|
Er wordt door de Verlichte Meesters gesteld dat ons ware "ik", ons werkelijke
wezen zich buiten tijd en ruimte bevindt. Hoe kan dat? Ben ik dan niet hier, op dit moment
en op deze plaats, kijkend naar die hand, naar die op mij wijzende vinger??
Onze geest (ons bewustzijn) kent geen tijd. Zij is, maar ontwikkelt zich niet van jong
naar oud. De geest is eeuwig, niet in de zin van eeuwen oud, maar in de zin dat er altijd
een moment Nu is, waarin geest bestaat. Het Nu is permanent. Je bent er nu, na twee zinnen
lezen is het nog steeds nu. Jouw beleving 'van-er-te-zijn' is altijd nu, in het heden.
Probeer maar eens gisteren je neus te snuiten. Dat kan alleen in het heden. De
handeling vindt altijd plaats in het nu.
Onze geest kent geen ruimte. Zij is niet hier of daar in mijn brein.
Zij vult geen gebied op. Zij bevindt zich niet ergens in de materiële wereld. Waar is een
idee? Waar komt het vandaan. Vult een idee ruimte op? Hoe groot is een idee? Hoe
lang is het? Waar komt een
idee vandaan? Een idee is er, plotseling, zo uit het Niets, uit de stilte.
Onze essentie leeft dus buiten ruimte en tijd.
Hoe kan dat? Hoe kunnen wij ons dat voorstellen?
Wij kunnen ons dat niet voorstellen. Je kan alleen naar een analogie zoeken. Bedenk waar
je gedachten of je dromen zijn. In je hoofd, maar waar? Zijn het blokjes materie? Je kan
ze waarnemen. Toch zijn ze niet te vinden of beet te pakken. Zij zijn een product van de
geest. Zij vullen geen ruimte. Zit mijn gedachte bij die boom daar? Hoe ver was mijn
droom. Dit zijn onzinnige vragen.
Toch hebben wij hiermee de essentie van Geest nog niet te pakken. Een droom of gedachte
zijn immers door ons waarneembaar. Zij hebben -net als materie- een "iets" een
"ding"-achtig karakter. Zij zijn observeerbare objecten. Je kunt immers zelf
(nooit iemand anders) jouw droom of jouw gedachte ervaren, waarnemen, herinneren en
beschrijven.
Maar nu komt de belangrijkste vraag: Wie neemt ze waar? "Ik", zal je dan zeggen. Wie is dat "ik"?
Dat is ons bewustzijn ofwel onze geest. "Aha!!" zegt dan de criticus: "Dat
zijn slechts twee woorden. Die zijn niet 'het feit an-sich' Wat zeggen die woorden nu
eigenlijk? Woorden verwijzen ergens naar: een object, een gebeuren, een hypothese. Woorden
zijn het label van iets dat wij samen delen, in de hoop daar iets mee naar elkaar over te
kunnen dragen. Ik stuur je een brief. "Ha", zeg je dan: "een brief, wat zou
er in staan" Dat kan dus van alles zijn.
Ik zie een boom. Maar wat zegt dat over het verschijnsel? Er zijn miljoenen
verschillende bomen. Mijn begrip 'boom' zegt dus niet zoveel. Laat staan wanneer we het
over 'geest' hebben.
Wat is die geest? Pak het maar beet! Lukt niet. Bekijk hem...maar waar is
die????? Is het het woordje 'ik' dat ik in gedachten hoor? Nee, dat is
maar een gedachte, een woord. Het is niet het feit. Ook geest is maar een woord, maar
wij hebben geen idee wat het is. En dat zullen wij voorlopig ook niet krijgen.
Of wel? Laten wij er eerst maar van uit gaan dat de geest datgene is wat wij (buiten
het materiele lichaam) zijn. De geest is dan niet onze gevoelens en gedachten,
maar datgene waarin die gevoelens en gedachten zich afspelen. Onze innerlijke
ruimte dus. De geest is datgene wat alles waarneemt (ziet, hoort, ruikt, voelt,
proeft). Wat we zien zijn we niet, want we kijken van een afstandje toe. O...ben
jij die boom dan?
De geest -die waarneemt (voor-waar-aan-neemt: dat wat ik zie is waar)- kan op zijn
beurt niet worden waargenomen. Immers de geest neemt waar wat hij "voor" zich
ziet. Wanneer je iets waarneemt waarvan je veronderstelt dat zulks jouw essentie is, heb
je het mis. Je beziet een object, waarschijnlijk van een heel transparant karakter, maar
het heeft substantie want het kan immers worden waargenomen. Een vluchtig gevoel, een
vluchtige gedachte, een bijna onwaarneembare beweging. Maar toch... Waarneembaar. Je neemt
het voor waar aan. Maar wat is waar?
Alles bij ons draait in het gewone leven om Dat-wat-wordt-waargenomen (voor waarheid wordt
aangenomen). Maar in wezen draait het bij het beantwoorden van onze vraag om de waarnemer,
want deze is altijd de laatste instantie die actief of bewust is.
Deze waarnemer kan niet gevonden worden. Zoek hem maar. Hoe verfijnder jouw kijken is,
toch steeds blijft dat "iets" dat waar-neemt.
Wat is dat "iets"? Het is er, maar het is er niet. Het is het
"Niets", in de zin van "Niet-iets". Het is geen ding, geen
observeerbaar object. Je bent het, maar zijn ware aard kan je alleen zijn, maar niet
"beleven." Neem je het "je" waar, dan is het niet de essentie, want
dat neemt immers waar. Wij kunnen de "kenner" per definitie niet
"kennen". Heb je God of Boeddha gezien, dan heb je -hoe belangrijk dan ook- niet
meer dan een beeld opgevangen.
De Geest is het Ene. Bij ieder mens, bij ieder dier, bij al het leven gaat het bewustzijn
terug naar die ene onbenoembare, onzichtbare, onvindbare "ene" waarnemer.
Maar geen waarnemer in de zin van 'iets-dat-waarneemt'. Het is de essentie die
alles mogelijk maakt. Maar hoe dat 'ene' werkt zal altijd voor ons
een raadsel blijven.
Dit
"ene" heeft geen zichtbare eigenschappen. Het "ene" is er,
want JIJ bent er. Je kan nooit
erkennen dat je niet bestaat. Je bent er tenslotte, onweerlegbaar. "Het"
bestaat. "Het" alleen. Daarom roepen diegenen die verlicht raken ook verbaasd
uit: "Ik ben de enige in het Universum!!" Het 'Ik Ben die Ben' houdt in dat ons
individuele Ik-gevoel de directe manifestatie is van het Al-ene. Je bent al-een (alleen).
Alles wat je ziet, wat je ervaart is een manifestatie van het Ene, dat je-Zelf bent.
Er zijn er geen twee, anders was er sprake van een subject en een object waarbij de
eerste ene de tweede ene kon waarnemen. Twee is nooit één. Dat is met elkaar in tegenspraak. Alles en
iedereen gaat dus terug in die ene onvindbare bron, die dus -per definitie- de bron van
elk-een is. Het hele Universum is het ene. Al het zichtbare, al het onzichtbare heeft als
essentie die ene oorzaak. Alles en iedereen is dus in essentie die ene oorzaak,
zoals elke golf de oceaan vormt, en waar de oceaan onontbeerlijk is om de golf te
laten ontstaan.
Wanneer je beseft dat je "ik-gevoel" de directe ervaring van het Totaal, van het
Ene is, dan begrijp je ook dat je essentie tijdloos moet zijn. De geest is niet Hier of
Daar. Er bestaat geen afstand(=tijd) tussen deze plek en die plek daar.
De geest is nooit daar ergens, want anders zou hij Hier niet zijn. Hij is ook niet
uitsluitend op deze plek, anders zou de lacune elders zijn.
Hij is, altijd. Jouw persoonlijke eigenschappen, die je immers kunt waarnemen, analyseren,
beschrijven, vallen bij het sterven uit-een. Maar jij blijft. Altijd. Het houdt
nooit op.
Ik vat nog maar eens samen:
Die geest is onkenbaar. Wij kunnen er definities van geven, zeggen wat het niet is,
aanduiden wat het wel zou kunnen zijn, maar wij kunnen de geest nooit kennen. De Geest is
de kennende instantie, het bewustzijn, het weten, gewaarworden dat wij (er) zijn. Het
grote geheim van het Zijn is dat het is. Maar wie of wat het is, waar het vandaan komt,
waar het naar toe gaat, kunnen wij niet weten. De Geest is de Ene, het allesomvattende,
het eerste en het laatste. Alles wat gezien wordt is het niet: Dat-wat-ziet is het, maar
dat kan zichzelf niet zien. Alles, al zien wij God zelf (denken wij) is een beeld vanuit
de geest, die de geest vervolgens waarneemt. Dat projecteren van een beeld (dat wat je
ziet) en het zien ervan is één handeling, één feit. Er is geen gescheiden projector,
die een beeld op een doek projecteert, dat vervolgens wordt gezien door een kijker. Wij
zijn en zien de projectie. Zien is dus zijn!! Dat wat waarneemt staat in het midden, is de
laatste instantie. Daar achter bestaat niets.
Het Zijn kan daarom nooit bestaan zonder bewustzijn, ergo: het Zijn=bewustzijn. Zonder
het besef dat er iets is, is er niets. Er is dan niets (niet iets) om waar te nemen dat er
iets is. Maar er zal buiten dat gewaarzijn ook helemaal niets zijn, want iets dat is heeft
altijd zijn bron vanuit het bewust-zijn. Buiten ons (Zijn) is er niets. Het Zijn is alles
wat er is. Er is niets buiten het Zijn. Er bestaat geen objectieve werkelijkheid
zonder ons. Wij zijn alle beelden, die wij waarnemen. Het
Bewustzijn is het weten van het Zijn, het actief beseffen dat Het er is en dat je
dat
onlosmakelijk Zelf bent.
Maar dat Zelf is onzichtbaar, onvindbaar. Je
kan je daardoor gauw verliezen in de beelden en gebeurtenissen om je heen. Je
kan de aandacht verleggen naar de kern van jouw wezen, door daar de aandacht
naar toe te verleggen. Kijk maar eens naar de vinger die vanuit het plaatje
boven naar
jou wijst. Naar jou? Ja, in het zien is het zijn aanwezig. In het horen ben jij
aanwezig.
|