|
Sri Ramana en
Nisargadatta wijzen er steeds op dat je het
ware ‘ik’ moet zoeken.
Wie is dat ik? Ik ben er toch? Ik ben Rob en niet
Harry. Ik ben hier en hij is daar.
In schema:
Ik ben hier, als afgegrensd wezen, met een
eigen lichaam, een eigen identiteit, een eigen geschiedenis. Ik voel dat ik
mijzelf, van mijzelf ben. Maar is dat wel zo?
Volgens Sri Ramana (en heel wat andere
verlichten) dus niet. Het is al heel wat om deze waarheid van anderen zonder
protest aan te
horen, maar het beste is om zelf te kijken. Je kan dat meditatie noemen, maar
laten we het hier op houden dat we gewoon exact naar ons zelf gaan kijken.
Waar bestaan wij uit: kijk, onderzoek en ga
niet uit van de kennis van anderen, dan nemen wij de volgende zaken waar:
- Ons
lichaam, armen, benen, een lijf, schouders…alleen het hoofd zien wij niet,
wel in de spiegel, maar niet rechtstreeks…o.k. een vage schaduw waar de
neus schijnt te zitten, maar verder…… O ja, de achterkant zien wij ook
niet. We nemen maar aan dat alles er op dezelfde plaats zit als bij
anderen…
- Dingen
om ons heen, wij zien de buitenwereld
- Lichaamsgevoel:
we voelen dat we armen, benen, ingewanden hebben. We hebben hoofdpijn en
voelen zeer goed wanneer wij bij de tandarts zitten dat daar ook van alles
zit
- Kou,
warmte, voorwerpen: onze tastzin is een verbinding met de buitenwereld
- Gevoelens
of emoties: boosheid, liefde etc
- Geluiden
- Smaken.
We proeven
Tot zover de zintuigen: zien, horen, tasten,
proeven, ruiken…….Zij vormen ons informatieapparaat met de buitenwereld.
Hier ben ik en dat neem ik waar.
Wanneer je goed op let, kan je ontdekken dat
het zien op zich niet is waar te nemen, het horen ook niet etc. Met die
zintuigen kunnen we ook naar onszelf kijken, maar de zintuigen zelf blijven
buiten schot, of liever...dat-wat-kijkt....
Al kijkend merken we dat we alle observaties gepaard laten gaan met
aanwijzingen, met vergelijkingen van wat we waarnemen, met conclusies, met
aarzelingen en discussies over wat we denken waar te nemen, etc. wij stuiten op
ons denken.
We merken dat we al onze waarnemingen
bewerken met onze gedachten:
- Wij
bepalen de kenmerken
- Wij
geven namen
- Wij
vergelijken
- Wij omarmen of verwerpen
- Etc
Wij kunnen die gedachten zien, waarnemen,
horen in ons hoofd. Dat zijn wij, dat ben ik die de juiste conclusies trekt. Ik
denk zo omdat ik dat ben. Pietje denkt er anders over maar dat is mijn
mening.Dat ben ik, daar besta ik uit, dat is mijn persoon.
We merken dan dat het eerste schema niet klopt. Er
zit wat tussen:

Alles wat we doen gaat gepaard met denken, en de som van
gedachten noemen wij ons ego. Maar dat is geen stabiel onafhankelijk iets. Het
zijn immer veranderende gedachten over ons zelf en onze omgeving:
Dat denken bevat mijn hele geschiedenis
opgeslagen in het geheugen, al mijn wensen, al mijn ideeën over mijzelf, alle
plannen voor de toekomst.
De grote ontdekking is dat dat -zo-genoemde- Ego altijd
kan worden waargenomen, wanneer wij er maar aandacht voor nemen. Veel mensen, de
meeste mensen leven via de buitenwereld. Maar na exact kijken naar wat er in ons
plaats vindt, zien we dat ook
ons zgn. innerlijk iets is dat we als iets op afstand kunnen waarnemen.
Ik zie mijn gedachten, ik ervaar mijn pijn, ik
koester mijn plannen……..
De ik die ik was vóór het zien, is niet meer één, maar blijkt uit twee
eenheden te bestaan:
Dat wat ziet en dat wat gezien wordt. Ik ben opgesplitst in twee delen. Hetgeen
dat ziet en dat-wat-gezien-wordt. Die combinatie noemen we meestal ‘ik’ of
onszelf. Ons bewust-zijn en de
ervaring van ons lichaam en ons denken doen ons concluderen dat wij dat zijn.
Maar, we bestaan dan uit die twee delen. Iets dat ziet en iets wat gezien wordt.
Zodra we dat inzien, kunnen we ontdekken dat wat wij zien van onszelf ook niet
één is. We hebben voortdurend commentaar op onszelf. We lopen met onszelf te
redeneren. We veroordelen of prijzen onszelf. Of we zijn onzeker over onszelf.
Ik ben hier, maar ik sta hier temidden van een chaos van plannen, herinneringen,
angsten, invallen, veroordelingen
etc. We zien en reageren op onszelf als waren wij een object.
In psychotherapie gaan wij deze chaos
bestrijden door naar de uitingen ervan te kijken. We blijven in het middenstuk
hangen. We raken niet ons wezenlijke zelf.
Sri Ramana, Nisargadatta en een Krishnamurti stellen
daarom dat dit een zinloze onderneming is. Het ego zit in een wereld van
tegenstellingen, in de wereld van het dagelijks bewustzijn van de dingen die
voorbijgaan.
Beiden stellen, wie ben je werkelijk? Wie is het
die kijkt? Gedachten kunnen niet
zien, maar wij kunnen wel onze gedachten zien. Gevoelens kunnen niet waarnemen, wij
kunnen wel onze gevoelens waarnemen. De crux is, wie neemt waar? Wie is dat, wat
is dat? Dat is wat wij werkelijk zijn, ons waarnemende centrum, dat alles uit de
buitenwereld en de ogenschijnlijke binnen wereld opvangt.
Dat centrum, de waarnemer, is geen object, het valt nooit waar te nemen. Want
door wie? Wij zijn dat
zelf. Er is geen spiegelbeeld van te maken. Wij kunnen het derhalve ook niet
manipuleren.
Wij zijn het altijd, maar beseffen dat niet
door alle herrie van ons denken en van onze gevoelens. Wij kunnen alleen stil
zijn en ....... zijn (ofwel weten dat wij God zijn..).
Het Ik dat waarneemt ziet het ego (denken,
voelen, herinneren etc), het lichaam (zover direct waarneembaar) en de rest
(buitenwereld, andere mensen, dieren voorwerpen etc).
Ons lichaam, ja zelfs ons denken, onze herinneringen, onze gedachten over de
toekomst vormen niet ons innerlijk, maar maken onlosmakelijk deel uit van de buitenwereld. Ons
Ik maakt derhalve geen deel uit van de zichtbare en ervaarbare wereld.
Ons Ik als getuige is het enige subject dat
wij kennen….of kennen….we kunnen aannemen dat dat er is omdat wij
bewustzijn. We kunnen het bewustzijn niet waarnemen, want wij zijn het zelf.
|