|
Bij de vraag 'Wie ben ik?' kan ook de vraag gesteld worden:
'Waar ben ik?'.
Waar zit ik, waar bevindt dat centrum zich, dat alle
informatie bevat, waar alle beelden binnenkomen en van waaruit gehandeld
wordt....door mij.
Wat op valt is dat we, van alles wat we waarnemen, alleen de
buitenkant zien.
We zien b.v. een kei. Hebben we daarmee de kei te pakken? Wat is
het werkelijke wezen van de kei? We zien alleen de vorm en kleur. Wij kunnen het
gewicht bepalen en van chemici en geologen kunnen we vernemen waar de kei uit
bestaat.Maar zien we ooit de binnenkant? Stel we hebben de
Amersfoortse kei en we willen de binnenkant leren kennen.......Hier staat
hij........

Wij zijn desperaat. We
willen nu hom of kuit. We vergeten de rel die wij straks uitlokken. Dan maar
geen toeristische trekpleister meer op dat plein in Amersfoort. We hakken met
behulp van een enorme beitel de kei in tweeën. We zien nu twee stukken met
breukvlakken. Die zaten eerst als potentie midden in de kei, maar nu zijn ze buitenkant geworden.
Dat is merkwaardig.... Nog steeds geen binnenkant te zien! We gaan door met hakken. Steeds meer breukvlakken, steeds
meer kleine keitjes. Na enkele dagen zitten we met miljoenen brokjes, niet
groter als een zandkorrel. Nog steeds staan we buiten, we zien alleen de
buitenkant van de zandkorrels. En we hebben ons probleem vermeerderd. In plaats van één kei van
binnen te willen zien, zitten we nu met miljoenen brokjes. Hebben die allemaal
een eigen binnenkant?
We gaan door tot subatomair niveau. We blijven dingen van
buiten zien, tot we niets meer kunnen zien.
We geven het op. We kijken om ons heen en realiseren ons dat
we alleen de buitenkant der dingen zien. We kijken naar onze huisgenoten
(buitenkant), de huisdieren (buitenkant) onze meubels (buitenkant), enzovoorts.
We zien onze benen. Mijn God! zit ik daar in? Of zie ik ze van een afstand? Ik
zit er niet in, want ik zit hier, ergens achter mijn ogen. Maar waar zit dat?
Mijn blik gaat omhoog, langs mijn lichaam langs de armen, de schouder (allemaal
buitenkant) en dan naar mijn gezicht, naar het punt dat kijkt, en
dan.........ja, dan.........dan betreed ik een ruimte waar geen lichaam meer is,
een ruimte die gevuld wordt door dat-wat-ik-zie. Kijk ik (terug) in die ruimte, dan zie ik
mijzelf niet, ik ervaar dan een vreemd gevoel. Hier ben ik, hier zie ik, hier
ervaar ik, maar ik neem niets van mij waar. Maar ik zie geen buitenkant meer van
mijzelf, van mijn kern. Ik ben die kern, ik ben binnengekomen.
Daar ben ik, maar ik heb daar geen eigenschappen. Ik heb daar
geen vorm of kleur, geen geluid of geur. Ik ontvang daar beelden, geluiden,
geuren, gevoelens. Ik neem ze waar als objecten, maar ik ben ze niet. Er is niet
één punt waar ik te lokaliseren ben. Ik ben hier op dit moment, maar dat hier
valt nergens vast te leggen. Ik zie nog steeds alles buiten, maar eindelijk ben
ik binnen..............Hier thuisgekomen in het eeuwige Nu.
Thuis! De Verloren Zoon (dochter) is thuisgekomen door in zichzelf te kijken.
p.s. 1
Zo simpel is het. Meer valt er niet te zoeken. Geloof de mensen niet die
zeggen dat deze realisatie niets voor stelt, dat je eerst verlicht moet worden. Die voegen weer
een voorwaarde toe aan die Leegte. Die scheppen een ding, een voorwaarde, een
bewijs van het Niets. Dwaasheid. Verlichten gaan elkaar de maat nemen. "Ben je
wel verlicht?" "Ja, je hebt wel wat ervaren, maar dat is niet wat ik ervaren
heb...." Enzovoorts. Zelf schrijf ik hier al jaren dat er niets zoiets als
verlichting voor het individu. En dan nog steeds krijg ik het verwijt waar ik
recht vandaan haal hier over te schrijven wanneer ik nog niet verlicht ben.
Allemaal flauwekul. Iedereen is dat directe onmiddellijke, altijd dat Ene aanwezige
onvindbare Bewustzijn. Een benaming voor wat je -nu lezend- wezenlijk Nu bent.
Welke ervaringen daar ook mee gepaard gaan. En besef dat er dus geen individuele
ervaring is. Alles is de ervaring van het Ene.
Welkom bij je-zelf.
p.s. 2
Elders op de website wordt uitgelegd dat er natuurlijk in wezen geen
terugkijken is. Nu is alleen Zien. Geen kijken, geen kijker en niets dat
afzonderlijk gezien wordt. Er is alleen Zien....
Maar ons denken kan eenheid domweg niet bevatten en splitst alles op in
delen. Van twee tot oneindig. Maar het gevolg daarvan is alleen het domein van
het denken. Er schijnt tijd en afstand te ontstaan, variaties in kleuren,
geluiden, gevoelens en ervaringen. Er ontstaat een levendige droom of film, met
een ogenschijnlijk hoofdpersoon, die op een gegeven moment weer zichzelf wil
worden. Maar dat alles vindt alleen Nu plaats totaal omvat door altijd aanwezige
en bewustzijn biedende (en zijnde) Eenheid.
|