|
Wij hebben o.m. op de pagina de Klok al gezien dat wat wij
werkelijk zijn, buiten de tijd is, onkenbaar voor ons denken, omdat het denken,
onze persoon wèl in tijd is.
Toch komt er een moment dat er in ons de drang ontstaat om ons
Zelf te gaan zoeken. Waar die impuls vandaan komt? Het kan zijn dat wij gehoord
hebben dat het leven een stuk aangenamer kan zijn wanneer je het Zelf gevonden
hebt. Je leven is een teleurstelling, saai of een puinhoop. Je zoekt een
vluchtroute naar wat beters in plaats van het afgewezen bestaande. Maar het kan
ook zijn dat je al van jongs af aan een onbegrepen drang hebt om er achter te
komen waarom je bestaat en wie je werkelijk bent.
Het Zelf zoekt zich Zelf. Dat wordt een heel vreemde
zoektocht:
-
het Zelf staat buiten de tijd, buiten ruimte, buiten de
objectieve (zichtbare) wereld. Het Zelf kan zichzelf niet vinden buiten de
tijd, want daar valt niets te vinden in de vorm van een herkenbaar object.
Want dat bestaat daar niet. Alles wat is, is daar het Zelf zelf, maar er is
geen apart stukje zelf wat het totale zelf kan vinden, omdat alles daar (er
is geen daar, uiteraard) Zelf is. Zodra het Zelf iets anders vindt, treft
het Zelf een situatie van dualiteit aan, waar een ik en een ander bestaat.
Een subject (het zien) en een object (wat ik zie). Dan is de objectieve wereld betreden.
-
wanneer het Zelf op zoektocht gaat naar zichzelf kan het
alleen 'zaken' vinden in de objectieve wereld. En geen van die zaken is
essentie ofwel het Zelf zelf. Objecten zitten gevangen in ruimte en tijd.
Zij komen op en vergaan. En wat nog belangrijker is, zij hebben geen
autonoom bestaan. Objecten zijn er omdat zij allen -zonder uitzondering-
vervat zijn in het Zelf. Zonder het Zelf zijn er geen objecten, is er geen
objectieve wereld. Maar zonder een objectieve wereld is er geen weten van
het Zijn of het Zelf.
-
Zelf en objectieve wereld zijn één. Het Zelf heeft de
objectieve wereld nodig om zichzelf te kennen (wat uiteraard weer een duale
gedachte is). In feite kan je het Zelf niets toeschrijven vanuit het beperkte
denken). De Geest (mind) van het Zelf
is het Universum (ook nu weer: de term Geest wordt ook weer anders
gedefinieerd: als de Leegte waarin de mind verschijnt...). Het Zelf denkt niet. Alle denken en creatie vindt plaats
via de objectieve wereld en alleen op Dit Moment. (De wereld van ruimte en tijd
is feitelijk alleen een illusie. Wat Nu is bestaat alleen enkel Nu. Het
verhaal, de volgorde, toekomst en verleden, de doelen, zij allemaal bestaan
louter dankzij gedachten, in de vorm van herinneringen en verwachtingen en de
keten van tijd die zo wordt geschapen).
Daar waar wij
onszelf als mens tegenkomen. Maar alle denken en alle kennis bestaan louter
bij gratie van de bron, het Zelf. En omdat het Zelf Eén is, zijn Zelf en
Objectieve Wereld ook Een.
-
Dus elk object (van denken en voelen naar `materiële'
objecten) is ook het Zelf zelf. Maar het object is niet de totale waarheid.
Het bestaat niet zonder het Zelf. Het is het Zelf in actie, in dualiteit. De
waarheid ben je dus zelf, wat eigenlijk Zelf is.
-
Maar je zal je Zelf nooit vinden, want het Zelf is
onvindbaar, aanwezig maar niet in Ruimte en Tijd. Het is afwezig omdat het
niet door ons -zichZelf- te vinden is. Je bent, maar je bestaat niet in
objectieve zin. Je bent geen ding, je bent geen mens. Er is alleen
bewustzijn.
-
Elke beweging in het zoeken -in welke richting dan ook- is
daarom zinloos. Alleen dit besef, wanneer het tot in alle hoeken van je wezen
is doorgedrongen, kan de illusie van jouw bestaan doorbreken. En wanneer dit
gebeurt ben je het Zelf.
-
De vraag `Wie ben ik' is daarom de laatste vraag die
gesteld kan worden.
-
Daarna is er alleen kijken. Alles wat
gezien wordt is nooit de essentie. Altijd is er dat zien, dat Kennen. Dat is
de enige constante die blijft. Uiteindelijk blijft deze constante
Aanwezigheid in het zelfonderzoek over. Niet als een object van het Zien,
maar als het zien zelf. En dat kan je alleen maar Zijn.
|