Spiritueel Pad  

 

Startpagina
Naar boven
Inhoudsopgave
Nieuw!
Chakratherapie
Spirituele Therapie
Counseling
Zelfonderzoek
In English...
Links
Toelichting
Personalia    
Routebeschrijving
   
      

Page copy protected against web site content infringement by Copyscape  

© R. Ek 2009

Ga naar Chakratherapie

Chakratherapie

Eckhart Tolle

  Bob Adamson

Sri Nisargadatta

Sri Ramana

Hier staat een klok die bij U niet kan worden weergegeven



     

Bezoek mijn Blogspot  Inzichten Advaita:    Klik op mijn foto. 


E-mail mij
   


Klik de plaatjes aan!
  


Laatste wijzigingen:
20-04-2009

 

 

 


 

Volgende


 

De vraag die elk mens zich (regelmatig) zal stellen is: "Wie ben ik?"

n.b. Dit is een lange pagina, die veel scrollen vraagt (geheel in strijd met de wetten van internet), maar ik wilde de tekst niet verknippen....

Antwoorden van buitenaf zijn er genoeg. 

Jezus zei: "Ik Ben die Ben."

Ik (degene die zich de vraag stelt) ben (ik weet dat ik besta, ik ben er, het is er) -in essentie- de Natuur, God, het Zijn, het Zelf, Boeddhanatuur zelf. Dat waar elk mens uit bestaat is het Al, niet alleen in manifestatie, maar ook in essentie. 

De golf (de manifestatie) is in niets afgescheiden van zijn oorzaak: de Zee. Wij staan niet los van onze oorzaak, wij zijn totaal één met dat wat ons geschapen heeft. Wij zijn dat zelf. Maar dan niet onze (door ons denken) opgebouwde persoonlijkheid. De golf is niet vrij te doen en te laten wat hij wil: zijn aard en zijn omgeving bepalen, wat er met de golf gebeurt, laat staan wat er met de zee gebeurt. Ja.....de golf heeft geen onafhankelijk bestaan. De golf is Zee, zonder Zee geen golf......

Uiteindelijk ontdekken wij dat onze eigenlijke wezen bewustzijn is, weten van er zijn, aanwezigheid. En dat kunnen wij kennen als ons ons dagelijks bewustzijn. En wat dàt is kan niet gekend worden, dat zal altijd een raadsel zijn, je kan Het alleen maar zijn. 

Wanneer wij zoeken naar de wortel van ons bestaan is de enige weg derhalve die via onszelf.

Sri Ramana Maharshi -een Indiase heilige- zei hetzelfde. Wanneer je je maar lang genoeg afvraagt wie jouw "Ik" is, zo stelde deze, kom je uiteindelijk terecht bij het Ik, dat het Ik van ons allen is. Er is maar één IK. Het voortdurende doorvragen naar jouw werkelijke wortels, schilt n.l. de dikke lagen van niet-werkelijke beelden en overtuigingen af. Dat principe wil ik met dit stuk aannemelijk maken.

Het ik-Ben principe zegt ons: ons ik-besef, het besef dat wij leven, dat wij er zijn, loopt via het individu: het individu is het on(in)-deel(divide)-bare (dat is de letterlijke vertaling ervan). Mijn ik-gevoel is het ik-gevoel van het Al. In essentie is alles Een. Wat wij natuur noemen, is dat wat wij met zijn allen delen, wat wij allen zijn. De natuur is de oorzaak, en zij is slechts één instantie. Er is maar één oorzaak. Wij bestaan niet uit miljarden afzonderlijke ikjes. Al onze aparte ikjes lossen op in dat ene ik-besef: Ik Ben die Ben. Jouw ik = mijn ik = hun ik. Er is maar één ik. De hele natuur bestaat uit één ondeelbaar bewustzijn. 

Kunnen wij zoiets logisch bevatten? Waarschijnlijk niet. Ons denken is het product van dualiteit, van tweeheid, van scheiding, van het herkennen van verschillen. Ik zie iets anders. Ik zie hem, ik zie jullie. Dat staat buiten mijzelf, en daarom kan ik er iets mee doen: meten, beoordelen, categoriseren, vermenigvuldigen, enz. Jou vind ik aardig, maar hen niet. Onze persoonlijkheden verschillen vaak enorm van elkaar. Innerlijk zijn wij bovendien ook niet erg evenwichtig. Hoe kan zoiets eenheid of oneindigheid bevatten?

Laten wij dat begrip toch eens proberen logisch te benaderen. Het is op zich onzin, maar het is een poging om in de buurt te komen van het gevoel van wat wèl of niet klopt.

Ons heelal -zo zegt ons de wetenschap en zeggen ons de Verlichte Meesters- is oneindig. Het heeft geen einde. Naar alle windrichtingen is er geen einde, geen grens. Er staat geen hek om ons heen. Dat zou trouwens ook onvoorstelbaar zijn: hoe lang is dat hek dan wel, waar is het van gemaakt, en nog belangrijker, wat ligt er achter dat enorme hek. Bovendien hoe ziet dat hek eruit. Niet als een hek langs een villa of een weiland. In feite zou het als een grote ballon om ons heelal heen zijn gebouwd. Is dat hek van materie of lucht, of bestaat het uit niets. Van materie kan het niet zijn. Wat zou er achter liggen? Van lucht ook niet. Wij weten dat het heelal v.r.n.l.. uit een vacuüm bestaat. Bestaat het uit niets? Wat is niets? En nogmaals: houdt het heelal gewoon er achter op? Maar hoe kan dat? Er kan achter dat hek niet iets maar ook niet iets-niets zijn.

Iets (materie) kan nooit een grens hebben met niet-iets (geen ding). Zou er achter deze onvoorstelbaar grote bol iets anders zijn, dan is dat dus ook iets. Dan er is in dat geval geen einde aan het iets.

Een grens is een raar ding; het wordt bepaald door wat hij verdeelt. De grens op zichzelf heeft altijd eigenschappen van de twee delen die hij verdeelt. Maar een grens bindt ook de verdeelde delen aan elkaar. Het niets kan dan ook nooit een grens hebben met het iets.

Conclusie: zo'n grens kan niet bestaan. Daarom zijn de gedachten van wetenschappers als Paul Davies of Stephen Hawkins zo merkwaardig. Eerst was er niets, en toen kwam er vanuit een punt, waarin alles besloten zat (een zgn. singulariteit) -zo stellen zij- de oerknal. Alle massa van ons heelal zat dus eerst in een punt van onvoorstelbare zwaarte en plots was het heelal er. Maar waar bevond de punt zich in en waar bevindt het heelal zich in. Het uitdijend heelal bevindt zich dan een een steeds grotere bol van iets waarachter niets is.

Onzin dus. Dat kan je wel bedenken, maar het kan niet bestaan....tenzij het universum een gedachte is........... ja, hallo kunnen we niet met beide benen op de grond blijven?

Maar waarin (in welk soort raadsel) bevinden wij ons dan? Ons heelal (dat Heel, één is en Al, alles is) bevindt zich overal (universum). Er is geen einde aan. Er is dus niet zo'n grens heel ver weg. Maar er is ook geen grens heel dichtbij! De microwetenschappen vertellen ons dat de microwereld (van de kleine deeltjes) dezelfde oneindigheid bevat als de macrowereld. Er is geen grens aan de kleinheid van de atomaire wereld. Steeds vindt men kleinere deeltjes. Na verloop van tijd blijkt dat die ook weer zijn samengesteld uit weer nog kleinere deeltjes. Zoekt men nog verder dan gaat alles op zijn kop staan: deeltjes verschijnen en verdwijnen uit het niets, gaan terug in de tijd, of bevinden zich op diverse plaatsen tegelijk. En die communiceren met elkaar. Maar ja, deeltjes.... waarschijnlijk bestaan er helemaal geen deeltjes. 

Het lijkt wel of onze werkelijkheid alleen theoretisch kan worden beschreven. Ook wiskundige modellen laten zien dat er geen einde is aan afmetingen. Oneindig wil zeggen oneindig naar alle kanten. Wij leven dus in een wereld, waar wij -in onze omvang of grootte- midden in een naar alle richtingen oneindige wereld staan. Waar staan wij dan? Bestaat er een vast meet(referentie)punt waaran wij onze eigen dimensies aan af kunnen meten? Staan wij wel ergens op? Kunnen wij wel echt fysiek bestaan in zo’n raadselachtige omgeving?

Waarschijnlijk niet dus.

Wanneer wij dit echt goed doordenken zet dit onze opvattingen over de aard van onze materiele werkelijkheid op zijn kop. Zij wij b.v. in vergelijk met de werkelijkheid groot of klein, of gelden dit soort begrippen helemaal niet? Wij hebben immers geen maatstaf om dingen de maat te nemen. Maar dit is maar een miniprobleempje in vergelijk tot de volgende: 

Wat betekent het werkelijk voor ons in een oneindig iets te leven?

Wij gaan dus door op onze zoektocht: Waar geen einde is, zowel in de macrowereld als in de microwereld, is dus geen grens . Dat hadden wij daarnet geconcludeerd. Dit gegeven (wat in wezen voor ons denken onvoorstelbaar is) heeft voor ons een onvoorstelbare implicatie: Het onbegrensde heeft geen buitengrens, dus ook geen binnengrens. Daar waar geen buiten en geen binnen is, bestaat ook geen enkele andere grens: er kan geen stukje binnen of buiten mij zijn, in iets wat geen buiten of binnen kent. Elk punt in ons oneindige heelal bevat de oneindigheid in zich (van groot naar klein). Wij kunnen niet zeggen: o.k. in de kern van onze materie zijn wij oneindig klein en naar buiten toe oneindig groot, maar ik besta als eindig wezen. Neen, elke atoom van ons wezen bevat de kenmerken van oneindigheid. Naar alle kanten worden wij omgeven door oneindigheid, maar waar deze begint kunnen wij nooit bepalen. Ik ben dus niet ergens "in" en leef niet in iets "buiten." Niets kan afgescheiden zijn in een oneindig iets. Stel; ik heb een doos in mijn hand. Ik beschouw deze doos als afgegrensd van zijn omgeving. Dat is dan alleen mijn (valse) denkbeeld. Nergens is een afgesloten doos, waar het onbegrensde niet kan zijn. Daarom zeggen de Heilige geschriften God is overal. Hij kan niet ergens niet zijn. Als er tussen mij en mijn omgeving een grens zou zijn, is het heelal niet 'heel' in de zin van ondeelbaar en oneindig. Het einde, of de grens is dan tussen mij en de rest. De Wetenschap, maar ook de Verlichte Meesters zeggen ons echter dat het heelal oneindig is en dat wij in wezen in een droom leven. Die droom doet ons ons lichaam en de omgeving ervaren. Pas bij het ontwaken merken wij dat de materiele werkelijkheid illusoir is. Ons heelal en heel zijn inhoud is dus een gedachte- ofwel droomconstructie. Omdat wij lichamelijk en qua denken en voelen deel uitmaken van de droom merken wij dit niet. Ons is geleerd dat alles echt is.

De conclusie moet nu wel zijn: wij denken dat wij afgescheiden zijn, maar dat is maar een idee, een misverstand, een illusie. Die illusie moeten wij gaan doorprikken.

Het Alles is overal, is grenzeloos. Het is nergens niet, het is overal wèl. Waar geen buitengrens is, is ook geen binnengrens. Er is geen buiten en er is geen binnen. Waar zo'n grens ontbreekt zijn dan ook geen binnengrenzen. M.a.w. de doos en ik en het heelal zijn geen door grenzen gescheiden zaken. Alles is Eén.

Bestaan wij dan wel? Ja, natuurlijk bestaan wij - dat ervaren wij immers- maar niet in materiële objectieve zin. Materie veronderstelt grenzen, dit is een steen en dat niet. Er is een binnen en een buiten. De kwantummechanica heeft echter aangetoond dat het afhankelijk van de wijze van kijken is, of iets een deeltje of een golf (geen materie) is. Wanneer wij denken dat wij met materie te maken hebben is dat zo; wanneer wij denken dat wij met golven (energie) te maken hebben blijkt onze omgeving uit golven te bestaan. Alles is dus afhankelijk van ons bewustzijn, van onze manier van kijken. Van onze perceptie. Dus ook het bestaan van zgn. materie is afhankelijk van ons kijken, ofwel ons bewustzijn. Materie heeft dus geen onafhankelijke, initiële waarde. Wij zijn het -in ons bewustzijn- die bepalen of iets als vaste materie wordt ervaren. Het is sinds de jaren ‘20 dat de mensheid dankzij Einstein weet (of kan weten) dat ons beeld van de materie onjuist is:

E=MC2 betekent dat massa in feite energie is.

De zichtbare materie lijkt stabiel, maar de samenstellende deeltjes zijn verregaand onstabiel, zij verschijnen en verdwijnen naar believen en schieten zelfs terug in de tijd. Wat is tijd dan???

Zelfs kan worden aangenomen dat wij oneindig kunnen zoeken naar steeds kleinere deeltjes, maar dat er geen einde zal zijn aan de kleinheid van deeltjes, die dan geen deeltjes blijken te zijn.

Menig Nobelprijswinnaar heeft al gesteld dat het heelal één grote gedachte is.

Alle materie is dus relatief, maar het merkwaardige is dat wij blijven geloven in wat wij zien. Er is in het dagelijkse denken merkwaardig weinig gedaan met al deze inzichten, die al vóór de Tweede Wereldoorlog bekend waren..

Heel vreemd!

 

Wat zeggen de Meesters nog meer? Alles is Hier en Nu.

Hier? Het Alles, het onkenbare, kan ook nooit ergens anders zijn, want er is geen leegte, zonder iets. Het Alles is hier. Hier is alles, dat kan je waarnemen, dat je kan vaststellen. Of het ook ergens anders is, kan je nooit met zekerheid vaststellen. Denk aan de droom. Jij droomt. Je kan nooit weten of er buiten jouw droom iets gebeurt, dat door anderen wordt waargenomen. Zij kunnen het jou vertellen, maar jij bent het die dat dan hoort! Een droom is nooit begrensd. Waar is je droomwereld, hoe groot is die?

Ieder individu is het centrum van het onbegrensde. Vanuit mijn centrum is alles naar alle kanten toe onbegrensd. Dat geldt ook voor jouw centrum. Maar.. er zijn geen verschillende plaatsen in het onbegrensde, ander zou links dichter bij de rand zijn dan rechts. Dat kan echter niet, want alles is naar alle kanten toe onbegrensd. Er is geen links of rechts. Jij bent het middelpunt van het Heelal.

Nu? Het Alles is er Nu, nooit gisteren of straks. Zoek je God, dan is hij er Hier en NU, op dit moment op deze plaats. Nergens anders (althans dat kan je nooit zeker weten, want je weet niet wat dat 'anders' is). Het leven is dat wat je zoekt. Je leeft: dat is onmiskenbaar. Je weet toch dat je leeft? Dat je aanwezig bent? Dat is het. Er valt gewoonweg niets anders te zoeken of te beleven dan wat er Nu op dit moment, Hier op deze plaats, gebeurt. Gewoon, wat je nu beleeft. Dan ben je waar je wezen moet. Niemand staat daar buiten, alleen men beseft het niet.

Datgene wat Heel (=compleet, één ) is en Alles. Ergo, alles is één. Alles komt in één punt samen. Bij de dromer. Bij jou. 

Dat kunnen wij ons moeilijk voorstellen. Toch kennen wij deze situatie maar al te goed. Denk maar weer aan een droom. Waar bevindt deze zich? In je Geest. Is wat ver is in je droom inderdaad in de werkelijkheid van je droom echt verder weg? Natuurlijk niet, zeggen wij dan! Die droom is alleen maar een voorstelling, een soort film in je hoofd! Alleen maar..??? Maar zo is het waarschijnlijk ook in ons eigen leven, al lijkt het anders.

Maar wanneer je goed oplet beleef je alles alleen via jou-zelf. Daar waar je nu bent.

Alles is het totaal. Buiten dat is er niets. Het ís er gewoon. De eenheid verandert nooit: zij is. Al onze inspanningen binnen de grenzen van ons bedachte leven, vallen weg binnen die eenheid. De eenheid is perfect, daar verandert niets aan, want zij is één. Wanneer wij ons idee over het onderscheid tussen mij en de ander opgeven, beseffen wij dat wij zelf die eenheid zijn.

Zover zijn wij echter nog niet. Het leven is een aaneenschakeling van ogenschijnlijke momenten, die of positief of negatief op ons afkomen. Centraal daarin staan wijzelf. Wie zijn wij? Ons lichaam, onze zintuigen, ons denken, onze geest? Alles wat er plaatsvindt wordt -met behulp van onze zintuigen- geregistreerd door ons eigen bewustzijn. Wij kunnen zelfs niet weten of er iets los van ons buiten ons bestaat. Ook de inhoud van boeken, van films van (trance-)lezingen, zullen eerst via ons bewustzijn moeten, willen wij er kennis van kunnen nemen.

Bestaan wijzelf niet, hoe kunnen wij het dan weten dat de rest blijft bestaan? Hoe kan de lezer weten of de schrijver dezes echt bestaat of dat deze ook een beeld is van zijn eigen geest? Wanneer jij er niet meer bent, is er niets meer in jou zelf om jouw afwezigheid waar te nemen. Wij stellen: er is dan ook niets meer! Het leven valt of staat met de aanwezigheid van bewustzijn. Zonder bewustzijn is er Niets. Het Zijn is dus het besef, het waarnemen dat je er bent. En het feit van de waarneming is dat er iets is dat waargenomen wordt. Zonder dat iets wordt waargenomen is er niets, m.a.w. het zijn valt volledig samen met het waarnemen van het bestaan, het bewust zijn dat je er bent. Het bewustzijn is het Zijn zelf, zoals alle Verlichte Meesters ons melden. Maar het Zijn moet bewust zijn, het moet zich van zichzelf bewustzijn, anders is er niets dat de aanwezigheid van het Zijn kan vaststellen. Het heeft dan geen betekenis. Er is dan geen sturing, geen ontwikkeling. Er is zelfs geen toeval, die zorgt dat dingen ontstaan, groeien. Het Zijn is werkelijk onlosmakelijk verbonden met het bewustzijn. Zonder gewaarzijn is er geen Zijn. Het is hetzelfde.

De conclusie is dat wij altijd -ook na onze dood- bewust blijven. Dat moet ook, anders zou er niets meer zijn. Maar dat kan niet. Het moment Nu is oneindig, dat kent geen einde. Het is er altijd. Het beweegt niet in de tijd, het is er, altijd, Hier en NU.

En jij bent de enige die dat (direct) waarneemt (zie ook Binnen en buiten). Jij bent het NU!

Alles gaat naar binnen en komt naar buiten via jouw eigen geest. Jouw geest bevindt zich onzichtbaar in jouw 'centrum.' Het is de ongrond van jouw zijn, het is jouw zijn. En het is dat zijn, wat wij zoeken. De zoeker zoekt dus zichzelf. 

Het spirituele pad mag daarom nooit een weg van ontsnapping zijn. Wat wij zoeken -weten wij overigens wat wij zoeken?- ligt niet op een plaats ver van ons vandaan. Integendeel. Het ligt midden in ons in ons centrum, in dat wat wij in essentie zijn. Wij hoeven geen kennis op te doen van ver afgelegen culturen of van ver afgelegen sterrenstelsels. Wij moeten kennis opdoen van onszelf. Wie is het die alles waarneemt? Wie leest dit? Je bent het zelf, maar het is niet jouw persoonlijkheid, niet jouw denkende ik. Want die kan je immers waarnemen. Je kan in principe door meditatie -wat geduldig opletten is- alles van jezelf waarnemen.

Wij dienen te beseffen dat wij in onze essentie het Al-Ene zijn. Ons besef van er-te-zijn, is het eeuwige "Ik-Ben die Ben" besef. Ik ben geen afgezonderd stukje leven. Neen, mijn eigen bewustzijn is het bewustzijn van de wereld. Wij Zijn de werkelijkheid. Alles wat wij zien en meemaken ben ik, nu en in de eeuwigheid. Ons bewustzijn is het bewustzijn van het Leven. Wij leven afgescheiden van onze bron -denken we- maar wij zijn dat niet. De bron is altijd bij ons, de bron is ons. Immers, anders waren wij er niet. Wij hadden dan geen bewustzijn, geen lichaam, geen omgeving.

In dit korte stukje staat in principe alles wat je weten moet. Alleen het besef van deze waarheid transformeert ons meestal nog niet.

Ons bewustzijn zit op een verkeerde zetel, n.l. op de zetel van ons denken, van onze zintuigen. Wij denken dat wij datgene zijn, wat wij innerlijk waarnemen of dat wat wij voor de spiegel zien staan.

Wij leven als mens in een cirkel of een bol om een onzichtbaar centrum. Het is dat centrum dat ziet, hoort, voelt, ruikt, proeft en voelt en dat het denken gadeslaat.

Kijken

Kijken of bewust zijn?

Is dit jouw opvatting: Wanneer je kijkt, kijkt 'iets' naar iets anders? Wanneer je dat doet, dan deel je weer. Het kijken is geen inspanning van een subject dat een object waarneemt.

Probeer eens een meditatie, waarin je bent vanuit je centrum. Zoek geen ideale -door Meesters aangegeven plek in je lichaam op, om vandaar uit te kijken -nee, wees, vanuit dat wat je bent. Waar je bent, daar ben je. Of dat nu in een plek van je hoofd aan voelt of ergens anders, dat maakt niet uit. Daar waar je waarneemt, de informatie ontvangt, daar ben je. Verblijf daar. Je registreert vanuit dit 'aanwezig zijn'. Tracht het niet ruimtelijk vast te leggen, anders verkramp je. Ver-blijf. Droom niet weg, want dan ben je slaperig en niet bewust.

Maar nog steeds zijn wij er dan nog niet.

Wie ziet?

Wij zijn zo gewend alles te zien te ruiken te horen en te proeven, dat wij eigenlijk nooit hebben nagegaan wie het is die ziet, hoort, ruikt, proeft etc.

Ja, "Ik" zeggen we dan. Waar zit dat ik dan? Let maar eens op wanneer je kijkt. Waar wordt het beeld ontvangen. Je ziet d.m.v. je ogen, maar daar vang je het beeld niet op. Er valt niet één punt te ontdekken, waar alle informatie binnenkomt. Je bent je gewaar van het beeld, de reuk, het geluid, maar waar dat verwerkt wordt is geheel onduidelijk. Ergens in je hoofd, concludeer je al gauw. Want alle zien, horen e.d. wordt begeleid door het denken, dat benoemt, categoriseert, beoordeelt wat gezien is, geroken wordt e.d.

In wezen krijg je nooit te pakken wie of wat ziet, want datgene wat dat wil waarnemen is het waarnemen zelf, en het waarnemen kan zichzelf niet waarnemen. Er is geen verschil tussen jou en het beeld. Er is geen kijker, het kijken en het bekekene. Er is slechts één feit: het zien. 
Weliswaar worden randverschijnselen waargenomen (waardoor je denkt dat jij het bent die aan het kijken is, bv. de druk van je ogen, de spanning rond de hoofdhuid etc.), maar de zin zegt het al, die worden waargenomen. Het waarnemen =het waarnemen en dat kan je niet waarnemen. Er bevindt zich geen zichtbare instantie achter dat waarnemen. Er is geen 'ik' dat Hier staat en staat waar te nemen. 

De uiteindelijke werkelijkheid is dat waarnemen zelf -het zien- Bewustzijn is. Meer valt er in feite niet over te zeggen. Daarom zegt de Zenmeester: je bent het zien wanneer je kijkt, je bent het horen wanneer je hoort en je bent het denken wanneer je denkt. Het denken suggereert dat er een centrum is dat alle indrukken verwerkt. Op zich is dat zo wat het verwerken betreft, maar ook het denken kan worden waargenomen. Het denken is niet de ultieme substantie dat alles bepaalt, het is niet ons wezen. (Wanneer wij nar het denken kijken, zien wij hoe chaotisch en oncontroleerbaar dat is, dat kunnen nooit de eigenschappen van de essentie zijn).


Ons Wezen is waarnemen. Zien = Zijn. Het denken is een waarneembare zijtak. Maar ons bewustzijn identificeert zich met het denken, met de producten, de conclusies ervan. Ik denk dus ik ben. Neen, ik neem waar dat ik besta, dus ik ben. Er valt alleen wat te zeggen over wat wordt waargenomen, daarom identificeren wij er ons zo gemakkelijk mee (net als in een droom) Pas wanneer wij ontwaken (uit die droom), beseffen wij dat wij gedroomd hebben. Onze identificatie is dan niet meer bij de droomfiguur, maar bij degene die ontwaakt is. Dan neem je jezelf niet anders waar, maar je bent dan anders. Want JIJ bent er niet meer. De illusie van jij t.o.v. een ander is verbroken. Er is geen ander en er is geen afzonderlijk jij. Het woord individu betekent ondeelbaar. Je bent biet afgescheiden, maar Een. 

Ons wezen heeft eigenschappen, waardoor het van alles kan manifesteren, maar die eigenschappen liggen in het Zelf besloten, en zijn niet apart waarneembaar. Het Zelf, onze kern, laat ook geen (ontwikkelings-)processen zien. Er is niet Iets dat zich een doel stelt om iets te bereiken of te scheppen. Er is geen waarom in ons aanwezig zijn. Er is alleen een daarom. Wij zijn er, het is er en Het manifesteert zich via datgene waar wij ons van bewust kunnen worden, zijn beelden, zijn geluiden, zijn geuren. Maar die beelden zijn niet het werkelijke, hoewel zij er naadloos mee verbonden zijn. Zonder het werkelijke waren er immers geen beelden. De beelden rijzen op uit die geheimzinnige bron (die wij zelf zijn). Ineens is iets voortgekomen uit het wezen, een beeld, een gedachte, een gevoel. Het Wezen is niets, iets niet-iets. Het is geen ding, het is geen object, het is geen gevoel, het is geen proces. Het is niet waarneembaar, het is niet te pakken, te ruiken, te voelen, maar...Het is er. In wezen ben je het zelf, het is je aanwezigheid, het besef, zonder dat er een besef is van iets over zichzelf. Je weet dat je er bent omdat je van alles waarneemt. En dan zijn wij er weer. 

Over dat waarnemen, dat Zijn kan vervolgens helemaal niets gezegd worden........ daarom is er feitelijk geen apart 'ik' dat via deze website een apart 'jij' vertelt hoe het zit. Je weet alles al omdat jij ook eenheid bent en niet Pietje of Marietje. 

Het enige wat je rest is je dat te herinneren......... je kan verder niets doen om iets 'anders' te bereiken dat je al bent...................

Spiritueel Pad Non-dualiteit Eerlijkheid Analyse Geest De Getuige Cogito Ergo Sum Denken Ik doe het.... Denken als guru Bewustzijn Puinruimen Vragen

 
 

                     Klik op de balk!