|
Zien in het iets, zien vanuit het
niet-iets(niets)
Doen is niet de weg. Kan je echt niets doen? Nee, eigenlijk niets dan
je over te geven aan Dat-wat-is. Beseffen dat alles wat er is Het al is.......
Er is NIETS anders dan dat wat je voor je neus ziet.
Maar daar kunnen we niets mee, want we zijn
gewend een doel te willen bereiken. Dan gaan we mediteren, op ons hoofd staan,
Mantra's zingen, boeken lezen, lezingen volgen etc etc.
De Engelsman Douglas Harding doorzag het gevaar
van al die doelgerichte acties. Het ego streeft naar een heilstoestand en passeert
daarbij Dat-wat-is. Alles valt er daarom te zeggen voor zijn speelse aanpak. Ga
gewoon kijken naar Wat-is.......... Ga niet af op wat je geleerd is. Kijk
gewoon wat er plaatsvindt wanneer je onmiddellijk hier oplet. Maar focus je niet op één klein
gebied. Ga uit van openheid, van ruimte. Ontvang.
-
Wanneer ik met aandacht voor mij uit kijk zie ik voorwerpen: de
tafel, de dingen op de tafel. Allemaal dingen buiten mij. Toch? En dan leg
ik mijn handen op de tafel.
-
Wat gebeurt er nu? Mijn handen! Die zijn van mij! De tafel is
buiten mij. Maar die handen? Zit ik daarin? Of zijn zij buiten? Maar wie is het dan die dat ziet? De handen
liggen daar, een halve meter van mij vandaan. Ik voel ze wel, maar ik registreer dat hier.
Ik zit hier en mijn handen daar. Er is derhalve niet zoveel verschil tussen
de voorwerpen en mijn handen. Tot ik er met een hamer op sla...maar dat
terzijde.
-
Terzijde: wanneer jij tegenover mij zit
aan die tafel zie ik dat jouw lichaam dus ook in dezelfde ruimte als de
tafel zit. Mijn lichaam zal niet het enige lichaam in de wereld zijn dat
zich niet houdt aan die wet....
-
Ik ga nu met mijn blik naar de plek van het kijken. Langzaam
verlaat ik de voorwerpen in de kamer en ga naar mijn hand. Ik kijk ernaar.
-
Ik ga verder omhoog langs mijn arm. Ik zie nog steeds de dingen
van buitenaf. Voorwerpen met een vorm en kleur. Ik ben er niet in. Dan kom ik aan mijn
schouder. Dan nog verder, een vage vlek waar de neus geacht wordt te zijn en dan
.
-
Ja
. Dan. Lees niet verder. Ervaar
.
-
Ik kan daar niets zien. Een schemering van mijn neus in het midden
en voor de rest een stukje wang misschien en dan verder naar het midden van mijn
gezichtsveld. Helemaal niets of liever, ik kom dan ik een gebied waar alleen gezien
wordt. Dat is geen ding, geen voorwerp, maar iets dat niet-iets is. Dat wat
ziett, maar dat zelf niet gezien. (Probeer alleen te
zien, niet te voelen!!!)
-
Kijk ik recht voor mij uit en laat ik mijn ogen cirkelvormig
rond gaan, steeds meer naar het midden, dan zie ik eerst voorwerpen en dan kom ik in een cirkel
waar ik a.h.w bij de ogen naar binnen kijk. Het blijkt een gebeid waar ik niets in kan zien, waar ik niet terug kan kijken. Ik zie wel dingen voor mij uit,
maar niet terug op de lijn van mijn hand-arm-schouder-hoofd.
-
In mijn blikveld kan ik alleen zien wat buiten is en
terugziend
dat daar niet-iets is.
-
Die ronde cirkel voor ons is de enige plek op aarde, waar wij
vanuit "niet-iets", het vormloze, naar buiten kijken. Hier binnen,
of hier in die ziende ruimte is voor mij alleen het
werkelijke leven. Van de rest zien wij alleen het uiterlijk, alleen de
buitenkant. In die cirkel is niet-iets. Dat zijn wij zelf, de kijker, de waarnemer. Die
kunnen we nooit zien. Wij kunnen er nooit verder in binnendringen. Meer of
minder of dieper is hier niet te vinden. Dit is het.
-
Maar dat niet-iets wordt gevuld met het beeld voor mij. Dat was ik
gewend, maar toch is nu het perspectief veranderd. Ervaar dat zelf weer. Normaal
kijk ik alleen naar buiten gericht, zonder dit besef dat "ik" hier zit. Ik
leefde voorheen dus buiten, een stukje voor mijzelf uit. Mijn aandacht lag bij de
objecten. Ik dacht dat mijn handen mijzelf waren en de bomen iets buiten mij waren.
-
Met deze oefening kijk ik terug en ontdek dat ik in een ruimte
kijk, een ruimte waarin alleen gewaarzijn is. Datgene wat zelf ziet.
-
Ik kan nu tweezijdig kijken. Ik kijk nu met het besef van de
kijker. Ik blijf bij mijzelf, terwijl ik kijk.
-
Sta ik tegenover jou, dan zou in de oude situatie het zo zijn dat
twee gesloten objecten tegenover elkaar staan, elk met hun afgesloten grenzen.
-
Bovenstaande oefening doorbreekt dit subtiel, maar
fundamenteel.
-
Ik ben nu een open systeem. Niet mijn gesloten 'ik' treedt je nu
tegemoet. Maar het 'niet-iets' dat ik werkelijk ben. Ik ben nu open voor jou. Jij zit in
mijn gebied van gewaarzijn. Maar
ikzelf ook. Heel mijn lichaam, al mijn
gedachten, gevoelens, zij zitten allemaal in bewustzijn. In de leegte, de
kennende ruimte, die nu gevuld wordt door
beelden, geluiden, gevoelens. Ofwel: alle dingen, de hele wereld is in mijn
bewustzijn. Ik zit niet meer in de wereld, maar de wereld zit nu in mij!!!! Kijk
maar naar jouw hand. Daar zit je niet in. De hand zit in jou(w bewustzijn). Maar dan
zitten ook alle dingen die de hand kan aanraken in jouw bewustzijn.
-
Dat 'mij' is bewustzijn, is de waarnemende leegte waarin alles zich afspeelt. De
leegte is ondefinieerbaar, oneindig, maar altijd Hier en NU. Ik (als
Bewustzijn) ben de enige die dit
meemaakt, en de Enige die werkelijk bestaat.
-
Jij maakt het ook mee, maar alleen maak jij mee hoe jij het
meemaakt. Maar er is geen jij, er is geen ik. Er zijn geen personen. Het Niets, het niet-iets is
in allen hetzelfde, dat 'delen' wij (of liever, dat bevat ons allen), dat zijn wij, en
wat dat is, is het Eeuwige Mysterie.
-
Alleen wanneer wij er ons de hele dag mee verbinden door
bovenstaande oefening sturen we onze vragen en problemen direct door en krijgen we
antwoorden direct vanuit de bron zelf.
Tot zover de oefening van Douglas Harding.
Er geldt één waarschuwing bij. Maak van dat-wat-je-ziet geen subject.
Er is geen ziener, niets wat gezien wordt, er is één Zien. Subject en
object vallen weg. Die bestaan niet apart van elkaar. Dat ben ik die (ik werkelijk)
Ben.
-
Al het leven vloeit terug in één bron, of liever Is deze
bron. Dat-wat-ik-ben, n.l. het niet te kennen bewustzijn, is het Niet-Iets, het Niets ofwel de
Leegte. In het Engels Nothing ofwel No-Thing. Je bent geen ding, je bent
niet waarneembaar. Het Niets is onkenbaar, ondeelbaar, dus EEN. Niet Twee. Wij
allen, alle verschijnselen, hebben een
en dezelfde bron, ofwel wij zijn gewoon hetzelfde Ondoorgrondelijke Wezen. Dat kunnen wij Zijn maar niet
Zien. Daarom zijn allen gelijk. De een is niet meer dan de ander. Wij zijn een facet van
een en hetzelfde leven. Jouw besef van ik ben, ik besta, is totaal gelijk aan mijn besef
van ik ben, ik besta.
-
Daarom roepen mensen die verlicht zijn verbaasd uit: ik ben de
enige in dit heelal. Er is geen ander dan ik!
-
Wij verschillen alleen in ons denken, maar het denken is geen
zijn. Het denken is een functie van de hersenen. Deze hersenen zijn slechts tijdelijk aanwezig. Het
denken springt van hak op tak.
-
Het is het onvindbare Zijn dat het denken
ziet. En nooit en nooit andersom. Het denken kan niet zien, het denken kan
alleen constructen en constructies maken. Maar die zijn nooit en te nimmer
de Werkelijkheid.
-
Onthoudt: alles wat je ziet ben je zelf niet.
Dus er is geen weg om te gaan. Je kan niet
via objecten tot het Kennen, tot Aanwezigheid geraken.
Alexander Smit zegt daarom: "Helderheid
is niet te krijgen. Proberen tot helderheid te komen betekent verwarring,
dan doe je net of het straks kan. Uitstel, uitstel van het Nu. En Nu kan
niet uitgesteld worden. Daarom leggen we het accent op onmiddellijk
realiseren, zonder middelen. Nu, niet straks. Wat is, is Zien". Dit moment
waarop je dit nu op jouw beeldscherm leest is Het Moment!! Nu is Nu. Nu is
het volledig leven aanwezig. Niet straks of daarnet. Nu, Nu en nog eens
NU. Nu kan het enkel gebeuren. Te beseffen dat je Aanwezigheid
bent.
Er
is enkel gewaarzijn.
Daarom
schreef de Japanse grondlegger van het Japanse Zen, Zenji Dôgen, ook dat
zazen (zenmeditatie) al Verlichting ìs. Er is nergens naar toe te gaan dan
Nu te verblijven.
Er
is alleen maar Nu. En het Nu is Zijn, is Zien, is Aanwezigheid. Dat is er al.
Dat is wat de Ruimte is voor alle bewegingen. Je bent die oneindige ruimte.
Ruimte verplaats zich niet. Er valt dus nergens naar toe te
gaan. Op deze website zijn vele
oefeningen te vinden, die niet gericht zijn op denken, op concepten, maar op het
directe Zien...............
|