment Nu te maken heeft. Je projecteert in het Nu een beeld op het verleden. Zo ervaar je het Nu niet, nu niet en nooit niet. Dat wat je nu denkt te zijn, is een samenstel van herinneringen. Je bouwt een beeld van jezelf op: ik ben actief, oplettend, goed voor mijn vrouw en kinderen, een rechtschapen burger van dit land. Dit zelfconcept is meestal één grote misleiding. Het is een kunstmatige matrix van gewenste en -oogluikend toegestane- ongewenste eigenschappen, die veelal maar een beperkte relatie hebben met de werkelijkheid. Niet alleen bouw je vanuit een onbetrouwbaar zelfbeeld je dagelijks leven met onzekere parameters op,  maar wanneer je vanuit dit valse zelf op speurtocht wil naar dat Totaal-Andere ben je totaal vruchteloos bezig.

Op dezelfde manier ga je met de toekomst om. Er is geen toekomst, er is alleen een immers veranderend heden. Het leven is continue schepping. Datgene wat is, dat steeds compleet helemaal nieuw is, daar kan het op herinneringen opgebouwde bewustzijn niets mee, je bent het Nu niet eens bewust. Je herkent het niet eens, omdat je uit gaat van de verwachting van datgene wat je denkt te moeten gaan zien. In het gewone leven gaat dat ook al zo. Wanneer je b.v. een zin in het Russisch hoort, kan je daar niets mee, je verstaat het niet, het maakt geen deel van je bewustzijn uit. Als je een ingewik­keld boek leest gebeurt hetzelfde. Je bent je niet bewust van de werkelijke inhoud, terwijl het complete boek in je handen ligt. 

Dat bewustzijn komt pas als er zich buiten jou denken om Inzicht ontstaan is. Dat inzicht ontstaat pas, wanneer jouw persoonsgebonden denken stilvalt. Inzicht ontstaat uit zien. Nooit uit denken. Denken is tijd. Inzicht is onmiddellijk. Wanneer het denken stil valt dan vormt bewust­zijn een sleutel bij het transformatieproces.  

Ruimte en tijd 

Wanneer het denken stilvalt komen wij in het Hier en NU. Het Hier en Nu kent geen ruimte en tijd. Wat betekent dit? Op dit punt aangekomen dienen wij ons derhalve te verdiepen in het probleem van ruimte en tijd. Wanneer wij waarnemen, zoals we dat gewend zijn, doen we dat in een situatie van ruimte en tijd: 

RUIMTE is er tussen de oordelende en categoriserende waarne­mer en het object dat hij ziet. Dit ontstaat wanneer er een besef is van het 'ik' dat b.v. een boom ziet en van de boom als iets dat apart van ons staat:

Er is geen zien zonder meer, maar een waarnemer, die zichzelf afgescheiden ziet van die boom, daar in de verte. Er is een grens ontstaan tussen het subject ('ik') en het object (de boom). Tussen die grens ontstaat vanzelf conflict. Ik ben hier en dat-wat-we-gewend-zijn-boom-te-noemen staat daar. Hij is niet mij. Er is dan onmiddellijk ruimte. Wij zijn dan onmiddellijk niet één meer met onze omgeving, en dit is het fundamentele begin van onze afgescheidenheid van het leven. Wij zijn als de schutters in het schilderij de Nachtwacht, die stellen, dat zij aparte wezens zijn, niet deel uitmakend van dat schilderij. Ik ben hier en zij zijn daar. Wij kijken vanuit het verkeerde perspectief en zien ons geïsoleerd in de ruimte, afgescheiden van onze omgeving. Wij zijn als de vis, die de zee ontkent. De ruimte tussen mij en mijn omgeving geeft dan onmiddellijk een mentale bewerking van de handeling (van het feit van het kijken) zonder meer, wat op zijn beurt het scheppen van tijd is. 

Die ruimte kan alleen worden weggenomen door alleen maar kijken naar dat-wat-is. Tussen mij en de boom is dan niets. Niet dat de boom en het 'ik' één onderwerp zijn geworden. Nee, mijn ogen zien, en meer niet (dat éénworden komt later nog wel, dat kunnen wij niet beoefenen). Er is alleen zien. De boom toont zich aan mijn ogen zoals zij is. 'Ik' ben dan één met de waarneming, er is dus alleen waarneming, 'ik' voeg er niets aan toe, dus het 'ik'  is dan ook afwezig. Er is louter een neutraal zien-van-wat-er-is. Dat zien vindt in mijzelf plaats, bij gratie van mijn ogen. Een dier zal heel anders naar de boom kijken. Wij zien dus, wat wij maximaal kunnen zien. Het is 'ons' zien. Het zien vindt hier op deze plek plaats, en niet daar in de verte bij de boom. Dat zien vindt ogenblikke­lijk plaats en er ontstaat als zodanig ook geen tijd. 

De ruimte in de zin van de afstand tussen Amsterdam en Rotterdam is natuurlijk een ander begrip. Dit is een objectief, fysiek gegeven. Het kost ons ook fysieke tijd om van Amsterdam naar Rotterdam te reizen. Deze tijd is de klokkentijd. Maar er is ook een ander tijdsbegrip, n.l. het psychologische tijdsbegrip.  

TIJD is er, wanneer we het beeld van de boom van daarnet interpreteren. We voegen een mentale handeling toe aan het louter zien. We nemen niet direct waar, maar we wachten tot ons brein, het denken, de boom in een vakje heeft geplaatst. Dat doet het brein via het vergelijken van het beeld met de kennis, de herinneringen, die in het brein zijn opgeslagen. Het 'ik' dat het brein, het denken is, kan nooit zien. De ogen zien. De geest ontvangt het beeld.

Het denken kan het zien alleen bewerken. Die boom is mooi, het is een eik, de bladeren vallen er nu al af, enz. Wij hebben het object, de boom dus 'bewerkt'. Dat proces ontneemt ons niet alleen ons werkelijke zicht op de boom zoals zij is, maar doet ons de boom in tijd later beseffen, dan toen het beeld onze ogen binnenkwam. We zien onze omgeving voortdurend een fractie later en vaak sterk gefragmen­teerd. We hebben immers geen aandacht voor de omgeving, zoals ze is. Of we zien de boom niet, òf we zien de omgeving niet. 

Tijd scheppen we dus zelf door een verschil aan te brengen tussen 'Dat-wat-is' en 'Dat-wat-het -volgens-ons-is' of 'Dat-wat-het-zou-moeten-zijn.' Wij staan nu hier en willen naar daar. Die weg daar naar toe kost tijd. Op het moment van het gaan, wanneer we in tijd zijn, zijn we aan het worden en zijn we nooit in het Hier en NU. Dat blijkt nu een heel fatale ontwikkeling.

Immers: zo verkeren we nooit in het NU, in het leven van Dit Moment, maar steeds een fractie later. We leven dus louter in een verlaat- en door ons vertekend beeld van het leven. De boom is het feit, maar onze gekleurde waarneming daarvan niet. Bij een boom is dit nog op te lossen, maar probeer dat maar eens met je partner, je ouders, je grootste vijand. Je bent nauwelijks in staat deze elke keer, wanneer je deze ziet, objectief -zonder bijkomende beelden en vooroordelen te zien.

Je legt alles en iedereen om je heen het stigma op van jouw eigen -veelal onbewuste- oordelen en projecties. De vraag is of we dan wel feitelijk in het leven staan. Volgens Krishnamurti of een Ouspensky doen we dat dus niet en dit is heel ernstig, want zodra er ook maar enig verschil is tussen onszelf en Dat-wat-is, kan de Waarheid zich nooit aan ons kenbaar maken, en blijven we eeuwig afgescheiden van het Leven zelf en dus in conflict. 

Hoe vinden wij nu het verloren paradijs terug? Wat kunnen wij doen?    

 

2 In Duits: bewusst-sein ofwel geweten zijn!


Naar boven V+D: Deel 2 V+D: Deel 3 V+D: Deel 4 V+D: Deel 5 V+D: Deel 6

 
 

                     Klik op de balk!