De (niet bestaande) Weg
Er zijn duizenden wegen, en toch zijn er geen. Velen zijn
op hun eigen wijze tot een doorbraak gekomen en leren vervolgens hun medemens
hoe zij tot dit zelfde punt kunnen geraken. Er zijn er maar weinigen, die deze
paden van anderen kunnen volgen. Verlichting is n.l. niet overdraagbaar.
Waarschijnlijk heeft elke zoeker zijn eigen weg te gaan, n.l. gewoon zijn leven
te leven zoals het zich aandient, maar dan niet in de onbewuste staat, die de
gemiddelde mens kenmerkt.
Krishnamurti stelt ook dat er geen Weg is. Er zijn volgens
hem geen methoden. Zij brengen je allen weer:
-
in je eigen fragment (want jij doet iets via een deel
van het geheel, een methode, een truc)
-
in een situatie van gezag (van de methode, van je leraar)
-
in een streven (je brengt een verschil aan tussen
Dat-wat-is en waar je straks wilt zijn).
Alle methoden houden je zo in het denken, dat een product
is van onze stoffelijke hersenen en dat alles kan je NOOIT in het onbekende
-want niet-stoffelijke- gebied brengen. Dit (wat jij bent) kan nooit naar Dat
(het Onbekende). Dat kan wel naar Dit. Zodra je op (een door anderen aangegeven)
Weg bent, kom je nooit meer bij jouw Doel, want het doel is waar je al bent, n.l.
in het Hier en Nu, in Dat-wat-is, in jouwzelf en daar wil je nu met een enorme
inspanning naar toe! Heb je ooit een koe gezien, die zijn best deed een
olifant te worden? In wezen ben je dat aan het doen! Via heel wat traditionele
methoden, verwijder je bewust en doelmatig van je uiteindelijke doel.
Er is maar één oplossing, n.l. één worden met de
geest, die jezelf bent. Dat doe je door het zonder doel of opdracht kijken,
waarnemen, gadeslaan van alles dat is, incl. jouwzelf vanuit de plaats en tijd,
waar je nu bent. Wanneer elke beweging is opgehouden, wanneer het denken
elke poging tot pogen heeft opgegeven, dan kan het Andere zich bij jou
aandienen, want je bent dan één met Dat-wat-is. Er is maar één weg, volledig
één te zijn met het geheel. En dit bestaat uit het keuzeloos via al je
zintuigen waarnemen van al dat is, in jou en om jou heen, in het stille
besef dat er geen onderscheiding is. Wat dan waarneemt is jouw Geest, welke de
bron is van al jouw ervaringen en van alles wat je om je heen ervaart en ziet.
Wat is dan die Geest?
Geest
De geest is iets onkenbaars, die ken je niet. We kunnen de
mooiste definities uit ons hoofd leren, maar die hebben niets met het verschijnsel
zelf te maken. Gezegd wordt dat de Geest of het Bewustzijn oneindig zijn, dat
het Universum de Al-geest is, en dat onze geest daar een onverbrekelijk deel
van is. Het bewustzijn is dan niet van ons, maar is een alomvattende staat van
zuiver ervaren, wat wij als mensen met elkaar en alle ervarende wezens in de
natuur delen. Gezegd wordt dat de Geest al de scheppende creativiteit van het
Universum bevat. Dat verklaart ook de Verlichtingservaring, waar beweerd
wordt dat men het "Al" ervaart. Men ervaart zichzelf als één met de
natuur. Men voelt niet alleen zichzelf, maar elke ding om zich heen en men
weet ook waarom alles bestaat en waar het naar toe gaat. De geest heeft jou
voortgebracht en die kan jou wel kennen, maar jij kan de Geest niet kennen. Dus
er is niemand die jou kan vertellen wat de Waarheid is, en hoe je die kan
bereiken, want je zult het allemaal zelf moeten ontdekken. Maar wij kunnen je
wel naar de rand brengen, van wat je kunt doen, tot je de sprong vanzelf kunt
maken.
Stop met lezen en ga bij jezelf na wat bewustzijn is.
Hoe ervaar je dat-wat-is in je binnenste? Wie ben je? Wat
is jouw bewustzijn; je bewustzijn van je aanwezigheid in een zichtbare en
voelbare wereld. Je ervaart een continuïteit -ondanks je vele slapen- van iets,
wat je elke dag weer jezelf noemt, wat voorzien is van een lichaam met
enigszins stabiele trekken (maar wat in wezen in een voortdurende staat van
verandering is), waaraan jouw omgeving steeds weer de zelfde naam geeft. Je
concludeert dus al snel, dat ben ik, 'ik' besta! (hoewel menigeen een gevoel van
vervreemding niet kan onderdrukken wanneer hij zichzelf in een spiegel op of
een video ziet: "Ben 'ik' dat?").
Bewustzijn is op zijn minst dus een weten van het
waarnemen; je bent je zelf gewaar, je partner, je omgeving, je innerlijke
bewegingen, je dromen etc, etc. Bewustzijn kan dus niet gedefinieerd worden.
Het is meer dan weten dat er iets is, dat jij 'ik' noemt en de ander, die je
'jij' of de wereld der verschijnselen noemt. Maar dat laatste als onderscheid
zien is ook weer gevaarlijk. Je bereikt dan nooit de eenheid.
Daarom is het volgens Krishnamurti in feite niet nodig (en
in feite fataal) te weten wie iets ervaart: doe je dat dan verdeel je het
bewustzijn in een 'ik' en de ander. Je ontneemt jezelf dan de kans tot zuiver
ervaren. Kortom: je hebt geen bewustzijn, maar je bent bewustzijn. Bewustzijn
heeft daarom met 'weten' te maken, niet met denken of geloven. Zie je rode
rozen, dan is er een weten van de vorm, en de rode kleur, totdat het denken dat
als roos, rood en kleur benoemt. Het eerste beeld, de eerste flits van de
zintuiglijke indruk, die later als rood benoemd wordt, is het weten. De rode
bloemen worden als rode rozen benoemd door de gedachte. Er is dan immers een
begrip van kleur, van soorten kleuren en van bloemen.
Dat is dus de verworvenheid van de mens.
Die flits van het rood daarnet, de eerste zonsopgang, een
kunstwerk, een mooie man of vrouw kan door het denken heen breken en een staat
van 'opeensheid', van pure heldere aanwezigheid oproepen. Het denken is dan
even afwezig. Het valt dan weg en geeft ruimte voor de directe ervaring, het
directe be-wust-zijn 2.
Bewustzijn hoort zo bij het Hier en Nu. Wanneer wij -niet
als persoon- puur en zuiver bewust zijn, nemen wij de werkelijkheid waar.
Bewustzijn is er altijd. Wij brengen het niet voort. Het was er voor dat wij er
waren op aarde. We kunnen op dit moment van onze speurtocht tot een schokkende
conclusie komen. De getuige ofwel ons bewustzijn is dan geen persoonlijk bezit,
maar behoort ons allen toe, of liever, wij allen zijn een aspect, een
uitdrukkingsvorm van dat alomvattende bewustzijn. Mijn ervaren 'mijzelf' is
hetzelfde als het mijzelf, toen ik nog een klein kind was. Het is nog hetzelfde
mijzelf, wanneer ik een grijsaard ben. Mijn mijzelf is ook dezelfde mijzelf van
jou, die dit leest. Dat is wat alle mystici ons vertellen. Bedenk eens wat dit
betekent voor jouw relaties met je omgeving! Zelfs al was je ergens anders
geboren, dan was jij nog steeds hetzelfde mijzelf. Het besef dat jij leeft, dat
ik leef, dat wij leven, is het besef van één bewustzijn. Wanneer je sterft,
blijft dat mijzelf intact, want het is ons aller 'mijzelf', eeuwig en van
iedereen.
We zijn dus niet wat we dachten te zijn, individuen met
van anderen afgescheiden, redelijk stabiele en objectieve eigenschappen. Toch
ervaren we ons meestal als een zelfstandige -en van anderen afgescheiden-
eenheid. Hoe komt dit? Waarom zijn wij die verbondenheid of die eenheid
kwijtgeraakt? Waarom is het ondeelbare, het individu, in zichzelf en t.o.v. de
wereld verdeeld geraakt?
Zelfbewustzijn
Wij leven en zien om ons heen. De waarnemingen worden in
beelden en in taal opgeslagen in je geheugen. Het eigen bewustzijn vult zich
met herinneringen, ervaringen, beelden, gedachten, overtuigingen, oordelen
en vooroordelen. Op den duur wordt het bewustzijn een soort gebouw, met
regels, met geheugenvelden. Wat binnenkomt is teveel om allemaal te verwerken.
Je laat niet meer alles toe tot je bewustzijn. Er gaat dan een selector en een
samenvatter aan het werk, die voor jou uitkiest wat tot je bewustzijn mag
doordringen. Lui als je bent berust je daarin en je wereld wordt tot een
voorspelbaar
gebeuren. Je hebt je al een gekleurde bril geschapen. De echte werkelijkheid kan
al niet meer tot je doordringen. De mens is daarom zelden of nooit in het Hier
en Nu.
Elke nieuwe impuls wordt door de hersenen opgenomen,
vergeleken met een vorige ervaring, ingedeeld in een categorie en opgeslagen.
Je denkt niet meer over dingen na, het is een automaat geworden. Elke
gebeurtenis krijgt een label, elk ding een naam of een groepsnaam.
Krishnamurti gebruikte vaak het voorbeeld van de boom. Een
boom is een boom, maar hoeveel soorten zijn er niet? Heb je wel eens aan de bast
gevoeld, de blaadjes bekeken? Heb je ooit wel eens een boom gezien, zoals zij
daar staat, zonder beeld, zonder botanische kennis, zonder voorkeur voor kleur
of vorm?
Het woord is nooit het ding, het verschijnsel, het feit
zelf. toch zijn we in woorden gaan geloven. Wij denken in woorden, alsof zij het
feit zelf zijn. Wij manipuleren de werkelijkheid met behulp van symbolen. Je
zegt "ik ben boos op Jan!" Wat is dat boos zijn. Heb je daar ooit naar
gekeken? Waar begint het, hoe verloopt het, en waar eindigt het. Waar bestaat
boosheid uit. Woorden, energie? Wie is Jan? Een naam, een beeld wat je van Jan
hebt? Ken je Jan wel zoals hij is? En wie is het die boos is? Weet je wel wie
jij bent? Waarom ben je boos? Wat in jou deed die energie loskomen, die je
boosheid noemt? Wie in jou zag die energie en benoemde die energie als boosheid?
Je leeft, wanneer je het denken vrij laat, constant op conceptueel niveau, wat
altijd bestaat uit het denken en wat dus nooit de werkelijkheid is.
De
vraag is zelfs of de gemiddelde mens wel ooit in de werkelijkheid leeft,
want waar houdt men zich i.h.a. mee bezig?
Men leeft in zijn herinneringen. Alle taal en alle kennis
is in feite oud. Dat is allemaal wat je hebt ervaren en opgedaan. Je richt je in
je wensen op een imaginaire toekomst. Als ik dat examen maar heb gehaald, dan zal ik
gelukkig zijn. Je "leeft" zo voortdurend in een niet meer bestaand
verleden en een nog niet bestaande toekomst. Wat je niet door hebt, is dat jouw
herinnering, een activiteit in het Nu is, die niets met het moment Nu te maken
heeft. Je projecteert in het Nu een beeld op het verleden. Zo ervaar je het Nu
niet, nu niet en nooit niet. Dat wat je nu denkt te zijn, is een samenstel van
herinneringen. Je bouwt een beeld van jezelf op: ik ben actief, oplettend, goed
voor mijn vrouw en kinderen, een rechtschapen burger van dit land. Dit zelfconcept
is meestal één grote misleiding. Het is een kunstmatige matrix
van gewenste en -oogluikend toegestane- ongewenste eigenschappen, die veelal
maar een beperkte relatie hebben met de werkelijkheid. Niet alleen bouw je
vanuit een onbetrouwbaar zelfbeeld je dagelijks leven met onzekere parameters
op, maar wanneer je vanuit dit
valse zelf op speurtocht wil naar dat Totaal-Andere ben je totaal vruchteloos
bezig.
Op dezelfde manier ga je met de toekomst om. Er is geen
toekomst, er is alleen een immers veranderend heden. Het leven is continue
schepping. Datgene wat is, dat steeds compleet helemaal nieuw is, daar kan het
op herinneringen opgebouwde bewustzijn niets mee, je bent het Nu niet eens
bewust. Je herkent het niet eens, omdat je uit gaat van de verwachting van
datgene wat je denkt te moeten gaan zien. In het gewone leven gaat dat ook al
zo. Wanneer je b.v. een zin in het Russisch hoort, kan je daar niets mee, je
verstaat het niet, het maakt geen deel van je bewustzijn uit. Als je een ingewikkeld
boek leest gebeurt hetzelfde. Je bent je niet bewust van de werkelijke inhoud,
terwijl het complete boek in je handen ligt.
Dat bewustzijn komt pas als er zich buiten jou denken om Inzicht
ontstaan is. Dat inzicht ontstaat pas, wanneer jouw persoonsgebonden
denken stilvalt. Inzicht ontstaat uit zien. Nooit uit denken. Denken is tijd. Inzicht
is onmiddellijk. Wanneer het denken stil valt dan vormt bewustzijn
een sleutel bij het transformatieproces.
Ruimte en tijd
Wanneer het denken stilvalt komen wij in het Hier en NU.
Het Hier en Nu kent geen ruimte en tijd. Wat betekent dit? Op dit punt
aangekomen dienen wij ons derhalve te verdiepen in het probleem van ruimte en
tijd. Wanneer wij waarnemen, zoals we dat gewend zijn, doen we dat in een
situatie van ruimte en tijd:
RUIMTE is er tussen de oordelende en categoriserende waarnemer
en het object dat hij ziet. Dit ontstaat wanneer er een besef is van het 'ik'
dat b.v. een boom ziet en van de boom als iets dat apart van ons staat:

Er is geen zien zonder meer, maar een waarnemer, die
zichzelf afgescheiden ziet van die boom, daar in de verte. Er is een grens
ontstaan tussen het subject ('ik') en het object (de boom). Tussen die grens
ontstaat vanzelf conflict. Ik ben hier en dat-wat-we-gewend-zijn-boom-te-noemen
staat daar. Hij is niet mij. Er is dan onmiddellijk ruimte. Wij zijn dan
onmiddellijk niet één meer met onze omgeving, en dit is het fundamentele begin
van onze afgescheidenheid van het leven. Wij zijn als de schutters in het
schilderij de Nachtwacht, die stellen, dat zij aparte wezens zijn, niet deel
uitmakend van dat schilderij. Ik ben hier en zij zijn daar. Wij kijken vanuit
het verkeerde perspectief en zien ons geïsoleerd in de ruimte, afgescheiden
van onze omgeving. Wij zijn als de vis, die de zee ontkent. De ruimte tussen mij
en mijn omgeving geeft dan onmiddellijk een mentale bewerking van de handeling
(van het feit van het kijken) zonder meer, wat op zijn beurt het scheppen van
tijd is.
Die ruimte kan alleen worden weggenomen door alleen maar
kijken naar dat-wat-is. Tussen mij en de boom is dan niets. Niet dat de boom en
het 'ik' één onderwerp zijn geworden. Nee, mijn ogen zien, en meer niet (dat
éénworden komt later nog wel, dat kunnen wij niet beoefenen). Er is alleen
zien. De boom toont zich aan mijn ogen zoals zij is. 'Ik' ben dan één met de
waarneming, er is dus alleen waarneming, 'ik' voeg er niets aan toe, dus het
'ik' is dan ook afwezig. Er is
louter een neutraal zien-van-wat-er-is. Dat zien vindt in mijzelf plaats, bij
gratie van mijn ogen. Een dier zal heel anders naar de boom kijken. Wij zien
dus, wat wij maximaal kunnen zien. Het is 'ons' zien. Het zien vindt hier op
deze plek plaats, en niet daar in de verte bij de boom. Dat zien vindt
ogenblikkelijk plaats en er ontstaat als zodanig ook geen tijd.
De ruimte in de zin van de afstand tussen Amsterdam en
Rotterdam is natuurlijk een ander begrip. Dit is een objectief, fysiek gegeven.
Het kost ons ook fysieke tijd om van Amsterdam naar Rotterdam te reizen. Deze
tijd is de klokkentijd. Maar er is ook een ander tijdsbegrip, n.l. het
psychologische tijdsbegrip.
TIJD is er, wanneer we het beeld van de boom van daarnet
interpreteren. We voegen een mentale handeling toe aan het louter zien. We nemen
niet direct waar, maar we wachten tot ons brein, het denken, de boom in een
vakje heeft geplaatst. Dat doet het brein via het vergelijken van het beeld met
de kennis, de herinneringen, die in het brein zijn opgeslagen. Het 'ik' dat het
brein, het denken is, kan nooit zien. De ogen zien. De geest ontvangt het beeld.
Het denken kan het zien alleen bewerken. Die boom is mooi,
het is een eik, de bladeren vallen er nu al af, enz. Wij hebben het object, de
boom dus 'bewerkt'. Dat proces ontneemt ons niet alleen ons werkelijke zicht op
de boom zoals zij is, maar doet ons de boom in tijd later beseffen, dan toen het
beeld onze ogen binnenkwam. We zien onze omgeving voortdurend een fractie later
en vaak sterk gefragmenteerd. We hebben immers geen aandacht voor de omgeving,
zoals ze is. Of we zien de boom niet, òf we zien de omgeving niet.
Tijd scheppen we dus zelf door een verschil aan te brengen
tussen 'Dat-wat-is' en 'Dat-wat-het -volgens-ons-is' of 'Dat-wat-het-zou-moeten-zijn.'
Wij staan nu hier en willen naar daar. Die weg daar naar toe kost tijd. Op het
moment van het gaan, wanneer we in tijd zijn, zijn we aan het worden en zijn we
nooit in het Hier en NU. Dat blijkt nu een heel fatale ontwikkeling.
Immers: zo verkeren we nooit in het NU, in het leven van
Dit Moment, maar steeds een fractie later. We leven dus louter in een verlaat-
en door ons vertekend beeld van het leven. De boom is het feit, maar onze
gekleurde waarneming daarvan niet. Bij een boom is dit nog op te lossen, maar
probeer dat maar eens met je partner, je ouders, je grootste vijand. Je bent
nauwelijks in staat deze elke keer, wanneer je deze ziet, objectief -zonder
bijkomende beelden en vooroordelen te zien.
Je legt alles en iedereen om je heen het stigma op van
jouw eigen -veelal onbewuste- oordelen en projecties. De vraag is of we dan wel
feitelijk in het leven staan. Volgens Krishnamurti of een Ouspensky doen we dat
dus niet en dit is heel ernstig, want zodra er ook maar enig verschil is
tussen onszelf en Dat-wat-is, kan de Waarheid zich nooit aan ons kenbaar maken,
en blijven we eeuwig afgescheiden van het Leven zelf en dus in conflict.
Hoe vinden wij nu het verloren paradijs terug? Wat kunnen
wij doen?
In
Duits: bewusst-sein ofwel geweten zijn!
|