J. Krishnamurti was een strenge
leraar. Hij verwierp alle poespas, die allerlei geestelijke stromingen met
zich meebrachten. Alle methoden toegepast door Zen of de mantrameditaties
van anderen vond hij absurd. Dat waren kinderachtige pogingen het
onbekende te benaderen. Dat kon alleen maar leiden tot misleiding. Je kon
het onbekende alleen naderen door kijken. Gewaarworden niet als intentie,
maar als feit van het zien, zonder interpretatie, zonder de ballast van al
het oude denken, van alle voorkeuren, van alle verwerpingen.
Er is dan
geen aparte waarnemer van het waargenomene. Het zien, datgene wat ziet en
dat wat gezien wordt is één en hetzelfde. Dat kan nooit door inspanning
bereikt worden. Dat is er, wanneer je beseft dat je niet oplettend bent. Dat
is alles wat je kan doen...Zijn=zien. Zodra je wat aan het
zien toevoegt ben je weer met je eigen denken bezig, met oude opvattingen,
met oude beelden. Je bent alweer afgescheiden. Het leven is altijd nieuw,
altijd in beweging. Laat dat zijn gang gaan. Grijp niet in.
Hoewel veel
mensen in de ban raakten van zijn aanwezigheid, begrepen zij niet veel van
zijn uitleg. Hij heeft dan ook geen lijst van leerlingen die onder zijn
leiding verlicht zijn geraakt en het stokje van hem over genomen
hebben. Maar hij weigerde de rol van guru aan te nemen. Hij
wordt i.h.a. niet gezien als een reus als Ramana of Nisargadatta, maar
zelf sprak Nisargadatta altijd met groot respect over hem.