|
Het begrip leegte is bekend vanuit de oosterse filosofie. Wat
zegt ons dat begrip. De Vietnamese zenmeester Thigh Nhat Han zegt dat leegte
betekent dat wij leeg zijn van een persoonlijk bewustzijn.
Wij zijn geen afzonderlijke wezens. Al lijkt het woord
individu er op te duiden dat wij individueel zijn -wat in onze taal op apart,
alleen-zijn duidt- het woord is gebaseerd op in-divide...: on-deelbaar. Wij zijn
niet apart van het bestaan, wij zijn daar niet los van. Innerlijk is het bestaan
aanwezig, maar ook buiten ons. Onze huid is niet de absolute grens die wij
denken dat ze is. Ons bewustzijn, dat deel van ons dat alle informatie ontvangt,
is niet van ons persoonlijk. Het is datgene wat we met alle mensen, alle dieren
en de hele schepping delen...Wij zijn dat..stellen de grote meesters uit alle
eeuwen.
Dat wat wij zien lijkt allemaal uit harde materie te bestaan.
Zo voelt een gebouw voor ons als hard aan. Toch heeft dat gebouw geen
onafhankelijk tijdloos bestaan. Net als sterfelijke wezens zijn harde objecten
voortdurend in verandering. Slijtage, roesten, erosie...... Atomen vliegen in en
uit......Hout verrot en stenen vallen uiteen. Over onszelf maar niet te
spreken.
Maar, wat nog veel fundamenteler is, objecten hebben geen objectief
bestaan. Al lijkt ons dat zo. Objectief is in onze taal een soort bewijs van dat
het echt is. Het is objectief vastgesteld dat het bestaat. Grappig is dat in de
mystiek het begrip objectief op het niet-echt-bestaande duidt. Objectief duidt
op objecten, waarvan alleen ik (en jij) getuige van ben. De objecten hebben geen
eeuwigheidswaarde, ze hebben geen onafhankelijk bestaan van de bron. Zonder de
natuur, zonder het leven is er niets. Zonder het Kennen weten wij niet eens of
iets bestaat zonder ons. Objecten zijn er dank zij Bewustzijn. Ergo: Bewustzijn is de
eerste oorzaak, en niet een voorwaarde om iets objectief bestaands te kunnen
zien.
Verlichting leert ons dat wij, als getuige (niet als mens
of als persoonlijkheid) altijd (aanwezig) zijn. Wij zijn het enige subject dat objecten
waarneemt. Het subject is altijd onveranderlijk aanwezig, in het hier en nu. Het
zichtbare leven trekt daar als een film of droom aan voorbij. Wanneer naast mij
alle mensen die ik waarneem ook dat subject ervaren delen wij dat subject. Wij
zijn allen één.
Eén temidden van de volte van objecten, van gebeurtenissen,
van beweging. Door de objecten weten wij dat wij er zijn. Dat wij het subject,
de kern zijn. Maar het 'ik' is geen object van waarneming, het is dat wat
waarneemt. Er valt niets te zien, of te horen of te voelen van onze kern. Het
Zijn heeft geen observeerbare kenmerken, er valt niets te zien of te vinden en
is dus leeg.
|