Ashtavakra’s
Zang
[Ashtavakra
Gita]
Ik
neem hier een inleiding van Hari Prasad Shastri
over:
Inleiding.
Het
woord “gita” betekent een lied. Er zijn vele gita's; enkele van de mooiste
komen voor in de klassieke werken Yoga Vasishta en Shrimad Bhagavatam.
Voor de
grote rishi's is de Bhagavad Gita, opgenomen in de Mahabharata, onovertroffen.
De
Ashtavakra Gita is in het Westen niet zo bekend; zij geeft uitdrukking aan de
hoogste leer der Upanishaden en belichaamt het filosofisch gedachtegoed van
de wijzen Yajnavalkya en Varmadeva. Het lied geeft geen uiteenzetting van de
waarheid door middel van logisch redeneren; het beschrijft de zegen die een
verlichte heilige ervaart.
Wie
het wezen van de Vedanta niet heeft begrepen en zich nog steeds
gedisciplineerd traint in zelfbeheersing, zal dit werk waarschijnlijk niet ten
volle op zijn waarde kunnen schatten; maar voor de leerling die verder gaat,
wordt de waarheid hier onthuld op een eenvoudige, radicale manier.
Elk
vers is een meditatietekst. Het magisch karakter waarvan dit hele werk
doordrongen is, verheft en vervoert de geest: het vergunt ons een blik in het
transcendente.
De
specifieke school van Advaita Vedanta die in deze gita naar voren treedt,
draagt de naam Ajatavada; zij gaat uit van het principe dat het universum in
absolute zin nooit geschapen werd. Dit is de meest metafysische verklaring van
de wereld, van God en van het Absolute.
De
zoeker, wiens geest zich spiegelt en laaft aan de grote gedachten die in dit
gedicht zo lyrisch tot uitdrukking komen, verwerft een intuďtief zicht op de
Waarheid. Dit is het vertrouwde pad naar bevrijding.
Het
is ondergetekende gebleken dat deze gita een favoriete tekst is bij de
mahatma's (meesters) van het Himalaya-gebied.
Hari Prasad Shastri
Vergelijken
wij de tekst met uitspraken van Sri Ramana, Sri Nisargadatta of Bob Adamson,
dan herkennen wij de zuivere leer van Advaita, een leer die niet is
gebaseerd op een filosofisch inzicht, maar die rechtstreeks weergeeft wat de
leraren van Advaita via zelfonderzoek in hun eigen wezen hebben
aangetroffen. Wij zijn geen deel van de zichtbare wereld, maar wij zijn wat
daar aan vooraf gaat, het Zien, het Kennen van de wereld. Die positie te
herkennen realiseer je niet door in de wereld te zoeken en mee te gaan in de
bewegingen van de wereld, maar door ontspannen te verkeren in het Zijn. Want
dat is wat je in Wezen bent. Er is geen weg van zoeken. Het is het doorzien
van het Tijdelijke en het Altijd Bewegende als zijnde het gezamenlijk object
van het Kennen. Alles wat gezien wordt bestaat bij de gratie van het Zien,
van Bewuste Aanwezigheid. Wij kunnen nooit in essentie het object zijn, maar
wel het leven gevende, het Bewustzijn, waarin alle objecten oprijzen.
Wij nemen het eerste hoofdstuk
over.
Ned.
vertaling: Ad van Dun (herziene versie, december 1999)
1e HOOFDSTUK -
Bewustzijn
Janaka
sprak:
1
Heer,
zeg me:
hoe
vind ik inzicht in de Waarheid
en
hoe bevrijding,
kracht
om te onthechten?
Ashtavakra
sprak:
2
Vriend,
is
jouw levensdoel Bevrijding,
mijd
dan al wat zinnen roert,
en
koester onbaatzuchtigheid,
eenvoud,
mededogen,
gemoedsrust
en oprechtheid.
3
Jij
bent niet aarde,
niet
water, vuur of lucht of ether.
Weet
dat jij het Zelf bent,
getuige
van dit alles
en
in niets eraan verwant.
Dat
is de weg naar vrijheid.
4
Vereenzelvig
niets met vorm,
en
vestig jouw Gewaarzijnsrust.
Je
zult je innerlijk verheugen,
blijvend
vredig,
van
waan bevrijd.
5
Jij
behoort niet tot een klasse,
noch
kenmerkt jou een stadium.
Niet
aan oordeel onderhevig
ben
jij enkel Getuige:
voor
eeuwig ongebonden, ongevormd.
Wees
gelukkig!
6
Jij
aldoordringend Wezen!
Goed
en kwaad, plezier en pijn:
alles
werking van de geest,
jouw
Zelf hangt er niet mee samen.
Dader
noch slachtoffer,
ben
jij in oorsprong vrij.
7
Aan
alles geef jij Zelf betekenis:
daarin
ligt jouw vrijheid.
Plaats
uiterlijkheden boven Zelf,
en
je schept een schijngevang.
8
Het
ego van “Ik ben de dader”
is
een grote, zwarte gifslang;
het
inzicht “Dader ben ik niet”
is
het werkzaam tegengif.
Dit
erkennen brengt Gemoedsrust.
9
Het
duister woud van onbegrip
bergt
pijn:
laat
er vlammen laaien van “Ik ben
het
Ene, eeuwig puur Bewustzijn”.
10
Jij
bent dit Bewustzijn:
opperste
gelukzaligheid,
waar
de wereld zich vertoont als beeld,
zoals
een koord voor slang speelt.
Wees
gelukkig!
Dit
is wat Jij werkelijk bent!
11
Wie
zich los acht
raakt
bevrijd;
wie
zich vast acht
blijft
gebonden.
“Men
wordt wat men denkt”,
zo
luidt een waar gezegde.
12
Het
Zelf is getuige:
aldoordringend
en volmaakt,
open,
enkelvoudig Zijn,
zonder
funktie, niet getekend,
geheel
voldaan, in ruste.
“Wereld”
zegt men blindelings.
13
Wees
onophoudelijk Bewust
van
onveranderlijk gewaarzijn,
het
Zelf van niet-twee.
Zoek
binnen noch buiten
naar
samenhang in Zelf en niet-Zelf;
persoonlijkheid
vergeet je maar.
14
Broeder,
begrenzing
van het lichaam
heeft
je lang genoeg beklemd.
Verbreek
die ban
met
het Gewaarzijn-zwaard,
en
geluk zal heersen.
15
Je
bent volkomen onafhankelijk,
niets
hoeft er te gebeuren;
alle
Wijsheid draag je in je,
in
niets kom je tekort.
Je
bindt je slechts door in verzonkenheid
te
zoeken naar bevrijding.
16
Het
universum is van Jou doordrongen,
zoals
Het tevens jou doordringt.
Luister:
van nature ben jij
onvoorwaardelijk
gewaar.
Elk
ander zicht benauwt je hart.
17
Jij
bent vrij van werking:
ongemoeid
en kalm,
zonder
vorm of afmeting,
onverstoorbaar.
Jouw
Aard is grenzeloos gewaarzijn:
bewustzijnsstaat
ben jij.
18
Weet:
al
wat vorm heeft is onwerkelijk,
vormloos
is jouw ware Zelf.
Dit
weten ontwortelt nieuwe wording.
19
In
en om weerspiegeling
bevindt
zich steeds de spiegel.
Zo
huist ook in en om het lichaam
steeds
de hoogste Heer.
20
Zoals
de meest verfijnde wasem
in
en om de kruik dringt,
zo
bergt elk ding
het
aldoordringend Wezen.
|