|
Ik heb Jan van
Delden één keer meegemaakt bij zijn Stoelendans, in Bergen
Noord-Holland en zeer recent bij Djoj in Rotterdam. Beide
bijeenkomsten werden zeer goed bezocht. Ik was in Bergen nog maar net bezig de Advaita
te verkennen, en had toen teveel verwachting van zo'n dag. Ik was ook al
bij Isaac Shapiro geweest en deze bijeenkomst deed mij niets. Ik bleef
er buitenstaander.
Ik herinner
mij bij Jan van Delden nog een heel gedoe met drie plastic tuinstoelen. Deze stonden
voor het dagbewustzijn, het droombewustzijn en de droomloze slaap, de
drie bewustzijns-toestanden die wij kennen (althans...de droomloze slaap
nemen wij maar voor lief aan bij gebrek aan een ervaring daarvan). Daar
achter stond nog een vierde stoel. Eigenlijk is die stoel er niet. Als deze onzichtbare stoel zijn wij altijd
aanwezig. Die vertegenwoordigde het Zien van wat er op de andere stoelen
gebeurt. Die onkenbare stoel is het
immer Aanwezige Bewustzijn, de Lege Ruimte waarin alle objecten
verschijnen. Die Lege Ruimte zijn wij zelf, dus niet de mens die onze
naam heeft. Want de hoofdpersoon in ons leven blijkt puur een object te
zijn. Wij kunnen alles waarnemen wat die persoon denkt, voelt en doet,
dus wie is het die dat allemaal waarneemt? Dat moet wel onze ware aard
zijn. Zonder dàt is er niet eens een 'weten' van de rest....
Nou, dat snapte ik toen ook wel, maar ik wilde het
voelen, ik wilde sterven, opgeblazen worden. Eeuwig gelukkig
voelen. Dat hadden velen
n.l. in het vooruitzicht gesteld. Ik kende die ervaring al geruime tijd,
eerst als kind en later bij het oefenen en soms bij het geven van therapie. Maar
waarom gebeurde het alleen maar dààr? Aan welke voorwaarden moest ik
voldoen om dat ook de rest van mijn leven te ervaren. Of te zijn....
Dus vol verwachting was ik met een Advaita-vriend naar Bergen getogen.
Om het nu wèl mee te maken. De
naïeve fase zullen we maar zeggen..... Maar ik voelde weer niets.
Pas later -bij Marianne van de Wetering (later Djihi Marianne geheten)- voelde ik
het wèl.
Het fijne van Jan van Delden was
en is dat hij gewoon Jan is en toch ook helemaal niet. Het is voor een
ieder bereikbaar. Het vraagt niet om de omringende poespas van een Osho,
of het Heilige Aureool van een Sai Baba. Jan
is eenvoudig en helder in zijn uitleg als hij het schrijft. De eenmalige
bijeenkomsten kunnen -in elk geval waar ik bij was- wel eens ontaarden
in een te snel gebruik van de specialistische begrippen die binnen
Advaita gemeengoed zijn. Vooral wanneer er te veel vragen vanuit
deelnemers - die nog niets van non-dualiteit weten en ook zijn boeken
niet hebben gelezen - tegelijk aan de orde
zijn, wordt het wèl vaak erg leuk, maar niet altijd even helder. Voor een
beginneling als ik toen in Bergen was, is er dan al gauw geen touw meer aan vast
te knopen.
Maar dat maakt allemaal niet uit -zegt Jan- want het
denken wil begrijpen, maar staat wezenlijk buiten het antwoord. Maak het
mee, zie toe. Dat is eigenlijk al genoeg. Er is tenslotte slechts één
alomtegenwoordig bewustzijn, dat wij (als onze peroon) abusievelijk als
ons eigen bewustzijn beschouwen. Maar ja, het denken pikt dat niet en gaat vragen
stellen. En de antwoorden lokken weer nieuwe vragen uit. Eindeloos. Het Verhaal van het Visje bracht
mij verder in het gewoon vinden van wat er gewoon hoort te zijn, maar voor de
meeste van ons verborgen was (is)
het visje
Stel jezelf voor als een visje dat in de grote oceaan
van het leven zwemt, zich in het algemeen klein en bedreigd voelt en
moet vechten om te overleven. Op een goede dag komt hij een andere vis
tegen die beweert dat hij niet dat visje, maar de oceaan is. Het
klinkt hem ongelooflijk in de oren en lijkt tegen alle logica in te
druisen, maar iets in hem gelooft het omdat hij die andere vis
vertrouwt.
Vervolgens hoort hij dat hij diep in zichzelf moet leren kijken om die
oorsprong - de oceaan, het water - te vinden. Daarna leert hij dat die
bron onverplaatsbaar en alles-kennend moet zijn. Verder kan hij door
geen enkele gebeurtenis worden beïnvloed en is hij ongeboren,
onsterfelijk; hij is de moeiteloze drager van alles.
Als het visje dat allemaal grondig heeft onderzocht en verteerd, ziet
het in dat hij geen visje is, maar dat het water om hem heen zijn
eigen wezen moet zijn en dus iets is, wat niet rechtstreeks gekend kan
worden maar wat je alleen maar kunt zijn.
Dit is het inzicht: het visje ziet in dat het op een
bepaald niveau niet bestaat, maar in wezen het water is.
Maar ik
besefte bij dit alles wel, dat je niet in één keer (behalve die zeldzame mazzelaars die dat wel
ondergaan) door de barrière van je denken heen breekt.
Daarvoor is zijn verhaal met de vier stoelen en van de Jantjes erg instructief. Na het inzicht
is het ego met zijn talloze afsplitsingen niet weg. Je hoeft alleen maar hen
op te merken. Ga het gevecht niet aan, maar zie hoe het in elkaar
steekt, en daarmee valt hun invloed van-zelf weg. Links: |