|
De vraag die elk mens zich (regelmatig) zal stellen is: "Wie ben ik?"
n.b. Dit is een lange pagina, die veel
scrollen vraagt (geheel in strijd met de wetten van internet), maar ik wilde de
tekst niet verknippen....
Antwoorden van buitenaf zijn er genoeg.
Jezus zei: "Ik Ben die Ben."
Ik (degene die zich de vraag stelt) ben (ik weet
dat ik besta, ik ben er, het is er) -in essentie- de Natuur, God, het Zijn, het Zelf,
Boeddhanatuur zelf. Dat waar elk mens uit bestaat is het Al, niet alleen in manifestatie,
maar ook in essentie.
De golf (de manifestatie) is in niets afgescheiden van zijn oorzaak:
de Zee. Wij staan niet los van onze oorzaak, wij zijn totaal één met dat wat ons
geschapen heeft. Wij zijn dat zelf. Maar dan niet onze (door ons denken)
opgebouwde persoonlijkheid. De golf is niet vrij te doen en te laten wat hij wil: zijn aard en zijn
omgeving bepalen, wat er met de golf gebeurt, laat staan wat er met de zee
gebeurt. Ja.....de golf heeft geen onafhankelijk bestaan. De golf is Zee, zonder
Zee geen golf......
Uiteindelijk ontdekken wij dat onze eigenlijke wezen
bewustzijn is, weten van er zijn, aanwezigheid. En dat kunnen wij kennen als ons
ons dagelijks bewustzijn. En wat dàt is kan niet gekend worden, dat zal altijd
een raadsel zijn, je kan Het alleen maar zijn.
Wanneer wij zoeken naar de wortel van ons bestaan is de enige weg
derhalve die via onszelf.
Sri Ramana Maharshi -een Indiase heilige- zei hetzelfde. Wanneer je je maar lang genoeg
afvraagt wie jouw "Ik" is, zo stelde deze, kom je uiteindelijk terecht bij het
Ik, dat het Ik van ons allen is. Er is maar één IK. Het voortdurende doorvragen naar jouw werkelijke wortels,
schilt n.l. de dikke lagen van niet-werkelijke beelden en overtuigingen af. Dat principe
wil ik met dit stuk aannemelijk maken.
Het ik-Ben principe zegt ons: ons ik-besef, het besef dat wij leven, dat wij er zijn,
loopt via het individu: het individu is het on(in)-deel(divide)-bare (dat is de
letterlijke vertaling ervan). Mijn ik-gevoel is het ik-gevoel van het Al. In essentie is
alles Een. Wat wij natuur noemen, is dat wat wij met zijn allen delen, wat wij allen zijn.
De natuur is de oorzaak, en zij is slechts één instantie. Er is maar één oorzaak. Wij
bestaan niet uit miljarden afzonderlijke ikjes. Al onze aparte ikjes lossen op in dat ene
ik-besef: Ik Ben die Ben. Jouw ik = mijn ik = hun ik. Er is maar één ik. De hele natuur
bestaat uit één ondeelbaar bewustzijn.
Kunnen wij zoiets logisch bevatten? Waarschijnlijk niet. Ons denken is het product van
dualiteit, van tweeheid, van scheiding, van het herkennen van verschillen. Ik zie iets
anders. Ik zie hem, ik zie jullie. Dat staat buiten mijzelf, en daarom kan ik er iets mee
doen: meten, beoordelen, categoriseren, vermenigvuldigen, enz. Jou vind ik aardig, maar
hen niet. Onze persoonlijkheden verschillen vaak enorm van elkaar. Innerlijk zijn wij
bovendien ook niet erg evenwichtig. Hoe kan zoiets eenheid of oneindigheid bevatten?
Laten wij dat begrip toch eens proberen logisch te benaderen.
Het is op zich onzin, maar het is een poging om in de buurt te komen van het
gevoel van wat wèl of niet klopt.
Ons heelal -zo zegt ons de wetenschap en zeggen ons de Verlichte Meesters- is oneindig.
Het heeft geen einde. Naar alle windrichtingen is er geen einde, geen grens. Er staat geen
hek om ons heen. Dat zou trouwens ook onvoorstelbaar zijn: hoe lang is dat hek dan wel,
waar is het van gemaakt, en nog belangrijker, wat ligt er achter dat enorme hek. Bovendien
hoe ziet dat hek eruit. Niet als een hek langs een villa of een weiland. In feite zou het
als een grote ballon om ons heelal heen zijn gebouwd. Is dat hek van materie of lucht, of
bestaat het uit niets. Van materie kan het niet zijn. Wat zou er achter liggen? Van lucht
ook niet. Wij weten dat het heelal v.r.n.l.. uit een vacuüm bestaat. Bestaat het uit
niets? Wat is niets? En nogmaals: houdt het heelal gewoon er achter op? Maar hoe kan dat?
Er kan achter dat hek niet iets maar ook niet iets-niets zijn.
Iets (materie) kan nooit een grens hebben met niet-iets (geen ding). Zou er achter deze
onvoorstelbaar grote bol iets anders zijn, dan is dat dus ook iets. Dan er is in dat geval
geen einde aan het iets.
Een grens is een raar ding; het wordt bepaald door wat hij verdeelt. De grens op
zichzelf heeft altijd eigenschappen van de twee delen die hij verdeelt. Maar een grens
bindt ook de verdeelde delen aan elkaar. Het niets kan dan ook nooit een grens hebben met
het iets.
Conclusie: zo'n grens kan niet bestaan. Daarom zijn de gedachten van wetenschappers als
Paul Davies of Stephen Hawkins zo merkwaardig. Eerst was er niets, en toen kwam er vanuit een
punt, waarin alles besloten zat (een zgn. singulariteit) -zo stellen zij- de oerknal. Alle
massa van ons heelal zat dus eerst in een punt van onvoorstelbare zwaarte en plots was het
heelal er. Maar waar bevond de punt zich in en waar bevindt het heelal zich in. Het
uitdijend heelal bevindt zich dan een een steeds grotere bol van iets waarachter niets is.
Onzin dus. Dat kan je wel bedenken, maar het kan niet bestaan....tenzij het
universum een gedachte is........... ja, hallo kunnen we niet met beide
benen op de grond blijven?
Maar waarin (in welk soort raadsel) bevinden wij ons dan? Ons heelal (dat
Heel, één
is en Al, alles is) bevindt zich overal (universum). Er is geen einde aan. Er is dus niet
zo'n grens heel ver weg. Maar er is ook geen grens heel dichtbij! De microwetenschappen
vertellen ons dat de microwereld (van de kleine deeltjes) dezelfde oneindigheid bevat als
de macrowereld. Er is geen grens aan de kleinheid van de atomaire wereld. Steeds vindt
men kleinere deeltjes. Na verloop van tijd blijkt dat die ook weer zijn samengesteld uit
weer nog kleinere deeltjes. Zoekt men nog verder dan gaat alles op zijn kop staan:
deeltjes verschijnen en verdwijnen uit het niets, gaan terug in de tijd, of bevinden zich
op diverse plaatsen tegelijk. En die communiceren met elkaar. Maar ja,
deeltjes.... waarschijnlijk bestaan er helemaal geen deeltjes.
Het lijkt wel of onze werkelijkheid alleen theoretisch kan
worden beschreven. Ook wiskundige modellen laten zien dat er geen einde is aan afmetingen.
Oneindig wil zeggen oneindig naar alle kanten. Wij leven dus in een wereld, waar wij -in
onze omvang of grootte- midden in een naar alle richtingen oneindige wereld staan. Waar
staan wij dan? Bestaat er een vast meet(referentie)punt waaran wij onze eigen
dimensies aan af kunnen meten? Staan wij wel ergens op? Kunnen wij wel echt
fysiek bestaan in zon
raadselachtige omgeving?
Waarschijnlijk niet dus.
Wanneer wij dit echt goed doordenken zet dit onze opvattingen over de aard van onze
materiele werkelijkheid op zijn kop. Zij wij b.v. in vergelijk met de werkelijkheid groot
of klein, of gelden dit soort begrippen helemaal niet? Wij hebben immers geen maatstaf om
dingen de maat te nemen. Maar dit is maar een miniprobleempje in vergelijk tot de
volgende:
Wat betekent het werkelijk voor ons in een oneindig iets te leven?
Wij gaan dus door op onze zoektocht: Waar geen einde is, zowel in de macrowereld als in
de microwereld, is dus geen grens . Dat hadden wij daarnet geconcludeerd. Dit gegeven (wat
in wezen voor ons denken onvoorstelbaar is) heeft voor ons een onvoorstelbare implicatie:
Het
onbegrensde heeft geen buitengrens, dus ook geen binnengrens. Daar waar geen buiten en
geen binnen is, bestaat ook geen enkele andere grens: er kan geen stukje binnen of buiten
mij zijn, in iets wat geen buiten of binnen kent. Elk punt in ons oneindige heelal bevat
de oneindigheid in zich (van groot naar klein). Wij kunnen niet zeggen: o.k. in de kern
van onze materie zijn wij oneindig klein en naar buiten toe oneindig groot, maar ik besta
als eindig wezen. Neen, elke atoom van ons wezen bevat de kenmerken van oneindigheid. Naar
alle kanten worden wij omgeven door oneindigheid, maar waar deze begint kunnen wij nooit
bepalen. Ik ben dus niet ergens "in" en leef niet in iets "buiten."
Niets kan afgescheiden zijn in een oneindig iets. Stel; ik heb een doos in mijn hand. Ik
beschouw deze doos als afgegrensd van zijn omgeving. Dat is dan alleen mijn (valse)
denkbeeld. Nergens is een afgesloten doos, waar het onbegrensde niet kan zijn. Daarom
zeggen de Heilige geschriften God is overal. Hij kan niet ergens niet zijn. Als er tussen
mij en mijn omgeving een grens zou zijn, is het heelal niet 'heel' in de zin van ondeelbaar
en oneindig. Het einde, of de grens is dan tussen mij en de rest. De Wetenschap, maar ook
de Verlichte Meesters zeggen ons echter dat het heelal oneindig is en dat wij in wezen in
een droom leven. Die droom doet ons ons lichaam en de omgeving ervaren. Pas bij het
ontwaken merken wij dat de materiele werkelijkheid illusoir is. Ons heelal en heel zijn
inhoud is dus een gedachte- ofwel droomconstructie. Omdat wij lichamelijk en qua
denken en voelen deel uitmaken van de droom
merken wij dit niet. Ons is geleerd dat alles echt is.
De conclusie moet nu wel zijn: wij denken dat wij afgescheiden zijn, maar dat is maar
een idee, een misverstand, een illusie. Die illusie moeten wij gaan doorprikken.
Het Alles is overal, is grenzeloos. Het is nergens niet, het is overal
wèl. Waar geen
buitengrens is, is ook geen binnengrens. Er is geen buiten en er is geen binnen. Waar zo'n
grens ontbreekt zijn dan ook geen binnengrenzen. M.a.w. de doos en ik en het heelal zijn
geen door grenzen gescheiden zaken. Alles is Eén.
Bestaan wij dan wel? Ja, natuurlijk bestaan wij -
dat ervaren wij immers- maar niet in materiële objectieve zin. Materie
veronderstelt grenzen, dit is een steen en dat niet. Er is een binnen en een buiten. De
kwantummechanica heeft echter aangetoond dat het afhankelijk van de wijze van kijken is,
of iets een deeltje of een golf (geen materie) is. Wanneer wij denken dat wij met materie
te maken hebben is dat zo; wanneer wij denken dat wij met golven (energie) te maken hebben
blijkt onze omgeving uit golven te bestaan. Alles is dus afhankelijk van ons bewustzijn,
van onze manier van kijken. Van onze perceptie. Dus ook het bestaan van zgn. materie is afhankelijk van ons
kijken, ofwel ons bewustzijn. Materie heeft dus geen onafhankelijke, initiële waarde. Wij
zijn het -in ons bewustzijn- die bepalen of iets als vaste materie wordt ervaren. Het is
sinds de jaren 20 dat de mensheid dankzij Einstein weet (of kan weten) dat ons beeld
van de materie onjuist is:
E=MC2 betekent dat massa in feite energie is.
De zichtbare materie lijkt stabiel, maar de samenstellende deeltjes zijn verregaand
onstabiel, zij verschijnen en verdwijnen naar believen en schieten zelfs terug in de tijd.
Wat is tijd dan???
Zelfs kan worden aangenomen dat wij oneindig kunnen zoeken naar steeds kleinere
deeltjes, maar dat er geen einde zal zijn aan de kleinheid van deeltjes, die dan geen
deeltjes blijken te zijn.
Menig Nobelprijswinnaar heeft al gesteld dat het heelal één
grote gedachte is.
Alle materie is dus relatief, maar het merkwaardige is dat wij blijven geloven in wat
wij zien. Er is in het dagelijkse denken merkwaardig weinig gedaan met al deze
inzichten, die al vóór de Tweede Wereldoorlog bekend waren..
Heel vreemd!
Wat zeggen de Meesters nog meer? Alles is Hier en Nu.
Hier? Het Alles, het onkenbare, kan ook nooit ergens anders zijn, want er is geen
leegte, zonder iets. Het Alles is hier. Hier is alles, dat kan je waarnemen, dat je kan
vaststellen. Of het ook ergens anders is, kan je nooit met zekerheid vaststellen. Denk aan
de droom. Jij droomt. Je kan nooit weten of er buiten jouw droom iets gebeurt, dat door
anderen wordt waargenomen. Zij kunnen het jou vertellen, maar jij bent het die dat dan
hoort! Een droom is nooit begrensd. Waar is je droomwereld, hoe groot is die?
Ieder individu is het centrum van het onbegrensde. Vanuit mijn centrum is alles naar
alle kanten toe onbegrensd. Dat geldt ook voor jouw centrum. Maar.. er zijn geen
verschillende plaatsen in het onbegrensde, ander zou links dichter bij de rand zijn dan
rechts. Dat kan echter niet, want alles is naar alle kanten toe onbegrensd. Er is geen
links of rechts. Jij bent het middelpunt van het Heelal.
Nu? Het Alles is er Nu, nooit gisteren of straks. Zoek je God, dan is hij er Hier en
NU, op dit moment op deze plaats. Nergens anders (althans dat kan je nooit zeker weten,
want je weet niet wat dat 'anders' is). Het leven is dat wat je zoekt. Je leeft: dat is
onmiskenbaar. Je weet toch dat je leeft? Dat je aanwezig bent? Dat is het.
Er valt gewoonweg niets anders te zoeken of te beleven dan wat
er Nu op dit moment, Hier op deze plaats, gebeurt. Gewoon, wat je nu beleeft. Dan ben je
waar je wezen moet. Niemand staat daar buiten, alleen men beseft het niet.
Datgene wat Heel (=compleet, één ) is en Alles. Ergo, alles is één. Alles komt in
één punt samen. Bij de dromer. Bij jou.
Dat kunnen wij ons moeilijk voorstellen. Toch kennen wij deze situatie maar al te
goed. Denk maar weer aan een droom. Waar bevindt deze zich? In je Geest. Is wat ver is in
je droom inderdaad in de werkelijkheid van je droom echt verder weg? Natuurlijk niet,
zeggen wij dan! Die droom is alleen maar een voorstelling, een soort film in je hoofd!
Alleen maar..??? Maar zo is het waarschijnlijk ook in ons eigen leven, al lijkt het anders.
Maar wanneer
je goed oplet beleef je alles alleen via jou-zelf. Daar waar je nu bent.
Alles is het totaal. Buiten dat is er niets. Het
ís er gewoon. De eenheid verandert
nooit: zij is. Al onze inspanningen binnen de grenzen van ons bedachte leven, vallen weg
binnen die eenheid. De eenheid is perfect, daar verandert niets aan, want zij is één.
Wanneer wij ons idee over het onderscheid tussen mij en de ander opgeven, beseffen wij dat
wij zelf die eenheid zijn.
Zover zijn wij echter nog niet. Het leven is een aaneenschakeling van ogenschijnlijke
momenten, die of positief of negatief op ons afkomen. Centraal daarin staan wijzelf. Wie
zijn wij? Ons lichaam, onze zintuigen, ons denken, onze geest? Alles wat er plaatsvindt
wordt -met behulp van onze zintuigen- geregistreerd door ons eigen bewustzijn. Wij kunnen
zelfs niet weten of er iets los van ons buiten ons bestaat. Ook de inhoud van boeken, van
films van (trance-)lezingen, zullen eerst via ons bewustzijn moeten, willen wij er kennis
van kunnen nemen.
Bestaan wijzelf niet, hoe kunnen wij het dan weten dat de rest blijft bestaan? Hoe kan
de lezer weten of de schrijver dezes echt bestaat of dat deze ook een beeld is van zijn
eigen geest? Wanneer jij er niet meer bent, is er niets meer in jou zelf om jouw
afwezigheid waar te nemen. Wij stellen: er is dan ook niets meer! Het leven valt of staat
met de aanwezigheid van bewustzijn. Zonder bewustzijn is er Niets. Het Zijn is dus het
besef, het waarnemen dat je er bent. En het feit van de waarneming is dat er iets is dat
waargenomen wordt. Zonder dat iets wordt waargenomen is er niets, m.a.w. het zijn valt
volledig samen met het waarnemen van het bestaan, het bewust zijn dat je er bent. Het
bewustzijn is het Zijn zelf, zoals alle Verlichte Meesters ons melden. Maar het Zijn moet
bewust zijn, het moet zich van zichzelf bewustzijn, anders is er niets dat de aanwezigheid
van het Zijn kan vaststellen. Het heeft dan geen betekenis. Er is dan geen sturing, geen
ontwikkeling. Er is zelfs geen toeval, die zorgt dat dingen ontstaan, groeien. Het Zijn is
werkelijk onlosmakelijk verbonden met het bewustzijn. Zonder gewaarzijn is er
geen Zijn. Het is hetzelfde.
De conclusie is dat wij altijd -ook na onze dood- bewust blijven. Dat moet ook, anders
zou er niets meer zijn. Maar dat kan niet. Het moment Nu is oneindig, dat kent geen einde.
Het is er altijd. Het beweegt niet in de tijd, het is er, altijd, Hier en NU.
En jij bent de enige die dat (direct) waarneemt
(zie ook Binnen en buiten).
Jij bent het NU!
Alles gaat naar binnen en komt naar buiten via jouw eigen geest. Jouw geest bevindt
zich onzichtbaar in jouw 'centrum.' Het is de ongrond van jouw zijn, het is jouw zijn. En
het is dat zijn, wat wij zoeken. De zoeker zoekt dus zichzelf.
Het spirituele pad mag daarom nooit een weg van ontsnapping zijn. Wat wij zoeken -weten
wij overigens wat wij zoeken?- ligt niet op een plaats ver van ons vandaan. Integendeel.
Het ligt midden in ons in ons centrum, in dat wat wij in essentie zijn. Wij hoeven geen
kennis op te doen van ver afgelegen culturen of van ver afgelegen sterrenstelsels. Wij
moeten kennis opdoen van onszelf. Wie is het die alles waarneemt? Wie leest dit? Je bent
het zelf, maar het is niet jouw persoonlijkheid, niet jouw denkende ik. Want die kan je
immers waarnemen. Je kan in principe door meditatie -wat geduldig opletten is- alles van jezelf
waarnemen.
Wij dienen te beseffen dat wij in onze essentie het Al-Ene zijn. Ons besef van
er-te-zijn, is het eeuwige "Ik-Ben die Ben" besef. Ik ben geen afgezonderd
stukje leven. Neen, mijn eigen bewustzijn is het bewustzijn van de wereld. Wij Zijn de
werkelijkheid. Alles wat wij zien en meemaken ben ik, nu en in de eeuwigheid. Ons
bewustzijn is het bewustzijn van het Leven. Wij leven afgescheiden van onze bron -denken
we- maar wij zijn dat niet. De bron is altijd bij ons, de bron is ons. Immers, anders
waren wij er niet. Wij hadden dan geen bewustzijn, geen lichaam, geen omgeving.
In dit korte stukje staat in principe alles wat je weten moet. Alleen het besef van
deze waarheid transformeert ons meestal nog niet.
Ons bewustzijn zit op een verkeerde zetel, n.l. op de zetel van ons denken, van onze
zintuigen. Wij denken dat wij datgene zijn, wat wij innerlijk waarnemen of dat wat wij
voor de spiegel zien staan.
Wij leven als mens in een cirkel of een bol om een onzichtbaar centrum. Het is dat
centrum dat ziet, hoort, voelt, ruikt, proeft en voelt en dat het denken gadeslaat.
Kijken
Kijken of bewust zijn?
Is dit jouw opvatting: Wanneer je kijkt, kijkt 'iets' naar iets
anders? Wanneer je dat doet, dan deel je weer. Het kijken is geen
inspanning van een subject dat een object waarneemt.
Probeer eens een meditatie, waarin je bent vanuit je centrum. Zoek geen ideale -door
Meesters aangegeven plek in je lichaam op, om vandaar uit te kijken -nee, wees, vanuit dat
wat je bent. Waar je bent, daar ben je. Of dat nu in een plek van je hoofd aan voelt of
ergens anders, dat maakt niet uit. Daar waar je waarneemt, de informatie ontvangt, daar
ben je. Verblijf daar. Je registreert vanuit dit 'aanwezig zijn'. Tracht het niet ruimtelijk vast te
leggen, anders verkramp je. Ver-blijf. Droom niet weg, want dan ben je slaperig en niet
bewust.
Maar nog steeds zijn wij er dan nog niet.
Wie ziet?
Wij zijn zo gewend alles te zien te ruiken te horen en te proeven, dat wij eigenlijk
nooit hebben nagegaan wie het is die ziet, hoort, ruikt, proeft etc.
Ja, "Ik" zeggen we dan. Waar zit dat ik dan? Let maar eens op wanneer je
kijkt. Waar wordt het beeld ontvangen. Je ziet d.m.v. je ogen, maar daar vang je het beeld
niet op. Er valt niet één punt te ontdekken, waar alle informatie binnenkomt. Je bent je
gewaar van het beeld, de reuk, het geluid, maar waar dat verwerkt wordt is geheel
onduidelijk. Ergens in je hoofd, concludeer je al gauw. Want alle zien, horen e.d. wordt
begeleid door het denken, dat benoemt, categoriseert, beoordeelt wat gezien is, geroken
wordt e.d.
In wezen krijg je nooit te pakken wie of wat ziet, want datgene wat dat wil waarnemen
is het waarnemen zelf, en het waarnemen kan zichzelf niet waarnemen. Er is geen verschil
tussen jou en het beeld. Er is geen kijker, het kijken en het bekekene. Er is slechts
één feit: het zien.
Weliswaar worden randverschijnselen waargenomen (waardoor je
denkt dat jij het bent die aan het kijken is, bv. de druk van je ogen, de spanning rond de
hoofdhuid etc.), maar de zin zegt het al, die worden waargenomen. Het waarnemen =het
waarnemen en dat kan je niet waarnemen. Er bevindt zich geen zichtbare instantie achter
dat waarnemen. Er is geen 'ik' dat Hier staat en staat waar te nemen.
De uiteindelijke werkelijkheid is dat waarnemen zelf -het zien- Bewustzijn is. Meer valt er in feite niet over te zeggen. Daarom zegt de Zenmeester: je
bent het zien wanneer je kijkt, je bent het horen wanneer je hoort en je bent het denken
wanneer je denkt. Het denken suggereert dat er een centrum is dat alle indrukken verwerkt.
Op zich is dat zo wat het verwerken betreft, maar ook het denken kan worden waargenomen.
Het denken is niet de ultieme substantie dat alles bepaalt, het is niet ons wezen. (Wanneer
wij nar het denken kijken, zien wij hoe chaotisch en oncontroleerbaar dat is, dat kunnen
nooit de eigenschappen van de essentie zijn).
Ons Wezen is waarnemen. Zien = Zijn. Het denken is een
waarneembare zijtak. Maar ons bewustzijn identificeert zich met het denken, met de
producten, de conclusies ervan. Ik denk dus ik ben. Neen, ik neem waar dat ik besta, dus
ik ben. Er valt alleen wat te zeggen over wat wordt waargenomen, daarom identificeren wij
er ons zo gemakkelijk mee (net als in een droom) Pas wanneer wij ontwaken (uit die droom),
beseffen wij dat wij gedroomd hebben. Onze identificatie is dan niet meer bij de
droomfiguur, maar bij degene die ontwaakt is. Dan neem je jezelf niet anders waar, maar je
bent dan anders. Want JIJ bent er niet meer. De illusie van jij t.o.v. een ander
is verbroken. Er is geen ander en er is geen afzonderlijk jij. Het woord
individu betekent ondeelbaar. Je bent biet afgescheiden, maar Een.
Ons wezen heeft eigenschappen, waardoor het van alles kan manifesteren, maar die
eigenschappen liggen in het Zelf besloten, en zijn niet apart waarneembaar. Het
Zelf, onze kern,
laat ook geen (ontwikkelings-)processen zien. Er is niet Iets dat zich een doel stelt om
iets te bereiken of te scheppen. Er is geen waarom in ons aanwezig zijn. Er is alleen een
daarom. Wij zijn er, het is er en Het manifesteert zich via datgene waar wij ons van
bewust kunnen worden, zijn beelden, zijn geluiden, zijn geuren. Maar die beelden zijn niet
het werkelijke, hoewel zij er naadloos mee verbonden zijn. Zonder het werkelijke waren er
immers geen beelden. De beelden rijzen op uit die geheimzinnige bron (die wij zelf zijn).
Ineens is iets voortgekomen uit het wezen, een beeld, een gedachte, een gevoel. Het Wezen
is niets, iets niet-iets. Het is geen ding, het is geen object, het is geen gevoel, het is
geen proces. Het is niet waarneembaar, het is niet te pakken, te ruiken, te voelen,
maar...Het is er. In wezen ben je het zelf, het is je aanwezigheid, het besef, zonder dat
er een besef is van iets over zichzelf. Je weet dat je er bent omdat je van alles
waarneemt. En dan zijn wij er weer.
Over dat waarnemen, dat Zijn kan vervolgens helemaal
niets gezegd worden........ daarom is er feitelijk geen apart 'ik' dat via deze
website een apart 'jij' vertelt hoe het zit. Je weet alles al omdat jij ook
eenheid bent en niet Pietje of Marietje.
Het enige wat je rest is je dat te
herinneren......... je kan verder niets doen om iets 'anders' te bereiken dat je
al bent...................
|