|
Wat kunnen wij doen, wanneer wij uit de ban-kring van het denken met al zijn
emoties en angsten willen ontsnappen?
Wij hebben inmiddels de volgende zaken al begrepen:
- de Waarheid bevindt zich buiten ruimte en tijd, buiten de werkingssfeer van
ons denken. Het is altijd Nu. Wat wij als realiteit ervaren is niet de Waarheid. De Waarheid is
het vormgevend principe van wat wij ervaren. Ideeën of gevoelens kunnen wij
rechtstreeks waarnemen, maar de Waarheid kunnen wij niet
rechtstreeks als een vorm, als een gebeurtenis ervaren. Wij hebben vanaf onze kindertijd geleerd alles wat
wij meemaken te bewerken met ons denken.
- ons dagelijkse bewustzijn=dualiteit=een systeem gebaseerd op tegenstellingen:
het denken komt voort uit de bewustwording van waargenomen tegenstellingen
(ofwel verschillen). Via het denken zullen wij nooit de Eenheid (der dingen)
kunnen ervaren, omdat het denken zijn bestaansgrond heeft in het waarnemen van
tegenstellingen. Het denken heeft geen toegang tot het gebied zonder
tegenstellingen. Daar kan het zich absoluut geen idee van vormen, omdat het
denken daar niet kan bestaan.
Het denken kan tenslotte niet waarnemen: het kan worden
waargenomen. Gedachten hebben hetzelfde ding-achtige karakter als alles wat
wordt waargenomen van de wereld.
- ons bewustzijn van de realiteit ìs die realiteit. Er is geen verschil tussen
wat wij ervaren en die realiteit. Wat wij zien zijn wijzelf. Via
het denken geven wij n.l. betekenis aan alles wat wij zien en ervaren. Vanaf
onze babytijd bouwen wij zo onze zogenaamde realiteit op. De wereld en ons
lichaam en ons denken is voortdurend in verandering. Alleen wij -het zien van
dit alles- is onveranderlijk altijd Nu.
- ons 'ik'=ons dagelijkse vorm-bewustzijn= het denken . Ons 'ik' is een fragment van
het denken, het heeft geen enkel gezag t.o.v. het denken: het 'ik' komt er uit
voort en kan het geheel niet zijn wil opleggen.
- De Waarheid is Hier en NU. Het denken is tijd: het gaat van hier naar daar,
dat kost tijd. Wij worden het leven pas van ons 'ik' bewust nadat het leven
begrepen, geordend is door het denken. Wij zijn als persoon het denken. Het denken is
maximaal een reactie op 'Dat-wat-is'. Het komt altijd in actie na een
gebeurtenis. Wij zijn als persoon daarom altijd net te laat om het Hier en Nu direct te
ervaren, zoals het is.
- Denken is ook ruimte. Het denken projecteert altijd een subject (het ik, dat
hier is) dat in relatie staat met een (zichtbaar of ervaarbaar) object. Ik zie
een boom. Ik voel een steen, e.d. Wij zien dan niet dat dit zien mogelijk is
door de ruimte waarin de vormen zijn opgenomen.
Ons echte 'Ik' is echter die kennende ruimte.
- Dus ons kleine 'ik' -omdat dat het denken ìs- verkeert altijd binnen de grenzen van
ruimte en tijd en kan nooit de tijdloze Waarheid ervaren. Ons kleine 'ik' denkt de waarnemer
te zijn, die
alles wat hij om- en in zich ziet, moet benoemen, beoordelen en veranderen. Deze
waarnemer kan alleen in de wereld van ruimte en tijd opereren, omdat het denken
ruimte en tijd ìs.
Wat er in wezen gebeurt is dat er onpersoonlijk waarnemen
is via de zintuigen, en dat het denken direct na de observatie in actie komt om
het geobserveerde te bewerken, te benoemen en te classificeren. Wanneer je
eenmaal gezien hebt dat je alle gedachten kan waarnemen, dan weet je dat je als
waarnemende aanwezigheid nooit het denken kan zijn. Het denken bestaat trouwens
niet. Er is een stroom van gedachten, maar daar achter bevindt zich geen
concrete denker..
- Innerlijk verkeert het kleine 'ik' in dezelfde ruimte en tijd als dat wat hij
waarneemt. De ervaren afstand tussen de waarnemer en het waargenome is echter
een illusie. Zie je dat je b.v. boos bent (maar je kan er alles voor invullen),
dan ben je helemaal boos. Dat wat de boosheid ontwaart is niet verschillend van
het boos zijn. Er is niet een iemand die boosheid ziet. Er is alleen waarnemen
(van alle facetten tegelijk, die worden waargenomen. De gedachten maken er weer
een triade van, maar dat is gezichtbedrog welke de taal bewerkstelligt.
Wanneer er dit besef is dat de waarnemer=het waargenomene, dat zij helemaal
hetzelfde zijn, dat jouw ego alle ervaren eigenschappen ervan is, dan besef je
dat er geen ontsnappen aan is. Wat is, dat is. Meer is er niet. Je kan de
mooiste vergezichten bedenken, maar deze zijn geen realiteit. Jouw realiteit is
jouw totale bestaan op dit moment. Elke verwerping daarvan, is het ontkennen van de
realiteit van het leven.
Er is geen ontkennen of weglopen aan. Je zit er helemaal tot je kruin in.
Besef je dit in alle vezels van jouw wezen, dan rest je alleen nog maar zien.
Het denken heeft daarin geen enkele functie. Er is geen afstand in tijd en
ruimte tussen waarnemer en waargenomene. Er is dus 'hier' helemaal niets om
'daar' te veranderen. Het 'hier' en 'daar' bestaat domweg niet. Er is alleen maar jij,
zoals je bent in een wereld die er is omdat jij er bent. Er bestaat domweg geen autonome instantie in jou, die via de wil
het geconstateerde kan aanpakken. Er is in mijn voorbeeld alleen boosheid. Wat je bent=wat je
bent. Je zou uit jezelf moeten stappen om de boosheid aan te pakken. Dat kan dus
niet, dat is een illusie van het 'ik', van het denken. Zou dat wel zo zijn, zou je onmiddellijk
radicaal op dit moment een eind aan al je omknellingen kunnen maken. Probeer het
maar, je hebt het al zo vaak geprobeerd!
Het lukt je niet, vaak wordt de toestand nog erger.
Wanneer er een aparte waarnemer is, is er onmiddellijk conflict: je hebt je
afgescheiden van jezelf, terwijl je toch jezelf bent, en je wilt daarin wat aan
jezelf doen. Maar je bent het! Er is niets te doen. Wil je wat doen veroorzaak
je alleen maar een extra conflict, n.l. die innerlijke scheiding. Bovendien kan
je het oorspronkelijk probleem niet oplossen.
Er is maar één weg. Je moet alles wat waargenomen wordt, buiten de sfeer van
het denken houden. Er is dan alleen zien, ofwel beleven. Wanneer je woede of
verdriet ervaart, benoem het niet. Hecht er geen label aan. Want anders koppel
je deze toestand aan voorgaande toestanden, met al jouw opgeslagen en
geconditioneerde energie. Je roept alleen maar bekende, bestaande, gevoelens op.
Er gebeurt dus nooit iets nieuws, dat wellicht wel het probleem kan oplossen.
Kijk alleen, wat er zich afspeelt in het besef dat Je bent wat waar neemt.
Veel mensen zoeken naar de Waarheid, in de hoop aan zichzelf te kunnen ontsnappen. Zij
rennen alle kanten op, gaan de meest prachtige tempels bezoeken, en storten zich
in 'hoogstaande spirituele avonturen'. Na verloop van tijd voelen zij zich al
ver verheven boven hun medemens. Zij weten immers waar de Waarheid te vinden is.
Helaas voor hen. Zij staan met de rug naar de Waarheid toe.
De Waarheid zit in jezelf, in datgene wat zich gewaar is van alles wat je -als
de geobserveerde persoon- doet,
wat je denkt, wat je voelt en ziet. Het is die instantie, die altijd aanwezig
is. De objectieve getuige van jouw 'ik'. Jouw 'ik' is maar een deel van wat je
werkelijk bent. Het 'ik' is de som van alle overtuigingen, herinneringen, beelden
en conditioneringen, die je aan jezelf hebt gekoppeld. Dat wat je werkelijk bent
is de Getuige of liever het getuige zijn, het Zien. Want noem het maar liever
niet de getuige.... Aha!, denkt de zoeker dan, daar moet ik het dus zoeken, die Getuige
moet ik zien
te vinden. Vol hoop stort hij zich op zichzelf, om het wonder in zichzelf te
vinden. De zoektocht krijgt iets radeloos. Maar waar is die Getuige?
Eén dringend advies. Zoek de Getuige, probeer hem te vinden, maar denk niet
te snel dat je hem gevonden hebt. Dat lijkt tegenstrijdig. Maar let maar eens
op: wanneer je denkt hem gevonden te hebben is hij het niet. Het woord Getuige
is in feite al te veel. Het woord maakt er een ding van. Je denkt het nu met dit
woord te kunnen vatten. 'Ja, ik leef vanuit mijn getuige!' Je hebt het mis. Jouw
Essentie is niet te vatten, het is geen ding, het is geen object. De Getuige is
geen ervaarbaar iets. Er is alleen een realisatie van zien, van horen, van
voelen, van ruiken, van denken. De getuige kijkt toe, maar jouw denken doet wat
met de waarneming. Dat kun je waarnemen. Je kan 'horen' wat je denken doet. Wie
of wat hoort kan je niet gewaarworden. Je beseft dat er 'iets' in je is, dat
hoort. Meer is (vooralsnog) niet mogelijk. Zoek de Getuige niet, want je bent
het zelf, maar dan zonder de zoeker.
Wanneer je iets in je voelt kijken, is dat niet de Getuige. Het is dan de
zoveelste uiting van jouw 'ik'. Je verwart de ervaring van het branden van de
ogen of het gonzen van de oren als het 'gevoel' van de getuige. Het innerlijk
besef dat er 'iemand' handelt, is altijd een gedachteconstructie op grond van een
waargenomen gevoel. Maar ook diegene die handelt kan je waarnemen. Maar wat is
het dan die dat alles waarneemt? En wanneer je dit alles waarneemt, wie is het
dan die dát weer waarneemt? Wie staat aan het eind van de lange rij? Alles wat
waargenomen wordt, kan nooit jouw essentiële Zelf zijn. Wie is dan tenslotte de
kijker naar de kijker? Het is geen ding, geen object, geen iets. Het is
het kijken zelf! Je kan nooit het kijken zien, of het voelen voelen,
het proeven proeven of het horen horen. Wanneer er maar één werkwoord rest, is
Het er! Wanneer er geen enkel woord, geen enkele gedachte is, Ben je het....
Het advies is dus "KIJK!". Maar, ga niet op een afstand naar jezelf
kijken, want dan schep je weer ruimte. Elk besef van het waarnemen is alweer
teveel. Dat zijn alweer twee dingen. Je bent het besef, en nooit datgene
wat je beseft. Wees er helemaal bij. Be-leef het. Sta er midden in,
wees er bewust bij. Maar laat dat nooit een inspanning zijn. Doe niet je best.
Doe NIETS.
En wanneer je dit in essentie niet kan vatten dan rest er nog maar één echte
aanwijzing: Wanneer je opmerkt dat je niet oplettend bent, er niet bij
bent, dan is dat feit al aandacht. Dat is op zich al voldoende. Doe-verder-niets!.
Ik herhaal het nog maar eens: die aandacht kunnen wij vervolgens nooit als
feit observeren, want in essentie zijn wij die aandacht. Wij zijn het
observeren. Is er besef van aandacht is er al geen aandacht meer. Doe je je best
aandachtig te zijn, bén je niet meer aandachtig. Je levert een inspanning met
een doel. In aandacht is geen doel. Er is alleen bewustzijn.
Wanneer je geheel vanzelf, zonder enige bijbedoeling het waarnemen bent(1),
dan ontdek je iets heel anders, een heel ander -totaal nieuw- gevoel. Dat
kan je niet beschrijven. Dat kan je zelf ervaren. Dan is er ander bewustzijn, niet als een ervaarbaar
ding, doch een altijd aanwezige toestand, die in zichzelf is zoals ze is en die
ten grondslag ligt aan alle ervaren. Er is dan
geen waarnemer, die een toestand ervaart. Er is alleen die toestand. Dan ben je
wie je bent. Maar jouw oude 'ik' is dan verdwenen, tezamen met al het lijden. Er
zijn heel subtiel kenmerken aan verbonden, maar die hebben geen tegenhanger
zoals dat in dualiteit het geval is. Het is de toestand van Een-zonder-Twee.
Alles wat heftig, te gek, onvoorstelbaar en te bliss is, is het niet.
O
ja, De Getuige kunnen wij derhalve definitief als begrip laten vallen. Er is
geen aparte identiteit die iets waarneemt. Er is geen subject met eigen grenzen.
Er is alleen waarnemen, kennen, bewuste aanwezigheid. Dat is als de ruimte, want
alles wordt in ruimte waargenomen. Ruimte kent geen grenzen, dus ruimte kent ook
geen centrum. Bewustzijn valt niet te lokaliseren in Tijd en Ruimte en is
derhalve onkwetsbaar voor alle bewegingen van de wereld. Het is daarmee absolute
Vrijheid.
1. Of liever: er is alleen maar waarnemen.
|